id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.2 Rolnummer: C.21.0040.N Zaak: ADVOCATENASSOCIATIE NELISSEN GRADE c. MOBELEC PRODUCTS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-02-11 Raadplegingen: 1523 - laatst gezien 2026-06-17 07:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De taak van een advocaat eindigt wanneer hijzelf of zijn cliënt op ondubbelzinnige wijze de lastgeving beëindigt, ook al stelt de advocaat nadien nog handelingen ingevolge die beëindiging. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Vordering tot betalen van kosten en ereloon - Verjaringstermijn - Aanvangspunt - Einde van de taak van de advocaat - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2276bis, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Vordering tot betalen van kosten en ereloon - Verjaringstermijn - Aanvangspunt - Einde van de taak van de advocaat - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 2276bis, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Inzake handelsverrichtingen kan de rechter uit het gebrek aan protest van een brief of een aanspraakbevestiging ten aanzien van een handelaar het feitelijke vermoeden putten en het bewijs erin vinden dat de handelaar de inhoud van die brief of aanspraakbevestiging aanvaardt
(1).
(1)Zie Cass. 5 oktober 2018, AR C.17.0584.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181005.1, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Handelsverrichtingen - Gebrek aan protest - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1349 en 1353 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0040.N ADVOCATENASSOCIATIE NELISSEN GRADE cv, met zetel te 3001 Heverlee, Philipssite 5, bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0454.240.706, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen MOBELEC PRODUCTS nv, met zetel te 3271 Scherpenheuvel-Zichem, Steenweg Scherpenheuvel 81, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0448.136.040, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 30 november
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Artikel 2276bis, § 2, Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de vordering van de advocaten tot betaling van kosten en ereloon verjaart na verloop van vijf jaar na het beëindigen van hun taak. De taak van een advocaat eindigt wanneer hijzelf of zijn cliënt op ondubbelzinnige wijze de lastgeving beëindigt, ook al stelt de advocaat nadien nog handelingen ingevolge die beëindiging.
- Hoewel de rechter onaantastbaar in feite oordeelt over het einde van de taak van een advocaat, kan het Hof nagaan of hij gelet op de gedane vaststellingen wettig kon besluiten tot het einde van de taak van een advocaat.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - in het dossier V. bij kortgedingbeschikking van 1 maart 2007 een deskundige is aangewezen voor advies omtrent een beweerde niet conforme en gebrekkige plaatsing door de verweerster van buitenschrijnwerk, een garagepoort en een veranda; - tussen augustus 2007 en april 2008 niets gebeurde in het dossier; - de verweerster in april 2008 aan de eiseres meedeelde dat de woning van haar opdrachtgevers te koop stond, terwijl de eiseres zich hieromtrent zou informeren; - de eiseres op 16 april 2009 adviseerde om iedere actie te staken aangezien de opdrachtgevers schuldbemiddeling hadden aangevraagd; - gelet op deze situatie de eiseres alleszins binnen drie maanden en in ieder geval vóór 8 september 2009 het dossier had moeten afsluiten; - het gegeven dat de eiseres bij de behandeling van het dossier nalatig was, niet in het nadeel van de verweerster kan en mag spelen; - er geen enkele objectieve grond was om tot 19 april 2010 te wachten om aan de verweerster te melden dat het dossier kon worden afgesloten omdat er helemaal geen nieuws meer was in de zaak en om de eindstaat op te stellen.
- De appelrechter die gelet op voormelde vaststellingen oordeelt dat de taak van de advocaat in het bedoelde dossier zeker als beëindigd moest worden beschouwd op 16 juli 2009, zodat de vordering van de eiseres, ingesteld bij dagvaarding van 8 augustus 2014, in zoverre is verjaard, terwijl uit de loutere vaststelling dat de eiseres heeft geadviseerd om iedere actie te staken niet op ondubbelzinnige wijze kan worden afgeleid dat de lastgeving door dit advies werd beëindigd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Tweede middel
- Artikel 1349 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat vermoedens gevolgtrekkingen zijn die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit. Krachtens artikel 1353 Oud Burgerlijk Wetboek worden vermoedens die niet bij wet zijn ingesteld, overgelaten aan het oordeel en aan het beleid van de rechter.
- Hoewel de rechter de concrete omstandigheden waarop hij steunt onaantastbaar in feite vaststelt en de wet aan het oordeel en het beleid van de rechter overlaat welke gevolgen hij als feitelijk vermoeden daaruit trekt, kan het Hof nagaan of de rechter het rechtsbegrip feitelijk vermoeden heeft miskend en meer precies of hij uit de gedane vaststellingen gevolgen heeft getrokken die daarmee geen verband houden of op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Inzake handelsverrichtingen kan de rechter uit het gebrek aan protest van een brief of een aanspraakbevestiging ten aanzien van een handelaar het feitelijke vermoeden putten en het bewijs erin vinden dat de handelaar de inhoud van die brief of aanspraakbevestiging aanvaardt.
- De appelrechter stelt vast dat de wetgeving, en bij uitbreiding rechtspraak, gesteund op de impliciete aanvaarding door een onderneming van algemene voorwaarden, vermeld op niet geprotesteerde en betaalde ‘facturen’, niet zonder meer toepasselijk is op ‘voorstellen tot betaling’ of ‘declaraties’, omdat deze geen facturen zijn met alle boekhoudkundige en fiscale gevolgen daaraan verbonden.
- De appelrechter die op grond van deze reden oordeelt dat de eiseres niet naar recht bewijst dat de verweerster is gebonden door het schade- en interestbeding op haar ‘verzoeken tot betaling’ of ‘declaraties’, zonder na te gaan of uit een gebrek aan protest op de ‘voorstellen tot betaling’ of ‘declaraties’, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, een feitelijk vermoeden kan worden geput dat de verweerster de inhoud van die documenten heeft aanvaard, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 3 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181005.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div