← België

Motiv N.V voorheen EVILO c. SECUREX

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220124.3N.6 Rolnummer: C.21.0047.N Zaak: Motiv N.V voorheen EVILO c. SECUREX Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-03-01 Raadplegingen: 769 - laatst gezien 2026-06-19 00:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Indien de schade door de samenlopende fouten van zowel een derde als de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber is veroorzaakt, is de omstandigheid dat de schade door een arbeidsongeval is veroorzaakt zonder invloed op de verplichting van de aansprakelijke derde om naar het gemeen recht de integrale schade te vergoeden van de getroffene, die zelf geen fout treft, of zijn rechthebbenden

(1).
(1)Zie Cass. 8 november 2021, AR C.20.0108.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211108.3N.10, AC 2021, nr.
  1. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - AANSPRAKELIJKHEID - Werknemer. Werkgever Vrije woorden: Derde aansprakelijke - Samenlopende fouten - Integrale vergoeding Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Artt. 46, §§ 1 en 2, tweede lid, en 47 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Fiche 2 De omstandigheid dat de schade door een arbeidsongeval is veroorzaakt heeft geen invloed op de verplichting van de aansprakelijke derde om de arbeidsongevallenverzekeraar of Fedris te vergoeden voor de uitgaven ten belope waarvan deze overeenkomstig het voormelde artikel 47 Arbeidsongevallenwet in de rechten van de getroffene, die zelf geen fout treft, of zijn rechthebbenden gesubrogeerd zijn. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - AANSPRAKELIJKHEID - Werknemer. Werkgever Vrije woorden: Derde aansprakelijke - Samenlopende fouten - Integrale vergoeding - Subrogatie - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Artt. 46, §§ 1 en 2, tweede lid, en 47 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 14-15, p. 1037-
  2. - DE KEZEL, Evelien; Noot'De verdeling van de schadelast tussen de werkgever en een derde na een arbeidsongeval' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0047.N MOTIV nv, voorheen genaamd EVILO nv, met zetel te 8792 Waregem (Desselgem), Leemputstraat 71, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0412.898.811, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  3. SECUREX ARBEIDSONGEVALLEN, gemeenschappelijke verzekeringskas, met zetel te 9031 Gent (Drongen), Brouwerijstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.037.896, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste verweerster woonplaats kiest,
  4. K.H.Q., optredend in eigen naam en als ouder, wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon J.A., tweede verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 oktober
  5. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 30 november 2021 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  6. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek verplicht elke daad, nalatigheid of onvoorzichtigheid waardoor schade wordt veroorzaakt aan een ander, degene door wiens schuld schade is ontstaan, die schade te vergoeden. Wanneer schade werd veroorzaakt door de samenlopende fouten van verschillende personen, moet ieder van hen, in de regel, de integrale schade vergoeden van het slachtoffer dat geen fout heeft begaan.
  7. Krachtens artikel 46, § 1, Arbeidsongevallenwet is, ongeacht de uit deze wet voortvloeiende rechten, de rechtsvordering inzake burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de getroffene of zijn rechthebbenden slechts mogelijk tegen de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber in de in deze bepaling opgesomde gevallen. Krachtens artikel 46, § 2, tweede lid, Arbeidsongevallenwet mag de volgens het gemeen recht toegekende vergoeding, die geen betrekking kan hebben op de vergoeding van de lichamelijke schade zoals zij gedekt is door deze wet, samengevoegd worden met de krachtens deze wet toegekende vergoedingen. Krachtens artikel 47 Arbeidsongevallenwet kunnen de arbeidsongevallenverzekeraar of Fedris een rechtsvordering instellen tegen de voor het arbeidsongeval aansprakelijke tot beloop van de krachtens artikel 46, § 2, eerste lid, gedane uitkering-en, de ermee overeenstemmende kapitalen, alsmede de bedragen en kapitalen bedoeld bij de artikelen 51bis, 51ter en 59quinquies. Zij kunnen die burgerlijke vordering instellen op dezelfde wijze als het slachtoffer of zijn rechthebbenden en worden gesubrogeerd in de rechten die de getroffene of zijn rechthebbende bij niet-vergoeding overeenkomstig artikel 46, § 2, eerste lid, krachtens het gemene recht, hadden kunnen uitoefenen.
  8. Uit het geheel van deze wetsbepalingen volgt dat indien de schade door de samenlopende fouten van zowel een derde als de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber is veroorzaakt, de omstandigheid dat de schade door een arbeidsongeval is veroorzaakt zonder invloed is op de verplichting van de aansprakelijke derde om naar het gemeen recht de integrale schade te vergoeden van de getroffene, die zelf geen fout treft, of zijn rechthebbenden. De omstandigheid dat de schade door een arbeidsongeval is veroorzaakt heeft bijgevolg evenmin invloed op de verplichting van de aansprakelijke derde om de arbeidsongevallenverzekeraar of Fedris te vergoeden voor de uitgaven ten belope waarvan deze overeenkomstig het voormelde artikel 47 Arbeidsongevallenwet in de rechten van de getroffene, die zelf geen fout treft, of zijn rechthebbenden gesubrogeerd zijn.
  9. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - J.A., echtgenoot van de tweede verweerster en vader van haar minderjarige zoon, het slachtoffer werd van een dodelijk arbeidsongeval bij Bonar Technical Fabrics nv door in een verpakkingsmachine geklemd te raken en te stikken; - de eiseres ten aanzien van derden een buitencontractuele fout heeft begaan door een machine te fabriceren en te leveren die niet voldeed aan de wettelijke veiligheidsnormen; - wanneer die fout schade veroorzaakt aan derden, zij gerechtigd zijn op de vergoeding ervan; - het oorzakelijk verband niet ernstig betwist kan worden; - wijlen J.A. geen onvoorzichtigheid heeft begaan in oorzakelijk verband met het ongeval; - de preventieadviseur van Bonar Technical Fabrics nv de machine bij de indienststelling diende te inspecteren en daarbij had moeten opmerken dat aan de voorzijde van de machine geen bescherming was aangebracht en de optische bescherming geen afdoende bescherming bood; - de preventieadviseur een werknemer is van Bonar Technical Fabrics nv en deze laatste als werkgever geniet van de immuniteit vastgelegd in artikel 46 Arbeidsongevallenwet; - wanneer de schade die het slachtoffer heeft opgelopen te wijten is aan samenlopende fouten begaan door verschillende personen, het slachtoffer elk van die personen voor het geheel kan aanspreken; - de immuniteit waarvan Bonar Technical Fabrics nv geniet, geen afbreuk doet aan die regel; - het niet is omdat Bonar Technical Fabrics nv niet in schadevergoeding kan worden aangesproken, dat de tweede verweerster, in beide hoedanigheden, en de eerste verweerster, in haar hoedanigheid van gesubrogeerde in de rechten van het slachtoffer, niet de vergoeding van de volledige schade kunnen vorderen van de eiseres.
  10. De appelrechter die de eiseres op grond van deze redenen veroordeelt tot betaling van de volledige schade die de tweede verweerster in eigen naam en na tussenkomst van de eerste verweerster nog lijdt, tot betaling van een morele schadevergoeding aan de tweede verweerster in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon en tot terugbetaling aan de eerste verweerster van de integrale door haar verrichte en nog te verrichten uitgaven, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  11. Uit de hiervoor in ro 4 weergegeven redenen blijkt dat de appelrechter Bonar Technical Fabrics nv mede aansprakelijk acht voor het ongeval. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, gaat het uit van het tegendeel en berust het aldus op een onjuiste lezing van het arrest. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 333,57 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 24 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220124.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211108.3N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.