id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220120.1N.3 Rolnummer: F.21.0089.N Zaak: D. contra BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-03-01 Raadplegingen: 1003 - laatst gezien 2026-06-19 12:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De berusting door de administratie in de beslissing van de rechter tot nietigverklaring van een aanslag houdt enkel in dat de administratie afstand doet van de rechtsmiddelen die zij tegen die beslissing kan aanwenden en staat derhalve niet eraan in de weg dat de administratie met toepassing van artikel 356, eerste lid, WIB92 een subsidiaire aanslag door middel van een conclusie aan het oordeel van de rechter onderwerpt. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering Vrije woorden: Nietig verklaarde aanslag - Berusting - Subsidiaire aanslag - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Fiche 2 De rechter die een initiële aanslag in de personenbelasting nietig verklaart, heeft zijn rechtsmacht met betrekking tot de wettigheid van die initiële aanslag uitgeput, maar kan nog steeds oordelen over de subsidiaire aanslag die navolgend door de administratie met toepassing van artikel 356 WIB92 aan hem wordt voorgelegd, die immers een nieuwe aanslag is waaromtrent de rechter zijn rechtsmacht nog niet heeft uitgeput; de omstandigheid dat het debat niet wordt heropend, staat er niet aan in de weg dat de administratie met toepassing van artikel 356, eerste lid, WIB92 een subsidiaire aanslag aan het oordeel van de rechter onderwerpt. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering Vrije woorden: Nietig verklaarde aanslag - Uitputting rechtsmacht - Subsidiaire aanslag - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Annotaties Publicaties: Fiscologue (I.)-Fiscologue international - 2022, n° 1741, p. 9-
- - B., C.; Note'Acquiescement ou non-réouverture des débats: la Cour au secours du fisc' Fiscoloog-Fiscoloog: nieuwsbrief over fiscaliteit - 2022, nr. 1741, p. 9-
- - C.B.; Noot'Fiscus krijgt ook nieuwe kans bij berusting of niet-heropening debatten' Tekst van de beslissing Nr. F.21.0089.N
- M. D. B.,
- J. W.,
- R. W., eisers, met als raadsman mr. Joke Vanden branden, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 64, bus 201, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur Centrum Particulieren Leuven, met kantoor te 3001 Leuven, Philipssite 3A, bus 1, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 15 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 december 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1044, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is berusten in een beslissing afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden of reeds heeft aangewend.
- Krachtens artikel 356, eerste lid, WIB92 blijft, wanneer tegen een beslissing van de directeur van de belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van een conclusie aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag. Wanneer de administratie met toepassing van artikel 356, eerste lid, WIB92 een subsidiaire aanslag aan het oordeel van de rechter onderwerpt, wendt zij geen rechtsmiddel aan in de zin van artikel 1044, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek.
- De berusting door de administratie in de beslissing van de rechter tot nietigverklaring van een aanslag houdt enkel in dat de administratie afstand doet van de rechtsmiddelen die zij tegen die beslissing kan aanwenden en staat derhalve niet eraan in de weg dat de administratie met toepassing van artikel 356, eerste lid, WIB92 een subsidiaire aanslag door middel van een conclusie aan het oordeel van de rechter onderwerpt.
- Het onderdeel dat aanvoert dat de appelrechters de bewijskracht van het aan hen voorgelegde stuk 3 miskennen, door te oordelen dat geenszins bewezen wordt dat de verweerder in het arrest van 13 september 2017, waarbij de aanvankelijke aanslagen werden vernietigd, heeft berust, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 356, eerste lid, WIB92 blijft, wanneer tegen een beslissing van de directeur van de belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van een conclusie aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag. Uit de tekst van de wet blijkt dat, wanneer de rechter de initiële aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, de zaak van rechtswege bij de rechter aanhangig blijft met het oog op de eventuele voorlegging door de administratie van een subsidiaire aanslag.
- Krachtens artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is het vonnis een eindvonnis in zover daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt uitgeput is, behoudens de rechtsmiddelen bij de wet bepaald. Krachtens artikel 19, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die zijn rechtsmacht over een geschilpunt heeft uitgeput, terzake niet meer geadieerd worden, behoudens de bij dit wetboek bepaalde uitzonderingen. De rechter die een initiële aanslag in de personenbelasting nietig verklaart, heeft zijn rechtsmacht met betrekking tot de wettigheid van die initiële aanslag uitgeput, maar kan nog steeds oordelen over de subsidiaire aanslag die navolgend door de administratie met toepassing van artikel 356 WIB92 aan hem wordt voorgelegd, die immers een nieuwe aanslag is waaromtrent de rechter zijn rechtsmacht nog niet heeft uitgeput.
- Uit al het voorgaande volgt dat de omstandigheid dat de rechter de initiële aanslag vernietigt in een vonnis of arrest waarin alle geschilpunten worden beslecht en het debat niet wordt heropend, niet eraan in de weg staat dat de administratie met toepassing van artikel 356, eerste lid, WIB92 een subsidiaire aanslag aan het oordeel van de rechter onderwerpt en dat de rechter oordeelt over de geldig- en invorderbaarverklaring van deze subsidiaire aanslag.
- De appelrechters oordelen dat: - de eisers onterecht aanvoeren dat het arrest van 13 september 2017 een eindarrest zou zijn waardoor de toepassing van artikel 356 WIB92 zou zijn uitgesloten; - de mogelijkheid tot toepassing van artikel 356 WIB92 uit de wet zelf voortvloeit en bestaat voor de Belgische Staat binnen de daarin vermelde termijn, die in deze zaak werd nageleefd; - daartoe niet vereist is dat het debat zou worden heropend na de initiële vernietiging van de aanvankelijke aanslagen of dat bovenaan in de tekst van het arrest zou worden vermeld dat het om een tussenarrest zou gaan; - de zaak toen van rechtswege op de rol is ingeschreven gebleven. Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- De mogelijkheid voor de administratie om, na een gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van de initiële aanslag door de rechter, om een andere reden dan verjaring, met toepassing van artikel 356 WIB92 door middel van een conclusie een subsidiaire aanslag aan het oordeel van de rechter te onderwerpen, op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag, betreft alle positieve en negatieve materiële elementen die tot de vaststelling van de belastbare grondslag bijdragen en is niet beperkt tot de belastingelementen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een fout of vergissing door de administratie waardoor de aanslag geheel of gedeeltelijk werd vernietigd.
- In zoverre het onderdeel aanvoert dat een subsidiaire aanslag niet mogelijk is om enkel de belastbare elementen te hernemen die reeds op correcte wijze in de aangifte werden opgenomen, faalt het naar recht.
- Krachtens artikel 356, vijfde lid, WIB92 wordt, wanneer de subsidiaire aanslag gevestigd wordt in hoofde van een overeenkomstig artikel 357 gelijkgestelde belastingschuldige, die aanslag aan de rechter onderworpen door een aan de gelijkgestelde belastingschuldige betekend verzoekschrift met dagvaarding om te verschijnen. Krachtens artikel 357, 1°, WIB92 worden voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 met dezelfde belastingschuldige gelijkgesteld de erfgenamen van de belastingschuldige. Wanneer de erfgenamen van de belastingschuldige op wiens naam de aanslag gevestigd is op het ogenblik van de nietigverklaring van deze aanslag reeds in het geding voor de rechter betrokken zijn, volstaat het dat de administratie een subsidiaire aanslag door middel van een conclusie aan het oordeel van de rechter onderwerpt en is niet vereist dat die aanslag aan de rechter onderworpen wordt door een aan die erfgenamen betekend verzoekschrift met dagvaarding om te verschijnen.
- In zoverre het onderdeel aanvoert dat de subsidiaire aanslagen enkel aan de appelrechters konden worden onderworpen door een aan de tweede en derde eiser betekend verzoekschrift met dagvaarding om te verschijnen, faalt het naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 228,69 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stevenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 20 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220120.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241114.1F.6 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260209.3F.3 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260327.1F.1 ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.012 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div