← België

Gemeente Maasmechelen contra HS-TRADING

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.8 Rolnummer: C.21.0189.N Zaak: Gemeente Maasmechelen contra HS-TRADING Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2022-02-07 Raadplegingen: 2013 - laatst gezien 2026-06-19 16:19 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een rechterlijk bevel in de zin van artikel 877 Gerechtelijk Wetboek onderstelt dat een concreet stuk wordt beoogd; de rechter kan krachtens voormelde bepaling een partij niet verplichten om informatie te geven en alle relevante stukken waarover zij beschikt in het debat te brengen

(1).
(1)Zie Cass. 11 september 2014, AR C.13.0014.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140911.1, AC 2014, nr. 511, met concl. van advocaat-generaal A. HENKES, op datum in Pas.; Cass. 28 juni 2012, AR C.10.0608.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120628.10, AC 2012, nr. 420; Cass. 13 november 2009, AR C.07.0242.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091113.5, AC 2009, nr.
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Artikel 877 Gerechtelijk Wetboek - "Stuk" - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 877 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De rechterlijke verplichting om desgevallend ambtshalve en waar nodig met eerbiediging van de rechten van verdediging de toepasselijke rechtsregels op te werpen, geldt maar wanneer de partijen in het bijzonder feiten en handelingen tot staving van hun vorderingen dan wel verweer hebben aangevoerd. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Taak van de rechter - Aanvulling van rechtsgronden - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.4, eerste lid - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Annotaties Publicaties: TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2022, nr. 7, p. 933-
  2. - SCHELKENS, Matthias; VERMEULEN, Nicolas; Noot'Over de verplichting van de burgerlijke rechter om ambtshalve bewijsregels op te werpen' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0189.N GEMEENTE MAASMECHELEN, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3630 Maasmechelen, Heirstraat 239, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.691.351, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen HS-TRADING bv, met zetel te 3960 Bree, Ziepstraat 1, bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.766.412, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 januari
  3. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  4. Krachtens artikel 877 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, wanneer er ernstige en bepaalde aanwijzingen bestaan dat een partij of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit, bevelen dat het stuk of een eensluidend afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging wordt gevoegd. Een rechterlijk bevel in de zin van voormelde bepaling onderstelt dat een concreet stuk wordt beoogd.
  5. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de rechter krachtens voormelde bepaling een partij kan verplichten om informatie te geven en alle relevante stukken waarover zij beschikt in het debat te brengen, faalt het naar recht.
  6. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de vraag van de eiseres tot veroordeling van de verweerster om, met toepassing van artikel 877 Gerechtelijk Wetboek, de nodige informatie te verstrekken omtrent het resultaat van een andere procedure, ongegrond is omdat niet aan de vereisten van deze wetsbepaling is voldaan; - artikel 877 Gerechtelijk Wetboek betrekking heeft op een ‘stuk’ dat een partij onder zich houdt; - de vraag tot ‘het verstrekken van de nodige informatie’ niet is aan te merken als een stuk in de zin van deze wetsbepaling.
  7. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechter met deze redenen te kennen geeft “dat [hij] niet bij machte is om aan een partij die de bewijslast niet draagt bevel op te leggen om mee te werken aan de bewijsvoering en in het bijzonder bevel op te leggen om de nodige informatie te geven”, mist het feitelijke grondslag.
  8. Krachtens artikel 8.4, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet hij die meent een ander in rechte te kunnen aanspreken, de rechtshandelingen of feiten bewijzen die daaraan ten grondslag liggen. Het tweede en het derde lid van hetzelfde artikel vervolgen dat hij die beweert bevrijd te zijn, de rechtshandelingen of feiten moet bewijzen die zijn bewering ondersteunen en dat alle partijen zijn gehouden om mee te werken aan de bewijsvoering. Deze laatste verplichting vloeit eveneens voort uit het algemeen rechtsbeginsel dat procespartijen ertoe zijn gehouden om loyaal mee te werken aan de bewijsvoering.
  9. De rechter moet, desgevallend ambtshalve en waar nodig met eerbiediging van het recht van verdediging, de rechtsregels opwerpen waarvan de toepassing is geboden door de feiten en handelingen die de partijen in het bijzonder aanvoeren tot staving van de vorderingen en het gebeurlijke verweer. Deze rechterlijke verplichting onderstelt dat de partijen in het bijzonder feiten en handelingen tot staving van hun vorderingen dan wel verweer hebben aangevoerd. Dan pas moet de rechter, desgevallend ambtshalve en waar nodig met eerbiediging van het recht van verdediging, de rechtsregels opwerpen waarvan de toepassing is geboden door die feiten en handelingen. Bij gebrek aan in het bijzonder aangevoerde feiten en handelingen, geldt de rechterlijke verplichting niet. De rechter moet dus niet alle gelet op de voorliggende feiten en handelingen mogelijke doch niet-aangevoerde rechtsregels op hun toepassing onderzoeken, maar enkel de toepassing van de niet-aangevoerde rechtsregels die zich door de in het bijzonder aangevoerde feiten en handelingen onmiskenbaar aan hem opdringen.
  10. De rechter beoordeelt onaantastbaar of een bewijsmaatregel, zoals een bevel tot overlegging van bepaalde informatie, dienstig is voor de beoordeling van het geschil. Voor zover hij het recht op bewijs van de partijen niet miskent, is de rechter niet verplicht om een bewijsmaatregel te bevelen.
  11. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - de eiseres heeft gevraagd dat de verweerster informatie zou overleggen omtrent de resultaten van een andere procedure, namelijk de procedure jegens Stichting Muziekgieterij; - de verweerster antwoordde dat de vergoeding die zij kreeg in deze procedure beperkt bleef tot een bedrag van 5.000 euro en zij tot staving daartoe een dading bijbracht; - de eiseres repliceerde dat de dading onleesbaar was en zij haar standpunt handhaafde.
  12. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechter in de gegeven omstandigheden ertoe was gehouden artikel 8.4 Burgerlijk Wetboek en het algemeen rechtsbeginsel dat procespartijen ertoe zijn gehouden om loyaal mee te werken aan de bewijsvoering, op de bedoelde vraag van de eiseres toe te passen om zodoende mogelijk een bevel op te leggen om mee te werken aan de bewijsvoering en in het bijzonder een bevel tot overleggen van bepaalde informatie, kan het niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de schade door het verlies van een kans om het festival verder uit te bouwen, het de veroordeling tot vergoeding van voormelde schade opneemt in de tekst die de verweerster kan laten publiceren als herstel in natura van haar reputatieschade en het uitspraak doet over de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 27 januari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220127.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221223.1N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091113.5 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120628.10 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140911.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.