id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.6 Rolnummer: C.21.0137.N Zaak: NV Lamo contra Gemeente Nazareth Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-02-07 Raadplegingen: 958 - laatst gezien 2026-06-19 02:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De kosten die de benadeelde besteedt aan het herstel van de schade doen geen andere schade ontstaan waardoor een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Geen nieuwe verjaringstermijn door herstel schade Fiche 2 De benadeelde die met een derde een overeenkomst sluit tot herstel van de schade en die deze kosten verhaalt op de voor de schade aansprakelijke persoon, stelt geen vrijwaringsvordering in zoals bedoeld in artikel 2257, derde lid Oud Burgerlijk Wetboek
(1)Zie Cass. 20 februari 2020, AR C.18.0575.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200220.1N.5, AC 2020, nr. 148, met concl. van eerste advocaat-generaal R. MORTIER en Cass. 8 mei 2017, AR C.16.0121.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170508.1, AC 2017, nr. 315, met concl. van advocaat-generaal H. VANDERLINDEN. Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Begrip uitwinning - Vordering in vrijwaring Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2257, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0137.N LAMO nv, met zetel te 8755 Ruiselede, Industriestraat 19, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0414.811.293, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen GEMEENTE NAZARETH, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9810 Nazareth, Dorp 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.453.801, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 december
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN Uit het arrest blijkt dat: - op 4 maart 2011 olie afkomstig van het bedrijfsterrein van de eiseres in de riolering terecht kwam; - de verweerster (hierna de gemeente) dezelfde dag opdracht gaf aan Vlerick om tot reiniging over te gaan; - de gemeente op dat ogenblik kennis had van de voor de vervuiling aansprakelijke persoon, namelijk de eiseres; - nadat de betaling werd geweigerd en de vordering van Vlerick tegen de eiseres door de rechter werd afgewezen, Vlerick zich keerde tegen de gemeente; - bij dagvaarding van 2 februari 2018 Vlerick van de gemeente de betaling van de door haar uitgevoerde ruim- en reinigingswerken vorderde; - de gemeente hierop de eiseres op 9 maart 2018 in tussenkomst en vrijwaring heeft gedagvaard; - de eiseres opwierp dat de tegen haar ingestelde vordering verjaard was. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 2257, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek loopt de verjaring niet ten aanzien van een vordering tot vrijwaring zolang de uitwinning niet heeft plaatsgehad. Deze bepaling vormt een toepassing van het principe dat de verjaring van een vordering pas kan beginnen lopen vanaf de dag waarop het recht om de rechtsvordering in te stellen ontstaat.
- Krachtens artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, verjaren alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. De kosten die de benadeelde besteedt aan het herstel van de schade doen geen andere schade ontstaan waardoor een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen. De benadeelde die met een derde een overeenkomst sluit tot herstel van de schade en die deze kosten verhaalt op de voor de schade aansprakelijke persoon stelt geen vrijwaringsvordering in zoals bedoeld in artikel 2257, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek.
- De appelrechter die oordeelt dat de vordering van de gemeente niet is verjaard niettegenstaande zij langer dan vijf jaar na het schadegeval werd ingesteld omdat volgens artikel 2257 Oud Burgerlijk Wetboek de verjaring niet loopt ten aanzien van een vordering tot verjaring, zolang de uitwinning niet heeft plaats gehad, en bijgevolg de verjaring eerst liep vanaf het instellen van de vordering door Vlerick, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 27 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170508.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200220.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div