← België

V. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.5 Rolnummer: C.21.0119.N Zaak: V. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-02-11 Raadplegingen: 521 - laatst gezien 2026-06-14 00:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het kweken van dieren wordt uitsluitend als landbouwbedrijvigheid, namelijk als veeteelt, beschouwd indien het dieren betreft die bestemd zijn voor menselijke consumptie of die nuttig zijn voor de landbouw, zodat het houden en fokken van renpaarden, die niet nuttig zijn voor de landbouw, geen landbouwbedrijvigheid vormt

(1).
(1)Zie Cass. 26 april 1985, AR nr. 4580, AC 1985, nr.
  1. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Begrip. Aard van wetgeving Vrije woorden: Landbouwbedrijvigheid - Kweken van dieren - Houden en fokken van renpaarden - Pachtwetgeving - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Art. 1, 1° - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0119.N M. V., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen M. V., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 19 november
  2. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
  3. Krachtens artikel 1, 1°, eerste lid, Pachtwet zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op de pacht van onroerende goederen die, hetzij vanaf de ingenottreding van de pachter, hetzij krachtens een overeenkomst van partijen in de loop van de pachttijd, hoofdzakelijk gebruikt worden in zijn landbouwbedrijf, met uitsluiting van de bosbouw. Krachtens het tweede lid wordt onder “landbouwbedrijf” verstaan de bedrijfsmatige exploitatie van onroerende goederen met het oog op het voortbrengen van landbouwproducten die in hoofdzaak bestemd zijn voor de verkoop.
  4. Uit voormeld artikel 1, 1°, Pachtwet en de wetsgeschiedenis volgt dat het kweken van dieren uitsluitend als landbouwbedrijvigheid in de zin van die wetsbepaling, namelijk als veeteelt, wordt beschouwd indien het dieren betreft die bestemd zijn voor menselijke consumptie of die nuttig zijn voor de landbouw. Het houden en fokken van renpaarden, die niet nuttig zijn voor de landbouw, vormt dus geen landbouwbedrijvigheid in de zin van artikel 1, 1°, Pachtwet, waarop de bepalingen van de Pachtwet van toepassing zijn.
  5. In zoverre het onderdeel van het tegendeel uitgaat, faalt het naar recht.
  6. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van artikel 29 Pachtwet, is het afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 701,63 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 3 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.