← België

T. contra T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.7 Rolnummer: C.20.0403.N Zaak: T. contra T. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2022-02-11 Raadplegingen: 1167 - laatst gezien 2026-06-19 07:34 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.7 Fiche 1 Wanneer een handgift is gebeurd als voorschot op erfdeel, kan de latere verklaring dat de gift bij vooruitmaking of buiten erfdeel wordt gemaakt vormvrij gebeuren; dit is dat zij mag maar niet noodzakelijk moet gebeuren in de vorm van een beschikking onder de levenden, zijnde bij notariële akte, of een beschikking bij testament

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Vrije woorden: Handgift als voorschot op erfdeel - Latere verklaring van gift bij vooruitmaking of buiten erfdeel - Vorm Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 919 en 931 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De rechter in hoger beroep die een onderzoeksmaatregel bevestigt en daarbij een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel anders beoordeelt dan de eerste rechter, dient toepassing te maken van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en de zaak, in zoverre de beoordeling ervan afhankelijk is van het resultaat van de onderzoeksmaatregel, te verwijzen naar de eerste rechter
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Rechter in hoger beroep - Bevestiging van een onderzoeksmaatregel - Beoordeling van een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2022, nr. 457, p. 187-
  1. - BLOMME, Céline; Noot'Omvorming voorschot op erfdeel naar buiten erfdeel' T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2023, nr. 1, p. 33-
  2. - BAEL, Jan; Noot'De omvorming onder de levenden van een schenking als voorschot op erfdeel in een schenking met vrijstelling van inbreng en omgekeerd in het geval van een gift...' JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2024, n° 3, p. 101-
  3. - MOREAU, Pierre; Note'De la transmutation d'un don manuel rapportable en une donation préciputaire' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0403.N P. T., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen L. T., D. T., H. T., verweerders. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 mei
  4. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 21 december 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Krachtens artikel 919 Oud Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, kan het beschikbaar gedeelte, hetzij bij akte onder levenden hetzij bij testament, geheel of ten dele gegeven worden aan de kinderen of aan andere erfgerechtigden van de schenker, zonder dat het moet worden ingebracht door de begiftigde of de legataris die tot de erfenis komt, op voorwaarde dat de beschikking uitdrukkelijk bij vooruitmaking of buiten erfdeel wordt gemaakt. De verklaring, dat de gift of het legaat bij vooruitmaking of buiten erfdeel wordt gemaakt, kan geschieden, hetzij bij de akte die de beschikking bevat hetzij naderhand in de vorm van een beschikking onder de levenden of een beschikking bij testament.
  6. Voormelde bepaling gaat uit van de regel dat een schenking overeenkomstig artikel 931 Oud Burgerlijk Wetboek bij notariële akte gebeurt, zodat met de zinsnede ‘in de vorm van een beschikking onder de levenden’ een notariële akte wordt bedoeld. Wanneer evenwel een handgift is gebeurd als voorschot op erfdeel, kan de latere verklaring dat de gift bij vooruitmaking of buiten erfdeel wordt gemaakt vormvrij gebeuren. Die latere verklaring mag maar moet niet noodzakelijk gebeuren in de vorm van een beschikking onder de levenden of een beschikking bij testament.
  7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: op 30 maart 2010, na bancaire verrichtingen via bankrekeningen van de erfla-ter, een bedrag van 75.000 euro cash op de bankrekening van de eiseres werd gestort; een onderhands document met de titel “erkenning van handgift van cash aan een meerderjarige (met of zonder registratie)” van 30 maart 2010 voor het bedrag van 75.000 euro voorligt; een onderhandse verklaring van 24 november 2010 voorligt dat de gift van 30 maart 2010 buiten erfdeel werd gedaan; de verklaring dat de gift van 30 maart 2010 buiten erfdeel werd gedaan eveneens, op 24 november 2010, werd bijgeschreven op het document van 30 maart 2010; de verweerders weliswaar de medeondertekening door de erflater van het document van 30 maart 2010 en de verklaring van 24 november 2010 betwisten, zodat het door de eerste rechter bevolen deskundigenonderzoek is aangewezen; de notaris-vereffenaar terecht stelt dat de verklaring van vrijstelling van inbreng ook na de schenking kan gebeuren, maar dat zij dan moet gebeuren onder de vorm van een testament of bij notariële schenkingsakte; het derhalve niet voldoende is om naderhand eenvoudig een onderhands document aan te vullen met een verklaring tot vrijstelling van inbreng van de schenking.
  8. De appelrechter die zodoende oordeelt dat, wanneer een handgift is gebeurd als voorschot op erfdeel, de latere verklaring dat de gift bij vooruitmaking of buiten erfdeel wordt gemaakt, noodzakelijk moet gebeuren in de vorm van een notariële akte of bij testament, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel
  9. Krachtens artikel 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt hoger beroep tegen een eindvonnis of een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Krachtens artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek verwijst de appelrechter de zaak alleen dan naar de eerste rechter indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt. Een onderzoeksmaatregel wordt bevestigd in de zin van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wanneer de appelrechter de beslissing die de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel bevestigt en bovendien de onderzoeksmaatregel zelf, geheel of gedeeltelijk, bevestigt. Het gegeven dat een appelrechter die een onderzoeksmaatregel bevestigt, een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de onderzoeksmaatregel anders beoordeelt dan de eerste rechter, neemt niet weg dat hij toepassing dient te maken van artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek en de zaak, in zoverre de beoordeling ervan afhankelijk is van het resultaat van de onderzoeksmaatregel, dient te verwijzen naar de eerste rechter.
  10. In het tussenvonnis van 7 november 2017 bevestigt de eerste rechter inzake een gerechtelijke vereffening-verdeling de notariële staat van vereffening-verdeling met betrekking tot de verschillende geschilpunten, met uitzondering van het geschilpunt over de handgift ten bedrage van 75.000,00 euro. Alvorens dienaangaande verder recht te spreken, beveelt hij een deskundigenonderzoek.
  11. De appelrechter hervormt het beroepen vonnis van 7 november 2017 deels in zoverre de eerste rechter oordeelt over de geschilpunten met betrekking tot door de eiseres
(1)als volmachthouder van de rekening van de erflater afgehaalde bedragen en
(2)rechtstreeks van de mutualiteit van de erflater ontvangen bedragen. Hij oordeelt zodoende dat de eiseres is gehouden tot teruggave van afgehaalde bedragen van in totaal 5.100,00 euro en een rechtstreeks van de mutualiteit van de erflater ontvangen bedrag van 180,00 euro. Hij bevestigt het beroepen vonnis voor het overige “in al zijn bestreden beschikkingen, met inbegrip van de onderzoeksmaatregel”. 8. De appelrechter die, wat betreft het geschilpunt over de handgift ten bedrage van 75.000,00 euro, met inbegrip van de door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel, zowel het hoger beroep als het incidenteel hoger beroep ongegrond verklaart en zodoende op dat punt het beroepen vonnis bevestigt, maar vervolgens nalaat de zaak, wat betreft de verdere beoordeling van het geschilpunt, naar de eerste rechter te verwijzen, schendt artikel 1068, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre de appelrechter oordeelt over het geschilpunt over de handgift ten bedrage van 75.000,00 euro en uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 3 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.