← België

V.N.W.TRANSPORT N.V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.9 Rolnummer: P.21.1397.N Zaak: V.N.W.TRANSPORT N.V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-02-17 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-18 01:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de bepaling van artikel 45bis, § 3, zesde lid, Wegverkeersreglement en zijn wetsgeschiedenis volgt dat de verplichtingen, opgelegd aan de verlader, verpakker en verzender, de vervoerder niet ontslaan van zijn verplichting om te zorgen voor het correct zekeren van de lading en hiervoor een voertuig te gebruiken dat geschikt is voor het gecontracteerde vervoer. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 45 Vrije woorden: Artikel 45bis - Lading van voertuigen - Aansprakelijkheden van de actoren van het laadproces - Verplichtingen van de vervoerder - Draagwijdte Fiches 2 - 3 Noch uit artikel 45bis, § 4, eerste lid, Wegverkeersreglement, noch uit enige andere bepaling volgt dat een daadwerkelijke beproeving van het gebruikte ladingverzekeringssysteem op het weerstaan van de wettelijk voorziene g-krachten van de spanningskrachten is vereist om een inbreuk op de wettelijke criteria voor de zekering van de lading vast te stellen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 45 Vrije woorden: Artikel 45bis - Lading van voertuigen - Ladingverzekeringssysteem - Het weerstaan van de wettelijk voorziene g-krachten - Bewijs - Wijze Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 45bis - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeersreglement van 01-12-1975 - Artikel 45bis - Lading van voertuigen - Ladingverzekeringssysteem - Wijze Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 45bis - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1397.N V.N.W. TRANSPORT nv, met zetel te 3530 Houthalen-Helchteren, Centrum Zuid 1410, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8830 Hooglede, Bruggesteenweg 315, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 20 oktober 2021. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 45bis, § 3, Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis oordeelt dat de eiseres een oplegger heeft gebruikt die, gelet op het ontoereikende zekeringssysteem, ongeschikt was voor het vervoer van de lading in kwestie; de appelrechters laten evenwel na vast te stellen dat de eiseres door de verlader of de verpakker erop werd gewezen dat een zekering door middel van spanbanden, gelet op de aard van de lading, niet mogelijk was zodat het de eiseres niet kan worden verweten dat zij een ongeschikt voertuig heeft aangeboden. 2. Artikel 45bis, § 3, zesde lid, Wegverkeersreglement omschrijft de aansprakelijkheden van de verschillende actoren van het laadproces als volgt: “Tenzij op voorhand en schriftelijk anders wordt overeengekomen moet aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn: 1° de vervoerder voldoet aan de volgende voorwaarden:

  1. a)hij voorziet een voertuig dat geschikt is voor de lading waarvoor hij is gecontracteerd;
  2. b)hij biedt op de plaats van laden een voertuig aan dat schoon en zonder structurele schade is;
  3. c)hij staat in voor het bevestigen van de container op het chassis;
  4. d)hij zekert de lading conform dit artikel; 2° de verpakker voldoet aan de volgende voorwaarden:
  5. a)hij beschrijft de goederen. Die beschrijving bevat minstens de informatie, vermeld in het derde lid;
  6. b)als de kans bestaat dat de goederen beschadigd worden door spanbanden, beschrijft hij een alternatieve methode voor het zekeren van de goederen. Als die alternatieve methode specifieke eisen stelt aan het gebruikte voertuig, worden die vermeld; 3° de verlader voldoet aan de volgende voorwaarden:
  7. a)hij staat in voor de verdeling van de lading over de laadvloer;
  8. b)hij respecteert de maximale toelaatbare massa en de aslasten van het voertuig;
  9. c)hij verstrekt de informatie, vermeld in het derde en vierde lid;
  10. d)hij maakt een correcte zekering mogelijk; 4° de verzender voorziet in alle nodige documenten, met daarin minstens:
  11. a)een correcte beschrijving van de goederen;
  12. b)de massa van de totale lading;
  13. c)alle informatie die nodig is voor de juiste verpakking;
  14. d)de kennisgeving aan de verpakker en/of vervoerder van ongewone transportparameters bij individuele verpakkingen”. 3. Uit deze bepaling en zijn wetsgeschiedenis volgt dat de verplichtingen, opgelegd aan de verlader, verpakker en verzender, de vervoerder niet ontslaan van zijn verplichting om te zorgen voor het correct zekeren van de lading en hiervoor een voertuig te gebruiken dat geschikt is voor het gecontracteerde vervoer. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel 4. Het middel voert schending aan van artikel 45bis, § 4 en § 6, Wegverkeersreglement: anders dan geoordeeld door de appelrechters, volgt uit artikel 45bis, § 6, Wegverkeersreglement niet dat enkel een lading die werd gezekerd in overeenstemming met de richtsnoeren voor Europese beste praktijken voldoet aan de vereisten van artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement; bij gebrek aan een daadwerkelijke beproeving van het gebruikte ladingverzekeringssysteem op het weerstaan van de wettelijk voorziene g-krachten, oordelen de appelrechters bovendien ten onrechte dat het door de eiseres gebruikte verzekeringssysteem niet voldeed aan de vereisten van deze bepaling. 5. De appelrechters oordelen niet zoals het middel vermeldt. Zij oordelen enkel dat de lading in kwestie niet volgens de Europese richtsnoeren werd gezekerd, zoals ook door de eiseres bevestigd en stellen vervolgens vast dat het ladingverzekeringssysteem evenmin de in artikel 45bis, § 4, eerste lid, Wegverkeersreglement bepaalde g-krachten kan weerstaan. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag. 6. Artikel 45bis, § 4, eerste lid, Wegverkeersreglement bepaalt dat het ladingverzekeringssysteem de krachten moet kunnen weerstaan die worden uitgeoefend als het voertuig de volgende versnellingen of vertragingen ondergaat: 1°) 0,8 g in voorwaartse richting, 2°) 0,5 g in achterwaartse richting en 3°) 0,5 g in zijdelingse richting, aan beide zijden. 7. Noch uit deze bepaling noch uit enige andere bepaling volgt dat een daadwerkelijke beproeving van het gebruikte ladingverzekeringssysteem op het weerstaan van de wettelijk voorziene g-krachten van de spanningskrachten is vereist om een inbreuk op de wettelijke criteria voor de zekering van de lading vast te stellen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 8. De rechter beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de hem voorgelegde feitelijke gegevens die aan de tegenspraak van de partijen zijn voorgelegd, waaronder de vaststellingen van de verbalisanten en de foto’s van het strafdossier. In zoverre het middel opkomt tegen dat oordeel, is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220215.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.