← België

THUISVERPLEGING NUIJTS NADINE contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220217.1N.6 Rolnummer: F.21.0009.N Zaak: THUISVERPLEGING NUIJTS NADINE contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-02-24 Raadplegingen: 863 - laatst gezien 2026-06-19 03:08 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit het feit alleen dat de aanslag van ambtswege ten gevolge van een materiële vergissing van de administratie niet overeenkomstig de voorafgaande kennisgeving werd gevestigd, kan niet worden afgeleid dat de voorafgaande kennisgeving niet regelmatig gemotiveerd was. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag van ambtswege en forfaitaire aanslag Vrije woorden: Voorafgaande kennisgeving van aanslag van ambtswege - Ambtshalve aanslag - Materiële vergissing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 351 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0009.N THUISVERPLEGING N. N. bv, eiseres, met als raadsman mr. Alexander Delafonteyne, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Pathoekeweg 9b, bus 002, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur KMO Centrum Gent, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6, bus 304, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 mei

  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 december 2021 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 351, tweede lid, WIB92 geeft de administratie, voor de aanslag ambtshalve wordt gevestigd, bij ter post aangetekende brief aan de belastingplichtige kennis van de redenen waarom zij van de procedure gebruik maakt, van het bedrag van de inkomsten en andere gegevens waarop de aanslag zal steunen, alsmede van de wijze waarop die inkomsten en gegevens zijn vastgesteld. De voorafgaande kennisgeving die volgens artikel 351, tweede lid, WIB92 moet worden toegezonden, is bedoeld om de belastingplichtige de gelegenheid te geven zijn opmerkingen naar voor te brengen of met kennis van zaken zijn akkoord te betuigen met de voorgenomen aanslag van ambtswege. Uit het feit alleen dat de aanslag van ambtswege ten gevolge van een materiële vergissing van de administratie niet overeenkomstig de voorafgaande kennisgeving werd gevestigd, kan niet worden afgeleid dat de voorafgaande kennisgeving niet regelmatig gemotiveerd was.
  3. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de aanslag niet gevestigd werd overeenkomstig de kennisgeving van aanslag van ambtswege, aangezien in de kennisgeving van aanslag van ambtswege werd aangekondigd dat de vennootschap aanspraak kon maken op het verminderd tarief, maar dit verminderd tarief niet in de uiteindelijke aanslag werd toegepast; - de administratie erkent dat dit een materiële fout bij het uitvoeren van de aanslag betreft en zij haar akkoord bevestigt om in die mate ontheffing te verlenen; - gelet op de materiële fout bij het uitvoeren van de aanslagen, niet kan worden besloten dat de kennisgeving van aanslag van ambtswege niet de elementen bevat die vereist worden door artikel 351, tweede lid, WIB
  4. De appelrechter die op basis van deze overwegingen beslist dat de materiële fout op zich niet kan leiden tot de nietigheid van de aanslag wegens schending van artikel 351, tweede lid, WIB92 en dat deze fout eenvoudig kan worden rechtgezet middels ontheffing, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 313,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 17 februari 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220217.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250124.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.