← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.7 Rolnummer: P.21.1677.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2022-02-10 Raadplegingen: 919 - laatst gezien 2026-06-17 08:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, inhoudt dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis; uit die bepaling volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis dat het verzet ongedaan verklaart van rechtswege het geschil in zijn geheel ter beoordeling voorlegt aan het appelgerecht met als enige beperking de relatieve werking van het verzet; voor de bepaling van de saisine van het appelgerecht zijn de aanduiding van de grieven in het grievenformulier tegen het vonnis waartegen verzet is aangetekend of de afstand van dergelijke grieven zonder belang

(1).
(1)Cass. 1 juni 2021, AR P.21.0471.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210601.2N.18; Cass. 27 februari 2018, AR P.17.0618.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180227.4, AC 2018, nr. 127, JLMB 2019, 1336, NC 2019, 54, RDPC 2019, 836, RW 2017-18, 1657 noot S. VAN OVERBEKE, “Hoger beroep tegen een ongedaan verzet: het grievenstelsel buiten spel” (1658-1660); Cass. 11 januari 2017, AR P.16.1085.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170111.3, AC 2017, nr. 23 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.; GwH 17 mei 2018, nr. 56/2018, www.const-court.be, NJW 2019, 119, noot F. COUVREUR; Gent 1 juni 2018, RW 2018-19,
  1. Zie ook A. WINANTS, “Potpourri II: de nieuwe regels inzake verstek en verzet in strafzaken”, NC 2016, 336; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021,
  2. Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Ongedaan verzet - Hoger beroep tegen het vonnis van ongedaan verzet - Saisine van het appelgerecht - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 187, § 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van ongedaan verzet - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 187, § 9 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1677.N M V L, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Gust Detienne, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 4 november
  3. De eiseres voert geen middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering
  4. Artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als ongedaan beschouwt, inhoudt dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep, ook al is er geen hoger beroep ingesteld tegen het bij verstek gewezen vonnis.
  5. Uit die bepaling volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis dat het verzet ongedaan verklaart van rechtswege het geschil in zijn geheel ter beoordeling voorlegt aan het appelgerecht met als enige beperking de relatieve werking van het verzet. Voor de bepaling van de saisine van het appelgerecht zijn de aanduiding van de grieven in het grievenformulier tegen het vonnis waartegen verzet is aangetekend of de afstand van dergelijke grieven zonder belang.
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiseres bij verstekvonnis van 3 april 2019 werd veroordeeld tot straffen wegens de feiten van de telastleggingen A, B, C, D en F, wegens het feit van de telastlegging E, wegens de feiten van de telastleggingen G en H en wegens het feit van de telastlegging I, alsook tot de bijdragen, de vergoeding en de kosten; - het verzet van de eiseres tegen dit verstekvonnis bij vonnis van 28 september 2020 ongedaan werd verklaard; - de eiseres op 19 oktober 2020 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 28 september 2020; - de eiseres een grievenformulier heeft ingediend waarin zij als grieven heeft aangevoerd: de procedure (het verzet werd ten onrechte ongedaan verklaard), de schuld (de vrijspraak voor het feit van de telastlegging F wordt gevraagd), de straf en of de maatregel (vrijspraak voor F en voor de overige telastleggingen geen gevangenisstraf en een geldboete onder het wettelijk minimum en met (probatie-)uitstel).
  7. Het bestreden vonnis (p. 5) oordeelt dat het verzet van de eiseres tegen het verstekvonnis van 3 april 2019 door het beroepen vonnis terecht ongedaan werd verklaard. Niettegenstaande het bestreden vonnis (p. 6) vaststelt dat met toepassing van artikel 187, § 9, tweede lid, Wetboek van Strafvordering het hoger beroep tegen de beslissing van ongedaanverklaring de grond van de zaak aanhangig maakt bij het appelgerecht, beoordeelt het enkel de schuld van de eiseres aan het feit van de telastlegging F. Het oordeel (p. 8) dat de schuld van de eiseres aan de overige telastleggingen vast staat en dus buiten de saisine van het appelgerecht valt, is niet naar recht verantwoord. Omvang van de cassatie
  8. De vernietiging van de weigering de schuld van de eiseres aan de andere feiten dan het feit omschreven onder de telastlegging F te beoordelen, leidt tot de vernietiging van de beslissing over de aan de eiseres opgelegde straffen, de bijdragen, de vergoeding en de kosten, die er een gevolg van zijn, maar laat de schuldigverklaring van de eiseres aan het feit van de telastlegging F onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het: - oordeelt dat de schuldbeoordeling van de eiseres aan de feiten van de telastleggingen A, B, C, D, E, G, H en I buiten de saisine van het appelgerecht valt; - de eiseres veroordeelt tot straffen, de bijdragen, de vergoeding en de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een vijfde van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 108,63 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230524.2F.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170111.3 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180227.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210601.2N.18 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.15 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.18 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251028.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.