← België

V. contra C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.10 Rolnummer: P.21.1572.N Zaak: V. contra C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-02-17 Raadplegingen: 691 - laatst gezien 2026-06-18 14:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche Volgens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kent de rechter de rechtsplegingsvergoeding toe aan de in het gelijk gestelde partij en dus niet aan de rechtsbijstandsverzekeraar. Het gegeven dat de verzekeraar en de verzekeringsnemer in hun onderlinge verhouding anders zijn overeengekomen, doet hieraan geen afbreuk

(1).
(1)F. VAN VOLSEM, “De rechtsplegingsvergoeding en de strafrechter: een ietwat moeilijk huwelijk”, NC 2008,
  1. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Strafzaken - De in het gelijk gestelde partij - Rechtsbijstandverzekering - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 162bis, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1572.N J V D H, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Stijn Leliaert, advocaat aan de balie West-Vlaanderen, tegen
  2. E A A C, beklaagde,
  3. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 56, vrijwillig tussengekomen partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 29 oktober
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
  5. Het eerste middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 162, 162bis, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering, artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en artikel 95 Wet Verzekeringen: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de verweerders geen rechtsplegingsvergoeding aan de eiseres zijn verschuldigd; krachtens artikel 162bis Wetboek van Strafvordering is de eiseres, wier burgerlijke rechtsvordering grotendeels gegrond wordt verklaard, de in het gelijk gestelde partij; anders dan de appelrechters oordelen, doet het gegeven dat een rechtsbijstandsverzekeraar de proceskosten vergoedt, hieraan geen afbreuk; minstens is het bestreden vonnis tegenstrijdig gemotiveerd in zoverre het, enerzijds, met verwijzing naar de naamleningsovereenkomst oordeelt dat enkel de rechtsbijstandsverzekeraar gerechtigd is op de gerechtskosten terwijl, anderzijds, dezelfde overeenkomst toelaat dat de eiseres deze kosten zelf vordert. Het tweede middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1017 en 1022 Gerechtelijk Wetboek en artikel 95 Wet Verzekeringen: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de rechtsvordering van de eiseres tot terugbetaling van de expertisekosten ongegrond is; krachtens artikel 162 Wetboek van Strafvordering zijn de verweerders, als de in het ongelijk gestelde partijen, de gerechtskosten met inbegrip van de expertisekosten, verschuldigd aan de eiseres; anders dan de appelrechters oordelen, doet het gegeven dat een rechtsbijstandsverzekeraar deze kosten kan vorderen, hieraan geen afbreuk; minstens is het bestreden vonnis tegenstrijdig gemotiveerd in zoverre het, enerzijds, met verwijzing naar de naamleningsovereenkomst oordeelt dat enkel de rechtsbijstandsverzekeraar gerechtigd is op de gerechtskosten terwijl, anderzijds, dezelfde overeenkomst toelaat dat de eiseres deze kosten zelf vordert; tevens wijst het bestreden vonnis de vorderingen van de eiseres ten onrechte volledig af hoewel er geen stuk voorligt waaruit blijkt dat de rechtsbijstandsverzekeraar de expertisekosten volledig heeft betaald.
  6. Artikel 162, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ieder veroordelend vonnis uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen verwijst in de kosten. Artikel 162bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ieder veroordelend vonnis uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen veroordeelt tot het betalen aan de burgerlijke partij van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek. Volgens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kent de rechter de rechtsplegingsvergoeding toe aan de in het gelijk gestelde partij en dus niet aan de rechtsbijstandsverzekeraar. Het gegeven dat de verzekeraar en de verzekeringsnemer in hun onderlinge verhouding anders zijn overeengekomen, doet hieraan geen afbreuk.
  7. De appelrechters stellen vast dat: - de procedure wordt gevoerd tussen de eiseres, burgerlijke partij, en de verweerders, respectievelijk beklaagde en vrijwillig tussengekomen partij; - de eiseres een rechtsplegingsvergoeding van 2.400,00 euro vordert, die de verweerders verzoeken af te wijzen, minstens te herleiden, alsook de terugbetaling van de expertisekosten, bepaald op 2.476,94 euro, die de verweerders verzoeken af te wijzen; - de eiseres voor de kosten van de procedure bijstand geniet van haar rechtsbijstandsverzekeraar, met wie zij een naamleningsovereenkomst heeft gesloten op grond waarvan zij onder meer de kosten gemaakt voor de bijstand van een eigen raadsman tijdens de gerechtelijke expertise terugvordert; - in deze naamleningsovereenkomst is bepaald dat deze rechtsbijstandsverzekeraar tevens gerechtigd is op de terugbetaling van de gerechtskosten.
  8. Zij oordelen vervolgens dat: - de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres grotendeels gegrond is; - de rechtsbijstandsverzekering een schadeverzekering met een vergoedend karakter is, wat evenwel verhindert dat de verzekerde, wiens proceskosten worden vergoed door de verzekeraar, aanspraak maakt op deze kosten; - de rechtsvordering van de eiseres tot het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding dan ook ongegrond is; - de rechtsbijstandsverzekeraar een provisie van 1.500,00 euro voor het deskundigenonderzoek heeft gestort maar dat het onduidelijk is wie (de rechtsbijstandsverzekeraar dan wel de eiseres) het saldo van 976,94 euro heeft betaald; - de rechtsvordering van de eiseres tot het betalen van de expertisekosten bijgevolg eveneens ongegrond is. Die beslissing, die nalaat de rechtsplegingsvergoeding en de expertisekosten toe te kennen aan de in het gelijk gestelde partij, is niet naar recht verantwoord. De middelen zijn in zoverre gegrond. Overige grieven
  9. De grieven die niet tot een ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres tot betaling van de expertisekosten en de rechtsplegingsvergoeding afwijst. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiseres tot de twee derden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 526,97 euro, waarvan 134,48 euro is betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.