← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220118.2N.21 Rolnummer: P.22.0054.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-01-24 Raadplegingen: 636 - laatst gezien 2026-06-19 03:07 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit het enkele feit dat het gerechtelijk onderzoek op vordering van het openbaar ministerie wordt uitgebreid met nieuwe feiten of dat aan het dossier nieuwe processen. –verbaal worden gevoegd, volgt voor een aangehoudene niet dat zijn recht van verdediging of de wapengelijkheid worden miskend indien hij niet onmiddellijk of op korte termijn over deze feiten wordt verhoord; de aangehoudene en zijn raadsman kunnen van de nieuwe feiten en processen. –verbaal steeds kennis nemen bij de inzage van het dossier waartoe hen toegang wordt verleend bij iedere periodieke controle van de voorlopige hechtenis door het onderzoeksgerecht

(1).
(1)Zie ook Cass. 19 januari 2021, AR P.21.0033.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210119.2N.10, AC 2021, nr.
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 5.3 en 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0054.N K V, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 januari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 5.3 en 5.4 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging met inbegrip van de wapengelijkheid: het arrest oordeelt ten onrechte dat het onderzoek een normaal verloop kent en handhaaft ten onrechte eisers voorlopige hechtenis; hij werd voor het laatst verhoord op 29 juni 2021; sedertdien werd het gerechtelijk onderzoek op vordering van het openbaar ministerie herhaaldelijk uitgebreid met nieuwe feiten en werden na technisch onderzoek vele nieuwe processen-verbaal aan het dossier gevoegd; de als miskend aangevoerde beginselen vereisen dat de eiser daarover binnen een redelijke termijn wordt verhoord.
  4. In zoverre het middel aanvoert dat de eiser voor het laatst werd verhoord op 29 juni 2021, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk.
  5. Uit het enkele feit dat het gerechtelijk onderzoek op vordering van het openbaar ministerie wordt uitgebreid met nieuwe feiten of dat aan het dossier nieuwe processen-verbaal worden gevoegd, volgt voor een aangehoudene niet dat zijn recht van verdediging of de wapengelijkheid worden miskend indien hij niet onmiddellijk of op korte termijn over deze feiten wordt verhoord. De aangehoudene en zijn raadsman kunnen van de nieuwe feiten en processen-verbaal steeds kennis nemen bij de inzage van het dossier waartoe hen toegang wordt verleend bij iedere periodieke controle van de voorlopige hechtenis door het onderzoeksgerecht. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Voor het overige verduidelijkt het middel niet waarom het arrest ten onrechte oordeelt dat eisers voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 18 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220118.2N.21 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210119.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.