id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 7
, vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 65
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Werkstraf Vrije woorden: Eenheid van opzet - In kracht van gewijsde gegane veroordeling - Aanhangige feiten die aan de veroordeling voorafgaan - Straftoemeting - Aanvullende bestraffing - Werkstraf - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen:
Art. 7
, vierde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 65, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.21.1527.N C J M G, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Tom Van Overbeke, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 10 november
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek: het arrest laat na te motiveren waarom aan de eiseres geen werkstraf werd opgelegd terwijl zij in haar grievenformulier om een werkstraf heeft verzocht.
- Artikel 7, vierde lid, Strafwetboek bepaalt dat een werkstraf niet samen mag worden toegepast met een hoofdgevangenisstraf. Daaruit volgt dat indien de rechter bij toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek van oordeel is dat voor het geheel van eensdeels de reeds bestrafte feiten en anderdeels de door hem bewezen verklaarde feiten, de reeds voor die eerste feiten opgelegde bestraffing waaronder een gevangenisstraf, niet volstaat maar bijkomend een bestraffing noodzakelijk is, de werkstraf niet als bijkomende straf kan worden opgelegd.
- Het arrest oordeelt dat moet worden ingegaan op het door de eiseres met verwijzing naar het vonnis van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 7 februari 2019 geformuleerde verzoek om artikel 65, tweede lid, Strafwetboek toe te passen. De eiseres werd met dit vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en een geldboete, telkens met probatie-uitstel. Het appelgerecht kon dan ook bij toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek aan de eiseres geen werkstraf meer opleggen. Het arrest diende bijgevolg dan ook het doelloos verzoek van de eiseres niet te beantwoorden. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101012.5 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130213.3 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141105.5 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171107.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div