← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.8 Rolnummer: P.21.1555.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-02-10 Raadplegingen: 591 - laatst gezien 2026-06-15 08:15 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het door artikel 4.1 Wegverkeersreglement bedoelde misdrijf van het niet-onmiddellijk gevolg geven aan bevelen van bevoegde personen, namelijk personen die ingevolge artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet toezicht houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en personen die ingevolge artikel 11 Wegverkeerswet de kentekens van hun ambt dragen en het verkeer kunnen regelen door bindende aanwijzingen te geven, is voltrokken van zodra de gebruiker van de openbare weg nalaat onmiddellijk gevolg te geven aan het bevel; de bevoegde personen kunnen niet enkel bevelen geven aan weggebruikers die in beweging zijn, maar ook aan andere weggebruikers, voor zover hun hoedanigheid duidelijk kenbaar is gemaakt; onder de in artikel 4.1 Wegverkeersreglement vermelde bevelen van een bevoegd persoon worden niet enkel bevelen bedoeld die louter gericht zijn op het regelen van het verkeer, maar ook bevelen die tot doel hebben het toezicht op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan mogelijk te maken, zoals het bevel het voertuig aan de kant te zetten of het bevel de motor van het voertuig af te zetten

(1).
(1)T. PAPART, “Wegverkeersreglement Artikel 4- Bindende kracht van de bevelen van de bevoegde personen”, in Postal Wegverkeer, Kluwer, 2001, 2.1.1. en 5.1.1.1 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 4 Vrije woorden: Artikel 4.1 - Bindende kracht van de bevelen van de bevoegde personen - Plicht onmiddellijk gevolg te geven aan bevelen van de bevoegde personen - Begrip bevoegde personen - Bevelen die niet louter gericht zijn op het regelen van het verkeer - Bevel het voertuig aan de kant te zetten - Bevel de motor van het voertuig af te zetten - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 11 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 4.1 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: POLITIE Vrije woorden: Wegverkeer - Bevoegde personen voor toezicht op het Wegverkeersreglement - Begrip bevoegde personen - Bevelen aan weggebruikers die het Wegverkeersreglement overtreden - Bevelen die niet louter gericht zijn op het regelen van het verkeer - Bevel het voertuig aan de kant te zetten - Bevel de motor van het voertuig af te zetten - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 11 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 4.1 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Fiche 3 De opsomming van de in artikel 4.2 Wegverkeersreglement vermelde bevelen is niet beperkend
(1).
(1)T. PAPART, “Wegverkeersreglement Artikel 4- Bindende kracht van de bevelen van de bevoegde personen”, in Postal Wegverkeer, Kluwer, 2001,
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 4 Vrije woorden: Artikel 4.2 - Bevelen die inzonderheid worden beschouwd als bevelen van bevoegde personen - Bevelen die niet in artikel 4.2 Wegverkeersreglement zijn vermeld Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 4.2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1555.N M V D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 5 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
  3. Het eerste middel voert schending aan van artikel 4.1 Wegverkeersreglement, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de strikte interpretatie van de strafwet: het bestreden vonnis kwalificeert het niet onmiddellijk aan de kant zetten van een voertuig, het niet onmiddellijk opnieuw plaatsnemen in een voertuig na te zijn uitgestapt, het niet onmiddellijk afzetten van de motor, het niet onmiddellijk vertonen van de identiteitskaart en het niet onmiddellijk overhandigen van boorddocumenten na een bevel daartoe door een bevoegd persoon als inbreuken op artikel 4.1 Wegverkeersreglement en veroordeelt de eiser daarvoor, terwijl die bepaling enkel bevelen viseert die betrekking hebben op het regelen van het verkeer. Het tweede middel voert schending aan van de artikelen 145 en 182 Wetboek van Strafvordering en miskenning van het verbod op machtsoverschrijding: hoewel de eiser slechts wordt vervolgd voor twee afzonderlijke feiten van het nalaten onmiddellijk gevolg te geven aan de bevelen van een bevoegd persoon, verklaart het bestreden vonnis de eiser schuldig aan vijf afzonderlijke feiten.
  4. Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten de overtredingen vaststellen door processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel. De personen die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgesomd in artikel 3 Wegverkeersreglement.
  5. Artikel 11 Wegverkeerswet bepaalt dat bevoegde personen die de kentekens van hun ambt dragen, het verkeer kunnen regelen door aanwijzingen te geven, die gaan boven de bepalingen van de algemene en de aanvullende reglementen.
  6. Volgens artikel 1, eerste lid, Wegverkeersreglement geldt het Wegverkeersreglement voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan, door voetgangers, voertuigen, trek-, last- of rijdieren en vee.
  7. Artikel 4.1 Wegverkeersreglement bepaalt dat de weggebruikers onmiddellijk gevolg moeten geven aan de bevelen van bevoegde personen. Artikel 4.2 Wegverkeersreglement omschrijft welke bevelen inzonderheid als door artikel 4.1 Wegverkeersreglement bedoelde bevelen worden beschouwd. Artikel 4.3, eerste lid, Wegverkeersreglement bepaalt dat de bevelen gericht tot in beweging zijnde weggebruikers slechts kunnen worden gegeven door personen die de kentekens van hun functie dragen.
  8. Uit deze bepalingen in hun onderlinge samenhang gelezen volgt dat: - het door artikel 4.1 Wegverkeersreglement bedoelde misdrijf is voltrokken van zodra de gebruiker van de openbare weg nalaat onmiddellijk gevolg te geven aan het bevel; - de opsomming van de in artikel 4.2 Wegverkeersreglement vermelde bevelen niet beperkend is; - de bevoegde personen niet enkel bevelen kunnen geven aan weggebruikers die in beweging zijn, maar ook aan andere weggebruikers, voor zover hun hoedanigheid duidelijk kenbaar is gemaakt; - onder de in artikel 4.1 Wegverkeersreglement vermelde bevelen van een bevoegd persoon niet enkel bevelen worden bedoeld die louter gericht zijn op het regelen van het verkeer, maar ook bevelen die tot doel hebben het toezicht op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan mogelijk te maken, zoals het bevel het voertuig aan de kant te zetten of het bevel de motor van het voertuig af te zetten.
  9. In zoverre de middelen uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen ze naar recht.
  10. Het bestreden vonnis stelt onder meer vast dat de eiser ondanks de gegeven bevelen meermaals heeft geweigerd zijn voertuig aan de kant te zetten en om de motor van zijn voertuig af te zetten. Op grond van die vaststellingen verantwoordt het bestreden vonnis naar recht de schuldigverklaring van de eiser aan de feiten van de telastleggingen A en B. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen.
  11. Voor het overige zijn de middelen gericht tegen overtollige redenen, kunnen ze bijgevolg niet tot cassatie leiden en zijn ze niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.