← België

STAD AARSCHOT contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220207.3N.11 Rolnummer: C.21.0164.N Zaak: STAD AARSCHOT contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-03-17 Raadplegingen: 1145 - laatst gezien 2026-06-19 04:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een vordering in rechte is niet ontvankelijk indien de eiser geen persoonlijk en rechtstreeks belang heeft om ze in te stellen; tenzij de wet anders bepaalt, kan een procespartij bijgevolg enkel optreden tot vrijwaring van een eigen belang

(1)
(2).
(1)Artikel 17 Gerechtelijk Wetboek zoals van toepassing vóór de wijziging door de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie.
(2)Cass. 4 april 2005, AR C.04.0336.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050404.21-C.04.0351.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050404.21, AC 2005, nr.
  1. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Rechtsvordering - Belang - Begrip - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 17 en 18 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0164.N STAD AARSCHOT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3200 Aarschot, Ten Drossaarde 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.515.464, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. M.V.D.,
  3. R.D., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen. in aanwezigheid van:
  4. W.V.,
  5. F.W.,
  6. H.J.,
  7. K.V.B., zowel in eigen naam als in naam van wettelijke erfgenaam van R.V.D.B.,
  8. I.V.B., in haar hoedanigheid van wettelijke erfgename van R.V.D.B.,
  9. INFRABEL nv, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Marcel Broodthaersplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0869.763.267,
  10. D.D.M.,
  11. E.S.,
  12. A.J.,
  13. M.V.,
  14. M.W.,
  15. C.V.W.,
  16. A.F.,
  17. H.M.,
  18. PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, vertegenwoordigd door haar bestendige deputatie, met kantoor te 3010 Leuven (Kessel-Lo), Provincieplein 1, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 25 april
  19. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 januari 2022 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  20. Uit de artikelen 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing voor de inwerkingtreding van de wet van 21 december 2018, volgt dat een vordering in rechte niet ontvankelijk is indien de eiser geen persoonlijk en rechtstreeks belang heeft om ze in te stellen. Tenzij de wet anders bepaalt, kan een procespartij bijgevolg enkel optreden tot vrijwaring van een eigen belang.
  21. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerders aanvoeren dat zij het recht hebben gebruik te maken van de buurtwegen die zijn opgenomen in de Atlas der Buurtwegen maar geen gebruik ervan kunnen maken omdat de doorgang wordt belemmerd of bemoeilijkt en de eiseres nalaat de buurtwegen te onderhouden; - een individuele burger die wegruiming van de hindernissen vordert, optreedt omdat hij nadeel ondervindt doordat zijn persoonlijk recht op gebruik van de buurtwegen wordt miskend; - uit de overgelegde stukken blijkt dat de verweerders zich naar de verschillende buurtwegen hebben begeven maar door de hindernissen geen gebruik ervan hebben kunnen maken dan wel dat het beoogde gebruik werd bemoeilijkt; - de verweerders die gebruik hebben willen maken van deze buurtwegen een subjectief recht hebben om de vrijmaking ervan te vorderen, zodat zij ongestoord gebruik ervan kunnen maken.
  22. De appelrechter die zodoende oordeelt dat de verweerders een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben bij hun vordering tot vrij gebruik van de buurtwegen en deze vordering ontvankelijk verklaart, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.409,37 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Vanderlinden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220207.3N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050404.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.