id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.12 Rolnummer: P.22.0105.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-02-17 Raadplegingen: 731 - laatst gezien 2026-06-18 22:31 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De strafuitvoeringsrechtbank oordeelt onaantastbaar over de afwezigheid van tegenaanwijzingen die betrekking hebben op het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden als bedoeld in artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering; bij die beoordeling kan de rechter de aard en de ernst van de feiten betrekken waarvoor de gedetineerde werd veroordeeld en die beoordeling van het recidiverisico houdt noodzakelijk ook een inschatting in voor de toekomst. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Tegenaanwijzingen - Recidiverisico - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2, 2° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Tegenaanwijzingen - Recidiverisico - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2, 2° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Tegenaanwijzingen - Recidiverisico - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2, 2° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 4 - 5 Uit het gegeven dat een veroordeelde na zijn voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering in het buitenland nog een vrijheidsstraf moet uitzitten, volgt niet dat de strafuitvoeringsrechtbank noodzakelijk moet aannemen dat er geen recidiverisico bestaat. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Tegenaanwijzingen - Recidiverisico - Overlevering met oog op uitzitten van een vrijheidsstraf - Gevolg Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Tegenaanwijzingen - Recidiverisico - Overlevering met oog op uitzitten van een vrijheidsstraf - Gevolg Fiches 6 - 7 De beoordeling door de strafuitvoeringsrechtbank van het recidiverisico ter gelegenheid van een eerder verzoek tot het verkrijgen een strafuitvoeringsmodaliteit belet niet dat de strafuitvoeringsrechtbank na een nieuwe beoordeling in dezelfde zin uitspraak doet. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Tegenaanwijzingen - Recidiverisico - Beoordeling - Wijze Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Tegenaanwijzingen - Recidiverisico - Beoordeling - Wijze Tekst van de beslissing Nr. P.22.0105.N I C, veroordeelde tot een vrijheidstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Anthony Mallego, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 17 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1 en § 2, Wet Strafuitvoering: het vonnis oordeelt dat de eiser zou afzien van een vrijwillige tussenstaatse overbrenging naar Moldavië, terwijl dit geen door de wet bepaalde tegenaanwijzing is; de eiser heeft alle mogelijke inspanningen geleverd, rekening houdend met zijn verblijf in de gevangenis en zijn economische situatie om de burgerlijke partijen te vergoeden; het vonnis vermeldt dat het positief is dat de eiser betaalt, maar dat deze betalingen onvoldoende zijn, terwijl er enkel mag worden geoordeeld dat de eiser inspanningen naar best vermogen leverde en niet dat er nog meer inspanningen in de toekomst moeten worden geleverd; bovendien is deze motivering identiek aan die van een eerder vonnis tot afwijzing; het vonnis oordeelt eveneens ten onrechte dat het recidivegevaar nog te groot is, omwille van het georganiseerde karakter en de ernst van de feiten waarvoor de eiser werd veroordeeld en omdat hij niet aan zijn proefstuk toe is; het recidiverisico moet worden ingeschat voor de toekomst en vooraleer de eiser een vrij man kan zijn, moet hij nog een gevangenisstraf van acht jaren en drie maanden in Moldavië ondergaan; het risico op het plegen van nieuwe feiten door toekenning van de gevraagde maatregel tot voorlopige invrijheidstelling ter overlevering aan Moldavië is dan ook niet bestaande, zodat de beoordeling van het recidiverisico niet voldoende concreet en correct is gebeurd; het is bovendien opvallend dat veroordeelden zonder verblijfsrecht door de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen langer in de gevangenis worden gehouden dan veroordeelden met verblijfsrecht en dat in functie daarvan de motivering is aangepast.
- Artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering is niet van toepassing op het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering. In zoverre het middel ook de schending van deze bepaling inroept, faalt het naar recht.
- Het vonnis stelt weliswaar vast dat de eiser heeft afgezien van de vrijwillige tussenstaatse overbrenging naar Moldavië voor de verdere uitvoering van de straf die hij thans in België uitzit, maar er blijkt niet dat de afwijzing van de door de eiser gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit op die vaststelling is gesteund. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- In zoverre het middel aanvoert dat de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen veroordeelden zonder verblijfsrecht langer in de gevangenis houdt dan veroordeelden met verblijfsrecht verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- De strafuitvoeringsrechtbank oordeelt onaantastbaar over de afwezigheid van tegenaanwijzingen die betrekking hebben op het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden als bedoeld in artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering.
- Bij die beoordeling kan de rechter de aard en de ernst van de feiten betrekken waarvoor de gedetineerde werd veroordeeld.
- De beoordeling van het recidiverisico houdt noodzakelijk ook een inschatting in voor de toekomst.
- Uit het gegeven dat een veroordeelde na zijn voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering in het buitenland nog een vrijheidsstraf moet uitzitten, volgt niet dat de strafuitvoeringsrechtbank noodzakelijk moet aannemen dat er geen recidiverisico bestaat.
- De beoordeling door de strafuitvoeringsrechtbank van het recidiverisico ter gelegenheid van een eerder verzoek tot het verkrijgen een strafuitvoeringsmodaliteit belet niet dat de strafuitvoeringsrechtbank na een nieuwe beoordeling in dezelfde zin uitspraak doet.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het vonnis stelt vast dat de eiser een straf uitzit voor feiten van diefstal met verzwarende omstandigheden in vereniging en poging daartoe. Het betrof meer bepaald georganiseerde woninginbraken in wisselende samenstellingen waarbij voornamelijk juwelen werden geviseerd en waarbij de eiser een belangrijke uitvoerende rol speelde en meermaals een valse naam gebruikt. Het stelt ook vast dat de eiser niet aan zijn proefstuk toe is en zelf aangaf dat hij reeds in Moldavië, Frankijk en Noorwegen in detentie verbleef voor onder meer diefstallen. Het vonnis oordeelt dat gelet op het georganiseerde karakter en de ernst van de feiten waarvoor de eiser werd veroordeeld en het feit dat hij niet aan zijn proefstuk toe is, het recidivegevaar te groot is. Op grond daarvan kan de strafuitvoeringsrechtbank wettig oordelen dat de voorlopige invrijheidstelling met het oog op overlevering stuit op de tegenindicatie in verband met het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- In zoverre het middel ook het oordeel bekritiseert betreffende de geleverde inspanningen om de burgerlijke partijen te vergoeden, kan het niet tot cassatie leiden, aangezien het oordeel over het recidiverisico op zich de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit verantwoordt. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.4 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div