id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.14 Rolnummer: P.22.0074.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-01-31 Raadplegingen: 759 - laatst gezien 2026-06-18 23:45 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Indien de partijen in hun conclusies onder vermelding van feitelijke gegevens het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld betwisten, kan het onderzoeksgerecht dat de voorlopige hechtenis handhaaft, volstaan met de precisering van de gegevens die volgens haar dergelijke aanwijzingen van schuld uitmaken; het enkele antwoord dat de aangevoerde betwisting het onderzoeksgerecht niet overtuigt, volstaat niet. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 23, 4°, en 30, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 23, 3°, en 30, § 3 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0074.N S. A., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Philip Daeninck, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 januari 2022. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het arrest verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet: door enkel te verwijzen naar de ernstige aanwijzingen van schuld zoals vermeld in het bevel tot aanhouding en verder enkel te oordelen dat de verklaringen van een medeverdachte daaraan geen afbreuk doen, beantwoordt het arrest niet eisers verweer waarbij hij die ernstige aanwijzingen van schuld betwistte en de appelrechters uitnodigde te preciseren welke gegevens deze schuldaanwijzingen uitmaken; de ernstige aanwijzingen van schuld zijn immers op een evolutieve wijze te interpreteren; het gegeven dat een medeverdachte inmiddels heeft toegegeven dat hij de persoon was die de schoten heeft afgevuurd, maakt dat de ernstige aanwijzingen van schuld zoals opgenomen in het bevel tot aanhouding niet langer actueel zijn. 3. Volgens artikel 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet, dat ingevolge artikel 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet van toepassing is op de rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling, moet het onderzoeksgerecht antwoorden op de conclusies van partijen. Indien de partijen in hun conclusies onder vermelding van feitelijke gegevens het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld betwisten, kan het onderzoeksgerecht dat de voorlopige hechtenis handhaaft, volstaan met de precisering van de gegevens die volgens haar dergelijke aanwijzingen van schuld uitmaken. Het enkele antwoord dat de aangevoerde betwisting het onderzoeksgerecht niet overtuigt, volstaat niet. 4. In zijn appelconclusie heeft de eiser, met verwijzing naar de diverse verklaringen afgelegd tijdens het gerechtelijk onderzoek en in het bijzonder de verklaring van M.P. waarbij deze toegeeft diegene te zijn die het vuurwapen heeft afgevuurd, uitdrukkelijk betwist dat er tegen hem nog voldoende aanwijzingen van schuld bestaan. 5. Met de enkele redenen dat de ernstige aanwijzingen van schuld zoals vermeld in het bevel tot aanhouding nog steeds actueel zijn en de verklaringen van M.P. daar op geen enkele wijze afbreuk aan doen, beantwoordt het arrest dit verweer niet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest behoudens in zoverre het eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 116,05 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.14 Gerelateerde publicatie(
- s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.14 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.32 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.