← België

H. contra De Lijn

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.5 Rolnummer: C.21.0212.N Zaak: H. contra De Lijn Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2022-02-07 Raadplegingen: 1087 - laatst gezien 2026-06-19 05:06 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een motorrijtuig is betrokken in de zin van artikel 29bis, §1 W.A.M.-wet wanneer het enige rol heeft gespeeld in het verkeersongeval; dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest een invloed heeft gehad op het verkeersongeval; hiervoor is niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het ongeval

(1).
(1)Cass. 13 juni 2014, AR C.13.0184.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140613.1, AC 2014, nr. 427, met concl. van advocaat-generaal Th. WERQUIN op datum in Pas.; Cass. 28 april 2011, AR C.10.0492.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110428.7, AC 2011, nr. 286; Cass. 3 oktober 2008, AR C.07.0130.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081003.3, AC 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Artikel 29bis, § 1 WAM 1989 - Betrokken motorrijtuig - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0212.N R. H., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN, met zetel te 2800 Mechelen, Motstraat 20, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0242.069.537, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 6 november
  2. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  3. Krachtens artikel 29bis, § 1, WAM-wet wordt bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, met inbegrip van de kledijschade, hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken.
  4. Een motorrijtuig is betrokken in de zin van deze wetsbepaling wanneer het enige rol heeft gespeeld in het verkeersongeval, dit is wanneer het zonder hiervoor een noodzakelijk element te zijn geweest, een invloed heeft gehad op het verkeersongeval. Hierbij is niet vereist dat een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het ongeval.
  5. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de stilstand van de bus niet belet dat deze betrokken was in het schadegeval; - geen enkel gegeven enige actie van de bestuurder of van de bus impliceert; - volgens de email van 17 december 2016 van de eiseres haar been geschramd was “aan het onderste van de deuropening van de bus”; - niet kan worden uitgesloten en het zelfs waarschijnlijk is dat de eiseres gevallen is vóór zij in de bus terechtkwam; - uit de val en kwetsuren van de eiseres niet kan worden afgeleid dat ze het slachtoffer was van een verkeersongeval; - de fiche van de buschauffeur onvoldoende gedetailleerd is om daaruit op te maken dat de eiseres gevallen is toen zij de bus aan het opstappen was of vlak voordien.
  6. De appelrechter die op grond van deze redenen oordeelt dat de eiseres niet bewijst dat zij is gevallen naar aanleiding van het opstappen van de bus en de bus aldus geen rol heeft gespeeld in het ongeval, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 27 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260430.1N.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081003.3 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110428.7 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140613.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.