← België

H. contra LAURIUS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.1 Rolnummer: C.21.0058.N Zaak: H. contra LAURIUS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-02-11 Raadplegingen: 1132 - laatst gezien 2026-06-19 12:26 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.1 Fiche Om na te gaan of de rechter de gerechtsdeskundige belast met vaststellingen te doen of technisch advies te geven, dan wel zijn rechtsmacht met betrekking tot de beoordeling van het geschil ten gronde heeft overgedragen door aan de deskundige advies te vragen over de gegrondheid van de vordering, volstaat het enkele gebruik van de terminologie van de wet bij het formuleren van de opdracht in de regel niet om tot overdracht van rechtsmacht te besluiten, maar dient de formulering van de opdracht in haar geheel te worden nagegaan en moeten alle gegevens in acht worden genomen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Opdracht van de rechter aan de deskundige - Overdracht van rechtsmacht - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 11, eerste lid, en 962, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0058.N P. H., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen LAURIUS cv, met zetel te 2000 Antwerpen, Oudeleeuwenrui 19, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0880.655.773, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 16 juli 2018 en van 26 oktober
  1. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op december 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Krachtens artikel 11, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kunnen rechters hun rechtsmacht niet overdragen. Krachtens artikel 962, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven.
  3. Hieruit volgt dat het door de rechter bevolen deskundigenonderzoek enkel feitelijke vaststellingen of technisch advies tot voorwerp kan hebben en de rechter zijn rechtsmacht overdraagt wanneer aan de gerechtsdeskundige opdracht is gegeven een advies te geven over de gegrondheid van de vordering. Om na te gaan of de rechter de gerechtsdeskundige belast met vaststellingen te doen of technisch advies te geven, dan wel zijn rechtsmacht met betrekking tot de beoordeling van het geschil ten gronde heeft overgedragen, dient de formulering van de opdracht in haar geheel te worden nagegaan en moeten alle gegevens in acht worden genomen zoals de motieven, de techniciteit en de context waarin de deskundige met de opdracht wordt belast. Hierbij kan de vraag waarop de deskundige een antwoord van technische aard moet geven, samenvallen met de vraag waarover de rechter vanuit een juridisch oogpunt uitspraak moet doen. Het enkele gebruik van de terminologie van de wet bij het formuleren van de opdracht volstaat in de regel niet om tot overdracht van rechtsmacht te besluiten.
  4. In hun arrest van 16 juli 2018 oordelen de appelrechters dat: - gelet op de betwistingen tussen partijen, zowel wat betreft het aangerekende uurtarief als wat betreft het aantal aangerekende uren, het hof van beroep, alvorens verder te oordelen en onder voorbehoud van alle rechten van partijen, het technisch advies wenst in te winnen van een deskundige, rekening houdend met artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek; - alvorens verder te oordelen, een gerechtsdeskundige wordt aangesteld met als opdracht “advies te geven of en in welke mate de door [de verweerster] ingevorderde staten van kosten en ereloon gerechtvaardigd zijn, rekening houdend met het tijdstip waarop de prestaties werden geleverd en met artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek (de advocaten begroten hun ereloon met de bescheidenheid die van hun functie mag worden verwacht).”
  5. Uit het geheel van deze overwegingen en ongeacht de in de formulering van de opdracht gebruikte bewoordingen volgt dat de appelrechters de gerechtsdeskundige om technisch advies hebben gevraagd betreffende het aantal voor de prestaties aangerekende uren en de hoogte van de aangerekende uurtarieven, rekening houdend met het tijdstip waarop de prestaties werden verricht en de verplichting voor de advocaat om zijn ereloon met bescheidenheid te bepalen, zonder dat zij hierdoor hun rechtsmacht omtrent de beoordeling van het geschil ten gronde hebben overgedragen. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest van 26 oktober 2020 in zoverre het de vordering van de verweerster tegen de eiser tot terugbetaling van de betwiste ereloonstaten gegrond verklaart en het uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor zover dit gericht is tegen het arrest van 16 juli
  6. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 3 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221223.1N.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230113.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.