id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.2 Rolnummer: P.21.1251.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-01-31 Raadplegingen: 442 - laatst gezien 2026-06-15 07:15 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Leerlingenvervoer is bezoldigd in de zin van artikel 43, eerste lid, 7°, KB Rijbewijs van zodra de leerlingen een of andere vorm van betaling verrichten voor het vervoer en dit ongeacht het bedrag dat de leerlingen betalen en ongeacht het gegeven of de chauffeur voor zijn diensten wordt vergoed. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Vrije woorden: Begrip Wettelijke bepalingen: KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Artt. 42 en 43, eerste lid, 7° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1251.N
- M. A. D. V. B., beklaagde,
- HET GROENE LILARE vzw, met zetel te 9660 Brakel, Groenstraat 15A, burgerrechtelijk aansprakelijke partij, eisers, met als raadsman mr. Christophe Saveyn, advocaat bij de balie Oudenaarde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, van 10 september
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het bestreden vonnis spreekt de eiser I vrij voor de telastlegging A. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 43, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (hierna KB Rijbewijs): het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het door de eiser uitgevoerde vervoer een bezoldigd karakter heeft en dat de omvang van het betaalde bedrag niet relevant is; het interpreteert de door de minister van Mobiliteit gegeven verduidelijking verkeerd en geeft aan het begrip bezoldigd leerlingenvervoer een inhoud, zonder acht te slaan op de aard van het betaalde bedrag; een kilometervergoeding is geen bezoldiging, maar een terugbetaling van gemaakte kosten; er is geen sprake van een verdoken bezoldiging, wat het bestreden vonnis ook niet vaststelt.
- Krachtens artikel 42, eerste lid, KB Rijbewijs moet de kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E een onderzoek ondergaan dat vaststelt of hij voldoet aan de normen voorgeschreven in bijlage 6 voor de groep. Krachtens artikel 43, eerste lid, 7°, KB Rijbewijs zijn eveneens gehouden om het door artikel 42 KB Rijbewijs bedoelde onderzoek te ondergaan de houders van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig voor de categorie A1, A2, A, B of B+E of voor een gelijkwaardige categorie, wanneer ze beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 3, § 1, en zij een voertuig bestemd voor bezoldigd leerlingenvervoer besturen.
- Leerlingenvervoer is bezoldigd in de zin van artikel 43, eerste lid, 7°, KB Rijbewijs van zodra de leerlingen een of andere vorm van betaling verrichten voor het vervoer en dit ongeacht het bedrag dat de leerlingen betalen en ongeacht het gegeven of de chauffeur voor zijn diensten wordt vergoed. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div