id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.8 Rolnummer: C.20.0588.N Zaak: V. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2024-06-27 Raadplegingen: 755 - laatst gezien 2026-06-18 19:51 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.8 Fiche 1 De rechter kan vergoeding toekennen voor het verlies van een kans op het verwerven van een voordeel of het vermijden van een nadeel indien het verlies van deze kans te wijten is aan een fout; het verlies van een kans komt voor vergoeding in aanmerking indien tussen de fout en het verlies van deze kans een conditio sine qua non verband bestaat en het om een reële kans gaat
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Niet nakomen van de verbintenis - Verlies van een kans - Vergoeding - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1142 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De economische waarde van een verloren gegane kans geeft aanleiding tot vergoeding, waarbij de appelrechters bij gebrek aan verantwoording van de samenstelling van het door eiser vooropgestelde bedrag, dit bedrag mogen verwerpen door er een ander tegenover te plaatsen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Niet nakomen van de verbintenis - Verlies van een kans - Vergoeding - Omvang - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1142 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0588.N P.V., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- G.D.S., in de hoedanigheid van erfgename van wijlen M.S.,
- M.M.S., in de hoedanigheid van erfgenaam van wijlen M.S.,
- ETHIAS nv, met zetel te 3500 Hasselt, Prins Bisschopssingel 73, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 april
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 13 januari 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling […] Derde onderdeel
- Artikel 1142 Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat iedere verbintenis om iets te doen of niet te doen wordt opgelost in schadevergoeding, ingeval de schuldenaar de verbintenis niet nakomt.
- De rechter kan vergoeding toekennen voor het verlies van een kans op het verwerven van een voordeel of het vermijden van een nadeel indien het verlies van deze kans te wijten is aan een fout. Het verlies van een kans komt voor vergoeding in aanmerking indien tussen de fout en het verlies van deze kans een conditio sine qua non verband bestaat en het om een reële kans gaat.
- De appelrechters stellen vast dat de vraag rijst naar het verlies van een kans op een ongegrondverklaring van de aan de eiser ten laste gelegde feiten door het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 februari 2012 indien zijn advocaat schriftelijk of mondeling nader op de grond van de tenlasteleggingen was ingegaan. Zij oordelen op grond van de in ro 1 weergegeven redenen dat: - de gegrondverklaring van de aan de eiser ten laste gelegde feiten in voormeld arrest van 17 februari 2012 “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid onvermijdbaar was”; - “het verlies van de kans op een vrijspraak te verwaarlozen is en derhalve niet voor vergoeding in aanmerking komt”, bij gebrek aan causaal verband met de bedoelde fout van de advocaat; - indien de advocaat schriftelijk of mondeling nader op de grond van de tenlasteleggingen was ingegaan, de kans op een ongegrondverklaring van de aan de eiser ten laste gelegde feiten in voormeld arrest van 17 februari 2012 zo goed als onbestaande is, en dus zeker “niet ernstig en reëel”.
- De appelrechters die zodoende te kennen geven dat er geen reële kans verloren is gegaan om schade te vermijden en deze kans dus onbestaande was zodat zij geen schade uitmaakt die voor vergoeding in aanmerking komt, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Vierde onderdeel
- Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat de eiser in zijn laatste appelconclusie louter aanvoerde dat het bedrag dat hij op datum van het tussen te komen arrest op grond van het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 februari 2012 verschuldigd zal zijn, 1.200.000,00 euro bedraagt.
- Bij gebrek aan verantwoording van de samenstelling van het ingeroepen bedrag van 1.200.000,00 euro, vermochten de appelrechters dit bedrag te verwerpen door er een ander tegenover te plaatsen.
- De appelrechters die de economische waarde van de verloren gegane kans op een vermindering van de vordering van de burgerlijke partij bepalen op 60 pct. van 500.000,00 euro, verwerpen aldus de aanvoering van de eiser dat hij op datum van het tussen te komen arrest 1.200.000,00 euro verschuldigd zal zijn aan de burgerlijke partij. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters niet tegenspreken dat het bedrag dat hij op datum van het tussen te komen arrest aan de burgerlijke partij verschuldigd zal zijn, 1.200.000,00 euro bedraagt, mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige legt het onderdeel niet uit hoe en waardoor de appelrechters de aangewezen bepalingen schenden door het bedrag dat de eiser aan de burgerlijke partij verschuldigd is op datum van het bestreden arrest, op 500.000,00 euro te bepalen. In zoverre is het onderdeel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 611,99 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Koenraad Moens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 3 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220203.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220203.1N.8 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240624.3F.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div