id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220118.2N.15 Rolnummer: P.21.1573.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-01-24 Raadplegingen: 607 - laatst gezien 2026-06-18 17:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De omstandigheid dat twee onderzoeksrechters, die niet tot elkaars rechtsgebied behoren, eenzelfde misdrijf of samenhangende misdrijven onderzoeken, kan een geschil van rechtsmacht doen ontstaan dat de rechtsgang belemmert; dit is het geval wanneer het met het oog op de goede rechtsbedeling en meer bepaald tot vrijwaring van de onderzoekstechnische doelmatigheid van de waarheidsvinding, de leidende rol van de onderzoeksrechter of het recht van verdediging noodzakelijk is dat de beide strafdossiers verder worden behandeld door eenzelfde onderzoeksmagistraat
(1).
(1)Cass. 29 juli 2014, AR P.14.0878.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140729.2, AC 2014, nr. 477; Cass. 2 november 2004, AR P.04.0605.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.7, AC 2004, nr.
- Zie alg. R. DECLERCQ, “Regeling van rechtsgebied”, Comm. Sr. 2014, 24p. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen onderzoeksrechters of onderzoeksgerechten Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 526 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1573.N A A, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, met als raadslieden mr. Walter Van Steenbrugge en mr. Sarah Roobrouck, beiden advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9030 Gent (Mariakerke), Durmstraat 29, waar de verzoeker woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoek strekt ertoe om op grond van artikel 526 Wetboek van Strafvordering het rechtsgebied te regelen met betrekking tot de gerechtelijke onderzoeken die worden gevoerd door onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde (dossiernr. 19/147 – notitienr. OU.20.99.1635/19) en onderzoeksrechter Kristien Abrath van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel (dossiernr. 2020/0071 - notitienummer 21.99.691/20). Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BEOORDELING
- Het door onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, geleide onderzoek is opgestart na een klacht met burgerlijkepartijstelling op 25 oktober 2018 door M M tegen R V wegens feiten van misbruik van vertrouwen en oplichting te Zwalm en of elders in het Rijk in de periode van 1 januari 2019 tot 25 oktober
- Een klacht met burgerlijkepartijstelling door R R tegen R V bij de onderzoeksrechter te Gent wegens feiten van oplichting te Lochristi in de periode van 15 februari 2019 tot en met 9 oktober 2020 werd na ontlasting van de onderzoeksrechter te Gent bij het gerechtelijk onderzoek geleid door onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt gevoegd. De verzoeker werd door onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt in verdenking gesteld voor de feiten van misbruik van vertrouwen en oplichting te Zwalm of elders in het Rijk in de periode van 1 juli 2018 tot 1 juni
- De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen heeft op 7 juli 2021 een uitbreidende vordering genomen tegen R V wegens feiten van oplichting te Lede, Haaltert en elders in het Rijk in de periode van 1 oktober 2018 tot 7 juli
- De verzoeker heeft zich op 19 juli 2021 in dit door onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt geleide gerechtelijk onderzoek burgerlijke partij gesteld tegen R V en onbekenden wegens feiten van oplichting en criminele organisatie te Lede, Haaltert en elders in het Rijk in de periode vanaf 1 september 2017 tot 19 juli
- De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, heeft op 23 augustus 2021, 9 november 2021 en 16 december 2021 uitbreidende vorderingen genomen tegen R V wegens feiten van oplichting en criminele organisatie te Lede, Haaltert en elders in het Rijk in de periode van 1 januari 2017 tot 16 december
- Op 5 november 2021 heeft R V zich in hetzelfde gerechtelijk onderzoek bij onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt burgerlijke partij gesteld tegen de verzoeker wegens feiten van oplichting en criminele organisatie te Lede, Haaltert en elders in het Rijk in de periode vanaf 1 september 2017 tot 5 november
- Het door onderzoeksrechter Kristien Abrath van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel geleide gerechtelijk onderzoek is opgestart door een klacht met burgerlijkepartijstelling van W D en anderen tegen de verzoeker wegens feiten van valsheid in geschriften, misbruik van vertrouwen, oplichting, informaticabedrog, opzettelijke slagen en verwondingen en woonstschennis. Nadat de onderzoeksrechter het dossier op 26 februari 2021 tot beschikking heeft meegedeeld, heeft de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde op 9 september 2021 de raadkamer gevorderd om voor wat betreft de verzoeker vast te stellen dat er onvoldoende bezwaar is voor de feiten van valsheid in geschriften te Ukkel op 17 februari 2020, oplichting te Wemmel in de periode van 1 maart 2018 tot en met 11 augustus 2020, misbruik van vertrouwen te Wemmel in dezelfde periode, woonstschennis te Ukkel op 17 februari 2020 en op 2 maart 2020, opzettelijke slagen te Ukkel op 17 februari 2020 en op 2 maart 2020 en informaticabedrog in de periode van 1 maart 2018 tot en met 11 augustus
- Op 26 november 2021 heeft de raadkamer de behandeling van de vordering van de rechtspleging onbepaald uitgesteld gelet op ingediende verzoeken tot aanvullend onderzoek.
- De feiten die het voorwerp uitmaken van de beide gerechtelijke onderzoeken lijken verband te houden met een handel in bitcoins in een piramidestructuur en dit via de website BTC Trading
- Artikel 526 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat er grond is tot regeling van rechtsgebied door het Hof wanneer onderscheiden onderzoeksrechters, die niet tot elkaars rechtsgebied behoren, kennis nemen van eenzelfde misdrijf of samenhangende misdrijven.
- De omstandigheid dat twee onderzoeksrechters, die niet tot elkaars rechtsgebied behoren, eenzelfde misdrijf of samenhangende misdrijven onderzoeken, kan een geschil van rechtsmacht doen ontstaan dat de rechtsgang belemmert. Dit is het geval wanneer het met het oog op de goede rechtsbedeling en meer bepaald tot vrijwaring van de onderzoekstechnische doelmatigheid van de waarheidsvinding, de leidende rol van de onderzoeksrechter of het recht van verdediging noodzakelijk is dat de beide strafdossiers verder worden behandeld door eenzelfde onderzoeksmagistraat.
- Uit de beschikbare stukken blijkt dat: - onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, en onderzoeksrechter Kristien Abrath van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel gerechtelijke onderzoeken voeren naar dezelfde of samenhangende misdrijven; - een goede rechtsbedeling vereist dat de beide gerechtelijke onderzoeken door eenzelfde onderzoeksmagistraat worden verdergezet; - de onderzoekstechnische doelmatigheid vereist dat het onderzoek wordt verdergezet te Oudenaarde. Er bestaat dan ook grond tot regeling van rechtsgebied zoals hierna bepaald. Dictum Het Hof, Beslissend tot regeling van rechtsgebied. Onttrekt het gerechtelijk onderzoek nr. 2020/0071 - notitienummer 21.99.691/20 aan onderzoeksrechter Abrath van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel en gelast dat dit onderzoek zal worden verdergezet door onderzoeksrechter Anne Marie Dhondt van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, die reeds is gelast met het dossier 19/147 – notitienr. OU.20.99.1635/
- Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220118.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041102.7 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140729.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230425.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div