← België

O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.3 Rolnummer: P.21.1366.N Zaak: O. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-02-10 Raadplegingen: 709 - laatst gezien 2026-06-18 18:32 Versie(s): Vertaling FR Fiche Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld cassatieberoep, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de eiser in cassatie en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden; het komt de eiser toe de aangevoerde overmacht aannemelijk te maken

(1).
(1)Cass. 3 mei 2011, AR P.10.1865.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110503.1, AC 2011, nr. 292 met concl. van eerste advocaat-generaal M. DE SWAEF; Cass. 21 mei 2003, AR P.03.0699.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030521.12, AC 2003, nr.
  1. Zie H. VAN BAVEL, “Ontvankelijkheid van de voorziening in cassatie”, in Cassatie in strafzaken, Intersentia, 2014, 16; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021,
  2. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Duur, begin en einde Vrije woorden: Laattijdig ingesteld cassatieberoep - Overmacht - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 359 - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 423 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 424 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1366.N D S O, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Johan Doms, advocaat bij de balie Leuven met kantoor te 3050 Oud-Heverlee, Waversebaan 134A, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 maart
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  4. De eiser heeft de verklaring van cassatieberoep afgelegd op 26 oktober 2021, dit is buiten de door artikel 423 Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn van vijftien dagen na de uitspraak van het op tegenspraak gewezen arrest van 11 maart
  5. De eiser voert in zijn memorie aan dat gelet op overmacht zijn laattijdig cassatieberoep ontvankelijk moet worden verklaard: hij verbleef vanaf 21 maart 2021 tot 26 augustus 2021 in een ziekenhuis in Newcastle (Verenigd Koninkrijk), waarna hij nog thuis verder diende te revalideren. Hij zou pas op 26 oktober 2021 aan de beterhand zijn geweest en heeft dan cassatieberoep aangetekend.
  6. De eiser voert niet aan dat deze voorgehouden overmachtssituatie hem heeft belet kennis te nemen van de bestreden beslissing.
  7. Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld cassatieberoep, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de eiser in cassatie en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden. Het komt de eiser toe de aangevoerde overmacht aannemelijk te maken.
  8. Uit het medisch attest van 23 november 2021 dat de eiser overlegt tot staving van zijn overmachtverweer blijkt dat hij vanaf 21 maart 2021 tot 26 april 2021 verbleef op de afdeling intensieve zorgen van een ziekenhuis te Newcastle (Verenigd Koninkrijk) en hij vanaf 26 april 2021 tot 26 augustus 2021 verbleef op een gewone afdeling van dit ziekenhuis. Hij werd er ontslagen op 26 augustus 2021, waarna hij thuis diende te revalideren.
  9. De eiser maakt met het overgelegde attest niet aannemelijk dat het voor hem, op een ogenblik dat hij niet langer opgenomen was in een ziekenhuis maar thuis verbleef en met name vanaf 26 augustus 2021, onmogelijk was en bleef om een beroep te doen op een advocaat houder van het vereiste getuigschrift om cassatieberoep aan te tekenen tegen het arrest. De ingeroepen overmacht kan bijgevolg de laattijdigheid van eisers cassatieberoep niet verantwoorden.
  10. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Middelen
  11. De middelen die geen verband houden met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 153,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030521.12 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110503.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.