id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220207.3N.2 Rolnummer: S.21.0051.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2022-03-15 Raadplegingen: 1341 - laatst gezien 2026-06-18 14:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche De functietoelage is geschorst vanaf de eerste van de maand die volgt op de datum waarop de dertigste ononderbroken afwezigheid dag van een personeelslid ingaat, zolang het personeelslid de bedoelde functie niet opnieuw opneemt, ook als de afwezigheid het gevolg is van een arbeidsongeval
(1).
(1)Cass. 31 januari 1994, AR S.93.0067.F ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940131.11, AC 1994, nr. 57; Cass. 11 oktober 1993, AR 9638, AC 1993, nr.
- Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - OVERHEIDSPERSONEEL. BIJZONDERE REGELS Vrije woorden: Vergoeding of toelage - Functietoelage - Gerechtigheid Wettelijke bepalingen: KB 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk - 24-01-1969 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1969012401 KB 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten - 30-03-2001 - Artt. XI.III.12, 3°, XI.III.13, eerste lid, en XI.II.17, eerste lid - 60 ELI link Pub nr 2001B00327 Tekst van de beslissing Nr. S.21.0051.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 2, eiser, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 65, bus 11, waar de eiser woonplaats kiest, tegen G.V.E., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 15 februari
- Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste subonderdeel
- Krachtens artikel 32 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, behouden de personeelsleden onderworpen aan dit besluit, tijdens de periode van tijdelijke ongeschiktheid de bezoldiging verschuldigd op grond van hun arbeidsovereenkomst of hun wettelijk of reglementair statuut. Krachtens artikel XI.III.12, 3°, van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna RPPoL) genieten de personeelsleden die deel uitmaken van het detachement voor de onmiddellijke beveiliging van de leden van de koninklijke familie, een functietoelage waarvan het bedrag in bijlage 6 is vastgesteld. Krachtens artikel XI.III.13, eerste lid, RPPoL zijn de bepalingen van artikel XI.II.17, § 3, RPPoL mutatis mutandis van toepassing op de functietoelage. Krachtens artikel XI.II.17, eerste lid, RPPoL wordt de weddenbijslag geschorst vanaf het ogenblik dat het personeelslid dat ervan geniet, op de eerste van een maand, ten minste zijn dertigste ononderbroken afwezigheidsdag ingaat. Hij is opnieuw verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de betrokkene zijn ambt heeft heropgenomen gedurende ten minste tien dagen.
- Uit de voormelde wettelijke bepalingen volgt dat de functietoelage “beveiliging Koning” is geschorst vanaf de eerste van de maand die volgt op de datum waarop de dertigste ononderbroken afwezigheidsdag van een personeelslid ingaat, zolang het personeelslid de bedoelde functie niet opnieuw opneemt, ook als de afwezigheid het gevolg is van een arbeidsongeval.
- Het arrest dat oordeelt dat de eiser gedurende de volledige periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid verder recht heeft op de functietoelage “beveiliging Koning”, schendt de voormelde wettelijke bepalingen. Het subonderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over het recht van de verweerder op de betaling van het geïndexeerde bedrag van de functietoelage beveiliging Koning voor het middenkader niveau B, voor de periode vanaf 1 augustus 2011 tot 1 maart 2019, het zegt dat de eiser een nieuwe afrekening dient te maken en het de eiser veroordeelt tot betaling van een provisioneel bedrag gelijk aan 25.000,00 euro bruto wegens achterstallen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Bepaalt de kosten voor de eiser op 743,30 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220207.3N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940131.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div