← België

Z.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 65

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Meerdaadse samenloop - Vaststelling - Wijze Wettelijke bepalingen:

Art. 65, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.

BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Meerdaadse samenloop - Vaststelling - Motivering - Wijze Wettelijke bepalingen:

Art. 65

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 4 - 9 Er bestaat geen intrinsiek onlosmakelijk verband tussen een feit van vluchtmisdrijf (artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet) en feiten van het niet onmiddellijk gevolg geven aan de bevelen van een bevoegd persoon (artikel 4.1 Wegverkeersreglement), het niet steeds in staat geweest zijn te sturen of alle nodige rijbewegingen uit te voeren of zijn voertuig goed in de hand te hebben gehad (artikel 8.3, eerste en tweede lid, Wegverkeersreglement) en het als bestuurder niet te hebben kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis (artikel 10.1.3°, Wegverkeersreglement), ook niet als die feiten zich kort voor het vluchtmisdrijf situeren. Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Meerdaadse Vrije woorden: Vaststelling - Intrinsiek onlosmakelijk verband - Wegverkeer - Vluchtmisdrijf - Geen gevolg geven aan bevelen van bevoegd persoon - Niet in de hand hebben van een voertuig - Niet kunnen stoppen voor voorzienbare hindernis - Gevolg Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Meerdaadse samenloop - Intrinsiek onlosmakelijk verband - Wegverkeer - Vluchtmisdrijf - Geen gevolg geven aan bevelen van bevoegd persoon - Niet in de hand hebben van een voertuig - Niet kunnen stoppen voor voorzienbare hindernis - Gevolg Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 33 - Artikel 33.1 Vrije woorden: Intrinsiek onlosmakelijk verband - Vluchtmisdrijf - Geen gevolg geven aan bevelen van bevoegd persoon - Niet in de hand hebben van een voertuig - Niet kunnen stoppen voor voorzienbare hindernis - Gevolg Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 4 Vrije woorden: Intrinsiek onlosmakelijk verband - Vluchtmisdrijf - Geen gevolg geven aan bevelen van bevoegd persoon - Niet in de hand hebben van een voertuig - Niet kunnen stoppen voor voorzienbare hindernis - Gevolg Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 8 Vrije woorden: Intrinsiek onlosmakelijk verband - Vluchtmisdrijf - Geen gevolg gegeven aan het bevel om het grondgebied te verlaten - Niet in de hand hebben van een voertuig - Niet kunnen stoppen voor voorzienbare hindernis - Gevolg Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 10 Vrije woorden: Intrinsiek onlosmakelijk verband - Vluchtmisdrijf - Geen gevolg geven aan bevelen van bevoegd persoon - Niet in de hand hebben van een voertuig - Niet kunnen stoppen voor voorzienbare hindernis - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.21.1513.N E Z, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 11 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 14.2 IVBPR, alsmede miskenning van het vermoeden van onschuld: het bestreden vonnis houdt bij de straftoemeting rekening met inbreuken begaan op 11 januari 2019, waarvoor de eiser niet werd veroordeeld en die hij ten stelligste ontkent.
  3. De rechter mag zijn beslissing over de aan een beklaagde op te leggen straf mede steunen op feitelijke gegevens die als een misdrijf kunnen worden omschreven en waarvoor de beklaagde niet wordt vervolgd en dus ook niet wordt veroordeeld, voor zover de rechter die beklaagde niet schuldig verklaart aan dit niet vervolgde misdrijf. Dit houdt geen miskenning van het vermoeden van onschuld in.
  4. Met de in het middel vermelde redenen verklaren de appelrechters de eiser niet schuldig aan de op 11 januari 2019 gepleegde feiten, maar geven zij als antwoord op het door de eiser gevoerde verweer enkel aan dat hij wist dat de vereiste om een motorvoertuig te besturen in overeenstemming met de rijbewijsregelgeving tot een politionele interventie kon leiden. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek: het bestreden vonnis oordeelt dat alle feiten, waaraan het de eiser schuldig verklaart, niet gekenmerkt zijn door eenheid van opzet, hierbij verwijzend naar de onderverdeling van het beroepen vonnis; hoewel deze feiten de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, namelijk het omzeilen van de politiecontrole, motiveren de appelrechters dat de eiser geen reden aanvoert om artikel 65, eerste lid, Strafwetboek toe te passen; het is echter niet aan de eiser om daartoe een reden aan te reiken.
  6. Het bestreden vonnis oordeelt niet dat de eiser geen reden aanvoert om toepassing te maken van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek voor alle ten laste gelegde feiten. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  7. De rechter oordeelt onaantastbaar of er eenheid van opzet bestaat tussen de feiten waaraan hij een beklaagde schuldig verklaart.
  8. De rechter kan een louter verzoek om artikel 65, eerste lid, Strafwetboek toe te passen verwerpen met het enkele oordeel dat er geen eenheid van opzet bestaat.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. In zoverre het onderdeel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel door de rechter over het bestaan van eenheid van opzet, is het niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  11. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd; het neemt geen eenheid van opzet aan tussen het feit van de telastlegging D, namelijk de vlucht te hebben genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken na een verkeersongeval te hebben veroorzaakt, met de overige telastleggingen; nochtans is deze telastlegging intrinsiek onlosmakelijk verbonden aan de telastleggingen C, E en F; door geen eenheid van opzet aan te nemen tussen de feiten van de telastleggingen C, D, E en F is er een tegenstrijdigheid tussen de beschikkingen van de beslissing; met het oordeel dat er geen sprake is van eenheid van opzet voor het feit van de telastlegging D, na de vaststelling dat er eenheid van opzet is voor de feiten van de telastleggingen A, B, C, E en F, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.
  12. Er bestaat geen intrinsiek onlosmakelijk verband tussen een feit van vluchtmisdrijf (artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet) en feiten van het niet onmiddellijk gevolg geven aan de bevelen van een bevoegd persoon (artikel 4.1 Wegverkeersreglement), het niet steeds in staat geweest zijn te sturen of alle nodige rijbewegingen uit te voeren of zijn voertuig goed in de hand te hebben gehad (artikel 8.3, eerste en tweede lid, Wegverkeersreglement) en het als bestuurder niet te hebben kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis (artikel 10.1.3°, Wegverkeersreglement), ook niet als die feiten zich kort voor het vluchtmisdrijf situeren. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  13. Het aangevoerde motiveringsgebrek is afgeleid uit die vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.