← België

J. contra BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220120.1N.6 Rolnummer: F.20.0072.N Zaak: J. contra BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-03-01 Raadplegingen: 1015 - laatst gezien 2026-06-19 10:43 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220120.1N.6 Fiches 1 - 2 De vormvereiste van een aangetekende brief maakt op zich geen wezenlijke vormvereiste van de verzending van het aanslagbiljet uit; indien het bestuur aantoont dat aan het juiste adres van de belastingplichtige is verzonden, dient het niet het bewijs te leveren dat de belastingplichtige het aanslagbiljet daadwerkelijk heeft ontvangen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslagbiljet Vrije woorden: Daadwerkelijke ontvangst - Bewijs door de administratie - Vereiste Wettelijke bepalingen: KB nr. 4 van 22 augustus 1934 - 4 - 22-08-1934 - Art. 11 - 01 Link Justel databank 19340822-01 Wetboek Inkomstenbelastingen 1964 - 26-02-1964 - Art. 272 - 31 Link Justel databank 19640226-31 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar Vrije woorden: Bezwaartermijn - Aanvang - Aanslagbiljet - Daadwerkelijke ontvangst - Bewijs door de administratie - Vereiste Wettelijke bepalingen: KB nr. 4 van 22 augustus 1934 - 4 - 22-08-1934 - Art. 11 - 01 Link Justel databank 19340822-01 Wetboek Inkomstenbelastingen 1964 - 26-02-1964 - Art. 272 - 31 Link Justel databank 19640226-31 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0072.N
  1. S. J.,
  2. K. J., eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal, Directeur te KMO Centrum Aalst, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 oktober 2019, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 23 december
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 december 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 267 WIB64 kan een belastingplichtige tegen het bedrag van de te zijnen name gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen bij de directeur der belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd. Krachtens artikel 272 WIB64 moeten de bezwaarschriften worden gemotiveerd en op straffe van verval ingediend uiterlijk op 30 april van het jaar na dat waarin de belasting is gevestigd, zonder dat de termijn evenwel minder dan zes maanden mag bedragen vanaf de datum van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de inning van de belasting op een andere wijze dan per kohier.
  5. Krachtens artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 4 van 22 augustus 1934 dienen de aanslagbiljetten dan alleen bij ter post aangetekende brief te worden verzonden wanneer zij belastingen betreffen welke minstens 1.000 frank in hoofdsom bereiken, zonder inbegrip van de bij wijze van straf geëiste geldboeten en verhogingen. De vormvereiste van een aangetekende brief maakt op zich geen wezenlijke vormvereiste van de verzending van het aanslagbiljet uit. Indien het bestuur aantoont dat aan het juiste adres van de belastingplichtige is verzonden, dient het niet het bewijs te leveren dat de belastingplichtige het aanslagbiljet daadwerkelijk heeft ontvangen. De loutere bewering door de belastingplichtige dat een aanslagbiljet niet verzonden is, heeft niet tot gevolg dat het bestuur dat voorhoudt dat het op het juiste adres van de belastingplichtige en in de gepaste vorm een aanslagbiljet heeft verzonden, ook het bewijs moet leveren dat die verzending effectief is gebeurd. De datum van verzending is, behoudens bewijs van het tegendeel, de op het aanslagbiljet vermelde verzendingsdatum.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de aanslagbiljetten het officiële adres vermelden van de rechtsvoorganger van de eiseressen; - de rechtsvoorganger van de eiseressen sinds 1991 voortvluchtig was tot hij op 6 december 1994 in Nederland werd aangetroffen; - de rechtsvoorganger van de eiseressen noch werd geschrapt noch werd afgeschreven van zijn officieel adres zoals vermeld op de aanslagbiljetten; - de vlucht van hun rechtsvoorganger enkel bewijst dat hij niet aanwezig was op zijn officieel adres; - hoe dan ook het feit dat hij de aanslagbiljetten niet heeft ontvangen wegens zijn afwezigheid enkel aan hemzelf kan worden toegerekend, aangezien hij zichzelf onbereikbaar heeft gemaakt; - het voortvluchtig zijn in deze periode geen overmacht uitmaakt; - het feit dat hij in deze omstandigheden de aanslagbiljetten niet heeft ontvangen, niet betekent dat ze niet door de verweerder zijn verstuurd en op het adres van de belastingplichtige zijn besteld door De Post; - wanneer uit de feiten blijkt dat het gebruikte adres het juiste blijkt te zijn, mag worden aangenomen dat het aanslagbiljet wel degelijk verzonden werd aan het juiste adres op het aanslagbiljet; - de loutere bewering van de belastingplichtige dat een aanslagbiljet niet verzonden is, niet tot gevolg heeft dat het bestuur dat voorhoudt dat het op het juiste adres van de belastingplichtige en in de gepaste vorm een aanslagbiljet heeft verzonden, ook het bewijs moet leveren dat die verzending effectief is gebeurd; - de echtgenote van de rechtsvoorganger van de eiseressen samen met de eiseressen steeds op datzelfde adres zijn blijven wonen; - de vaststelling dat zijn echtgenote expliciet op de berichten van wijziging of kennisgeving van aanslag van ambtswege heeft geantwoord, doet twijfelen aan de oprechtheid van de loutere bewering dat zij en de eiseressen de aanslagbiljetten niet hebben ontvangen; - het feit dat de rechtsvoorganger van de eiseressen en zijn echtgenote geantwoord hebben op de documenten uit de pretaxatiefase, terwijl deze telkens aan hetzelfde adres werden gericht als de aanslagbiljetten, bewijst dat zij op dat adres wel degelijk de correspondentie van de verweerder in goede orde ontvingen; - het vermoeden dat de verzending gebeurde op de datum vermeld op de aanslagbiljetten niet wordt weerlegd.
  7. Met die redenen verantwoorden de appelrechters naar recht hun oordeel dat de bezwaarschriften, die dateren van 3 oktober 1996 en gericht zijn tegen aanslagbiljetten die dateren van 1990 en 1991, laattijdig ingediend werden, zodat de bezwaren niet ontvankelijk zijn en de fiscale voorziening ongegrond. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 377,63 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 20 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220120.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220120.1N.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260102.1F.1 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260416.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.