id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.3 Rolnummer: C.21.0121.N Zaak: E. contra BANK J.VAN BREDA & Co Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-02-11 Raadplegingen: 1519 - laatst gezien 2026-06-19 13:51 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.3 Fiche Waar een kredietopening zich bij uitstek onderscheidt van een geldlening door de opnamevrijheid aan de zijde van de kredietnemer, staat het aan de feitenrechter om te oordelen of de kredietnemer effectief beschikt over de vrijheid om het kredietbedrag al dan niet op te nemen hetzij in één keer hetzij in meerdere keren, waarbij hij zich niet noodzakelijk moet richten naar de kwalificatie die de partijen aan hun overeenkomst hebben gegeven maar hij deze door een andere kan vervangen indien de regelmatig aan zijn oordeel onderworpen gegevens binnen en buiten de overeenkomst de door de partijen aan hun overeenkomst gegeven kwalificatie uitsluiten
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: LENING Vrije woorden: Onderscheid met kredietopening - Opnamevrijheid - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1892, 1902, 1905 en 1907 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2022-23, nr. 3, p. 97-
- - CLAESENS, Clément; Noot'De kwalificatie van kredietopening niet zomaar uit te sluiten' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 10, p. 658-
- - DEMAECKER, Valérie; Noot'De kwalificatie van kredietopening voor de financiering van een eenmalige vastgoedtransactie' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0121.N
- Y. E.,
- ARYOKOYA bv, met zetel te 2840 Rumst, Varenstraat 41, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0806.730.489,
- E-DEMONSTRATIONS.BE nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Dynamicalaan 14, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0473.682.474, eisers, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BANK J. VAN BREDA & C° nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Ledeganckkaai 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.055.577, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 oktober
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 21 december 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
- Een geldlening is een overeenkomst waarbij de uitlener aan de lener een bepaald geldbedrag ter beschikking stelt onder de verplichting dit bedrag terug te geven, vermeerderd met interest indien die is bedongen. Het is een zakelijke overeenkomst die ontstaat door de afgifte van het geldbedrag.
- Een kredietopening is een consensuele en wederkerige overeenkomst waarbij de kredietgever aan de kredietnemer tijdelijk en tot beloop van een bepaald bedrag hetzij geld hetzij kredietwaardigheid ter beschikking stelt zonder dat de kredietnemer verplicht is om van het krediet gebruik te maken. De kredietnemer kan van het krediet gebruik maken door een of meer geldopnemingen.
- Een kredietopening onderscheidt zich van een geldlening bij uitstek door de opnamevrijheid aan de zijde van de kredietnemer. Het staat aan de feitenrechter om te oordelen of de kredietnemer effectief beschikt over de vrijheid om het kredietbedrag al dan niet op te nemen hetzij in één keer hetzij in meerdere keren. Hij moet zich niet noodzakelijk richten naar de kwalificatie die de partijen aan hun overeenkomst hebben gegeven en kan deze door een andere vervangen indien de regelmatig aan zijn oordeel onderworpen gegevens binnen en buiten de overeenkomst de door de partijen aan hun overeenkomst de gegeven kwalificatie uitsluiten.
- De appelrechter oordeelt op grond van de bepalingen van de overeenkomsten CR549890 van 12 november 2008 en CR551150 van 9 februari 2009, door de partijen telkens gekwalificeerd als “verwezenlijking van kredietopening”, waarvan hij de bewoordingen op niet-bekritiseerde wijze uitlegt, dat de tweede eiseres respectievelijk de derde eiseres beschikte over een contractueel begrensde vrijheid van opname van voorschotten, zonder verplicht te zijn het volledige kredietbedrag op te nemen binnen de overeengekomen opnametermijn. Hij stelt vast dat was overeengekomen dat bij niet volledige opname het kredietbedrag zou worden beperkt tot het opgenomen bedrag, waarna een wijziging van de looptijd of de aflossing zou worden meegedeeld. De appelrechter oordeelt voorts, wat betreft de overeenkomst CR551150 van 9 februari 2009, dat de opnamevrijheid wordt versterkt doordat niet werd voorzien in een bepaling tot voorlegging van investeringsbewijzen of contractuele opnameschijven. Hij oordeelt nog dat de daadwerkelijke onmiddellijke opname van het volledige kredietbedrag een initiatief van de derde eiseres was zonder afbreuk te doen aan de contractueel verleende opnamevrijheid.
- De appelrechter oordeelt op grond van deze redenen naar recht dat voormelde overeenkomsten, in samenhang met notariële kaderovereenkomsten tot “kredietopening” van dezelfde data, effectief kredietopeningen betreffen terwijl de omstandigheid dat de kredieten strekken tot financiering van onroerende goederen die in hypotheek worden gegeven tot waarborg van de kredieten die kwalificatie niet uitsluiten. In zoverre de onderdelen schending aanvoeren van de artikelen 1892, 1902, 1905 en 1907bis Oud Burgerlijk Wetboek, kunnen ze niet worden aangenomen.
- Met de redenen eensdeels dat de overeenkomsten geen doel vermelden waarvoor de kredieten zijn bestemd en anderdeels dat noch het doel van de kredieten noch de daadwerkelijke aanwending van de kredietbedragen bepalend is voor de kwalificatie van de overeenkomsten verwerpt en beantwoordt de appelrechter het middel van de eisers dat de omstandigheid dat de in hypotheek gegeven onroerende goederen werden gefinancierd met de kredieten de kwalificatie als kredietopening uitsluit en de kwalificatie als geldlening bevestigt. In zoverre de onderdelen schending aanvoeren van artikel 149 Grondwet, berusten ze op een onvolledige lezing van het bestreden arrest en missen ze bijgevolg feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 931,02 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 3 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div