id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.13 Rolnummer: P.21.1418.N Zaak: P. contra J. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2022-02-17 Raadplegingen: 891 - laatst gezien 2026-06-19 06:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Indien de rechter oordeelt bij de schuldvraag geen rekening te zullen houden met een tijdens het vooronderzoek afgelegde belastende getuigenverklaring, bestaat niet langer de noodzaak die getuige te horen op de rechtszitting onder eed en dient de rechter bijgevolg het niet-horen van die getuige à charge niet te verantwoorden in het licht van de criteria van het voorhanden zijn van de ernstige redenen voor het niet-horen van de getuige, het doorslaggevend karakter van de verklaring van de getuige à charge en het voorhanden zijn van compenserende factoren. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Horen van getuige à charge - In aanmerking nemen van verklaring als bewijs - Voorwaarde - Gevolgen Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Rechter ten gronde - Horen van getuige à charge - In aanmerking nemen van verklaring als bewijs - Voorwaarde - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Getuigen - Rechter ten gronde - Horen van getuige à charge - In aanmerking nemen van verklaring als bewijs - Voorwaarde - Gevolgen Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk2 - 2022, nr. 3, p. 165-
- - MEGANCK, B.; Noot'Het niet-horen van een getuige à charge met wiens verklaring de rechter geen rekening houdt' Tekst van de beslissing Nr. P.21.1418.N P A J P, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg, tegen
- M J, burgerlijke partij, verweerster, met als raadsman mr. Lore Gyselaers, advocaat bij de balie Limburg,
- A B, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 21 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep en de memorie
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cassatieberoep overeenkomstig artikel 427, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering is betekend aan de verweersters en dat de memorie overeenkomstig artikel 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering hen bij aangetekende brief ter kennis werd gebracht. In zoverre gericht tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweersters, zijn het cassatieberoep en de memorie bijgevolg niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.d EVRM, alsmede miskenning van het recht om getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen: bij tussenarrest van 1 april 2021 beslisten de appelrechters dat op eisers verzoek getuige S.N. zou worden gedagvaard op de rechtszitting van 5 mei 2021; de getuige werd gedagvaard in het Verenigd Koninkrijk maar is niet verschenen op de vermelde rechtszitting; nochtans werd de zaak behandeld en oordeelt het bestreden arrest dat de gevoerde strafvervolging in haar geheel beschouwd eerlijk is verlopen, het horen van de getuige zich met het oog op de waarheidsvinding niet opdringt en het hof van beroep haar verklaring niet betrekt bij het beoordelen van de schuldvraag; uit het tussenarrest blijkt nochtans dat het hof van beroep de nodige bewijswaarde heeft gehecht aan deze verklaring; de eiser heeft zowel tijdens het onderzoek als tijdens de behandeling ten gronde steeds verzocht deze getuige op te roepen om te worden gehoord en hij heeft de vragen vermeld die hij wilde stellen; de eiser is van oordeel dat deze getuige bijzonder belangrijk is en dat niet alle inspanningen zijn gedaan om hem te horen; de enkele dagvaarding van de getuige volstaat niet om te kunnen oordelen dat de Belgische gerechtelijke instanties voldoende inspanningen hebben gedaan om de getuige te doen horen; dit geldt te meer nu de verklaring van deze getuige doorslaggevend bewijs kan opleveren.
- Indien de rechter oordeelt bij de schuldvraag geen rekening te zullen houden met een tijdens het vooronderzoek afgelegde belastende getuigenverklaring, bestaat niet langer de noodzaak die getuige te horen op de rechtszitting onder eed en dient de rechter bijgevolg het niet-horen van die getuige à charge niet te verantwoorden in het licht van de criteria van het voorhanden zijn van de ernstige redenen voor het niet-horen van de getuige, het doorslaggevend karakter van de verklaring van de getuige à charge en het voorhanden zijn van compenserende factoren. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit het bestreden arrest blijkt niet dat de appelrechters bij de schuldbeoordeling rekening hebben gehouden met de tijdens het vooronderzoek afgelegde belastende verklaring van de getuige S.N.. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist het feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 130,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240319.2N.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250318.2N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.19 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div