id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.4 Rolnummer: P.21.1287.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2022-01-31 Raadplegingen: 562 - laatst gezien 2026-06-15 07:24 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het voldaan zijn van de vordering van de fiscale administratie op een derde ingevolge de ontduiking van inkomstenbelastingen en btw die deze derde is verschuldigd, belet op grond van artikel 450bis, tweede lid, WIB92 niet de bijzondere verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel dat de dader heeft verkregen ingevolge de ontduiking van door hemzelf verschuldigde inkomstenbelastingen. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 42, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 450bis, tweede lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 42, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 450bis, tweede lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1287.N S. F. G. V. D. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Steven Vancolen, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 41, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 21 september 2021, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 21 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering, artikel 450bis WIB92 en de artikelen 42, 3°, en 43bis Strafwetboek: enerzijds neemt het arrest aan dat de fiscale vordering voor wat betreft de inkomstenbelastingen, btw en aanhorigheden in de zin van artikel 450bis WIB92 is geregeld, zij het met de vaststelling dat deze enkel werd gericht tegen O.L. nv; anderzijds beveelt het arrest lastens de eiser de bijzondere verbeurdverklaring van een vermogensvoordeel van 239.448,50 euro, bestaande uit de ontdoken inkomstenbelastingen bepaald in de telastleggingen F.1 tot F.4; aldus schendt het arrest artikel 450bis, tweede lid, WIB92 en is het tegenstrijdig gemotiveerd.
- Artikel 450bis, tweede lid, WIB92 bepaalt: “Artikel 42, 3°, van het Strafwetboek vindt geen toepassing op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de fiscale misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen in geval de vordering van de fiscale administratie gegrond wordt verklaard en tot een effectieve betaling van deze volledige vordering heeft geleid.” Het voldaan zijn van de vordering van de fiscale administratie op een derde ingevolge de ontduiking van inkomstenbelastingen en btw die deze derde is verschuldigd, belet op grond van deze bepaling niet de bijzondere verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel dat de dader heeft verkregen ingevolge de ontduiking van door hemzelf verschuldigde inkomstenbelastingen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Bij arrest van het hof van beroep te Gent van 2 januari 2019, dat op dit punt in kracht van gewijsde is getreden, is de eiser schuldig verklaard aan de telastleggingen F.1 tot F.4, bestaande in de bedrieglijke niet-aangifte in zijn personenbelasting van belastbare inkomsten voor in totaal 478.896,59 euro, die hij in contanten heeft afgehaald van rekeningen van O.L. nv.
- In zijn appelconclusie heeft de eiser aangevoerd dat de door O.L. nv verschuldigde btw is geregeld in het kader van de uitvoering van het globale akkoord dat O.L. nv sloot met de BBI, alsook: “Evenzeer de betrokken inkomstenbelastingen zijn geregeld in het kader van de uitvoering van het globaal akkoord dat [O.L. nv] afsloot met de BB
- De door [O.L. nv] betaalde belasting — inclusief een belastingverhoging van 50 % - werd met name berekend met ondermeer als belastbare grondslag de totaliteit van de bedragen aan de orde in voorliggend dossier, cf. de facturatie "CMP Products" (stuk I.6.a, p. 2 en p. 3, tite11.2.1, voorlaatste alinea en stuk I.6.b). Daarvan kan bevestiging (gevonden) worden in het arrest van het hof van beroep van Gent van 11/10/2016 (stuk I.6.c)”
- Het arrest oordeelt: “[De eiser] stelt in conclusie dat [O.L. nv] de volledige inkomstenbelastingen, BTW en aanhorigheden zou hebben geregeld in het kader van een globaal akkoord met de Belgische Staat, zodat er geen verbeurdverklaring meer zou moeten worden uitgesproken. Uit artikel 450bis WIB92 (…) blijkt dat artikel 42,3° Strafwetboek geen toepassing meer vindt op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit fiscale misdrijven werden verkregen wanneer de fiscus een vordering heeft gesteld en er tot volledige betaling van die vordering werd overgegaan. De stukken waarnaar [de eiser] verwijst hebben enkel betrekking op [O.L. nv], over haar directe en indirecte belastingen. Hieruit blijkt niet dat de inkomstenbelasting van [de eiser] werd geregeld en betaald, zodat de verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen niet uitgesloten is.” Aldus stelt het arrest niet vast dat de fiscale vordering met betrekking tot de door de eiser verschuldigde inkomstenbelastingen, bedoeld in de telastleggingen F.1 tot F.4, is voldaan en is de beslissing zonder enige tegenstrijdigheid naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 196,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220125.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div