← België

Y. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220201.2N.5 Rolnummer: P.21.1412.N Zaak: Y. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-02-08 Raadplegingen: 1168 - laatst gezien 2026-06-18 15:05 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Het staat aan de strafrechter ingeval van een vervolging wegens de door de artikelen 489bis, 2° en 4°, en 489ter, 1°, Strafwetboek bedoelde insolventiemisdrijven, de datum te bepalen van het werkelijk faillissement indien daarover betwisting wordt gevoerd en hij is daarbij niet gebonden door de door het ondernemingsgerecht aangenomen datum

(1).
(1)F. DESTERBECK, Het Misdrijf Faillissement Overzicht van het faillissementsstrafrecht, Intersentia 2020; P. TRAEST, “Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement”, in Ondernemingsrecht, Die Keure en M&D Seminars, 1999, 5-40 ; Zie J. SPREUTELS, Fr. ROGGEN en E. ROGER FRANCE, Droit pénal des affaires, Bruylant, 2005, 1111-1170; Th. AFSCHRIFT en V. DE BRAUWERE, Manuel de droit pénal financier, Kluwer,nrs. 668-801; A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Kluwer, 6e ed., p. 332 ev. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - MISDRIJVEN IN VERBAND MET FAILLISSEMENT, BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 489bis, 2° en 4°, en 489ter, 1° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 2 Een schuldenaar bevindt zich in staat van faillissement indien hij op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en indien zijn krediet is geschokt en de schuldenaar heeft op duurzame wijze opgehouden te betalen indien hij zich in de blijvende onmogelijkheid bevindt om zijn vaststaande en opeisbare schulden te voldoen, waarbij niet vereist is dat het ophouden van het betalen totaal is of met andere woorden dat de schuldenaar elke betaling heeft gestaakt en het krediet van een schuldenaar is geschokt indien de schuldenaar het vertrouwen van zijn schuldeisers heeft verloren; de voorwaarde van het geschokt zijn van het krediet is nauw verbonden met de voorwaarde van het opgehouden hebben van betalen in die zin dat de rechter kan oordelen dat het op duurzame wijze hebben opgehouden te betalen van die aard is dat het krediet van de schuldenaar is geschokt en de rechter oordeelt onaantastbaar of aan deze voorwaarden is voldaan waarbij het Hof nagaat of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(1).
(1)F. DESTERBECK, Het Misdrijf Faillissement Overzicht van het faillissementsstrafrecht, Intersentia 2020; P. TRAEST, “Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement”, in Ondernemingsrecht, Die Keure en MD Seminars, 1999, 5-40 ; Zie J. SPREUTELS, Fr. ROGGEN en E. ROGER FRANCE, Droit pénal des affaires, Bruylant, 2005, 1111-1170; Th. AFSCHRIFT en V. DE BRAUWERE, Manuel de droit pénal financier, Kluwer,nrs. 668-801; A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Kluwer, 6e ed., p. 332 ev. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - MISDRIJVEN IN VERBAND MET FAILLISSEMENT, BEDRIEGLIJK ONVERMOGEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 489bis, 2° en 4°, en 489ter, 1° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 Een schuldenaar bevindt zich in staat van faillissement indien hij op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en indien zijn krediet is geschokt en de schuldenaar heeft op duurzame wijze opgehouden te betalen indien hij zich in de blijvende onmogelijkheid bevindt om zijn vaststaande en opeisbare schulden te voldoen, waarbij niet vereist is dat het ophouden van het betalen totaal is of met andere woorden dat de schuldenaar elke betaling heeft gestaakt en het krediet van een schuldenaar is geschokt indien de schuldenaar het vertrouwen van zijn schuldeisers heeft verloren; de voorwaarde van het geschokt zijn van het krediet is nauw verbonden met de voorwaarde van het opgehouden hebben van betalen in die zin dat de rechter kan oordelen dat het op duurzame wijze hebben opgehouden te betalen van die aard is dat het krediet van de schuldenaar is geschokt en de rechter oordeelt onaantastbaar of aan deze voorwaarden is voldaan waarbij het Hof nagaat of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(1).
(1)F. DESTERBECK, Het Misdrijf Faillissement Overzicht van het faillissementsstrafrecht, Intersentia 2020; P. TRAEST, “Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement”, in Ondernemingsrecht, Die Keure en M&D Seminars, 1999, 5-40 ; Zie J. SPREUTELS, Fr. ROGGEN en E. ROGER FRANCE, Droit pénal des affaires, Bruylant, 2005, 1111-1170; Th. AFSCHRIFT en V. DE BRAUWERE, Manuel de droit pénal financier, Kluwer,nrs. 668-801; A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Kluwer, 6e ed., p. 332 ev. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 489bis, 2° en 4°, en 489ter, 1° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1412.N M Y, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Laurens Evens, advocaat bij de balie Limburg, tegen Herman DRIESSEN, als curator van het faillissement van METELIK bv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 oktober
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 489bis, 2° en 4°, 489ter, 1°, en 490bis Strafwetboek: met de redenen die het arrest heeft overgenomen van het beroepen vonnis vermeldt het niet de objectieve gegevens die de beslissing verantwoorden om 1 augustus 2016 aan te nemen als datum van staking van betaling en het wankelen van het krediet van Metelik bv; deze redenen staan niet toe die toestand op die datum te bepalen; die beslissing en de schuldigverklaring aan de feiten van de telastleggingen A, B, D en E is dan ook niet naar recht verantwoord.
  3. Het staat aan de strafrechter ingeval van een vervolging wegens de door de artikelen 489bis, 2° en 4°, en 489ter, 1°, Strafwetboek bedoelde insolventiemisdrijven, de datum te bepalen van het werkelijk faillissement indien daarover betwisting wordt gevoerd. De strafrechter is daarbij niet gebonden door de door het ondernemingsgerecht aangenomen datum.
  4. Een schuldenaar bevindt zich in staat van faillissement indien hij op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en indien zijn krediet is geschokt.
  5. De schuldenaar heeft op duurzame wijze opgehouden te betalen indien hij zich in de blijvende onmogelijkheid bevindt om zijn vaststaande en opeisbare schulden te voldoen. Niet is vereist dat het ophouden van het betalen totaal is, of met andere woorden dat de schuldenaar elke betaling heeft gestaakt.
  6. Het krediet van de schuldenaar is geschokt indien de schuldenaar het vertrouwen van zijn schuldeisers heeft verloren.
  7. De voorwaarde van het geschokt zijn van het krediet is nauw verbonden met de voorwaarde van het opgehouden hebben van betalen in die zin dat de rechter kan oordelen dat het op duurzame wijze hebben opgehouden te betalen van die aard is dat het krediet van de schuldenaar is geschokt.
  8. De strafrechter oordeelt onaantastbaar of aan de voorwaarden van het op duurzame wijze opgehouden hebben van betalen en het geschokt zijn van het krediet is voldaan. Het Hof gaat wel na de of rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  9. Het arrest (p. 11) bepaalt door overname van de hierna vermelde redenen van het beroepen vonnis (p. 10-11) de datum van het werkelijk faillissement van Metelik bv op 1 augustus 2016: - er werd op 31 januari 2017 een veroordelend vonnis uitgesproken door het vredegerecht nu er gedurende zes maanden systematisch geen huur meer was betaald aan de verhuurder; - naast deze huurschulden was er bij de fod Financiën een schuld bestaande uit de vennootschapsbelasting sinds 2014 die voor de jaren 2014-2016 opliep tot 103.472,75 euro; - vanaf maart 2017 werden er systematisch beslagberichten neergelegd; - deze vaststaande en opeisbare schulden werden niet vergoed aan deze schuld-eisers; - er waren op 1 augustus 2016 al zeer veel schulden, ook bij de geduldige schuldeisers en het krediet was op; - na 1 augustus 2016 stapelden de schulden en de beslagen zich verder op; - de vennootschap werd gedumpt op het adres op de Zuivelmarkt en de bloeiende handelszaak in de Ridder Portmansstraat die financieel moest bijspringen voor de zaak op de Zuivelmarkt werd voortgezet door een andere vennootschap; - de boekhouding van de vennootschap werd niet meer bijgehouden na 30 juni 2016; - er was geen geld meer om de schulden af te betalen zoals ook blijkt uit de analyse van de sms-berichten. Op grond van die redenen kan het arrest wettig de datum van het ophouden van betalen en het wankelen van het krediet bij Metelik bv bepalen op 1 augustus
  10. Aldus is die beslissing en de schuldigverklaring van de eiser aan de feiten van de telastleggingen A, B, D en E regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 104,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 1 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220201.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250521.2F.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.