← België

O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220222.2N.16 Rolnummer: P.21.1612.N Zaak: O. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2022-02-24 Raadplegingen: 789 - laatst gezien 2026-06-18 13:05 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 Het recht getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen, gewaarborgd door artikel 6.3.d EVRM, alsmede het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces houden in dat de beklaagde alle bewijsmiddelen in openbare rechtszitting tegensprekelijk moet kunnen betwisten; die rechten worden in de regel miskend wanneer een veroordeling op beslissende wijze steunt op de verklaring van een anonieme getuige die de beklaagde niet heeft kunnen doen ondervragen en waarvan hij de geloofwaardigheid niet heeft kunnen toetsen maar diezelfde rechten zijn evenwel niet miskend wanneer de schuldigverklaring gesteund is op de regelmatig aan de rechter voorgelegde gegevens die de partijen hebben kunnen tegenspreken en de anonieme getuigenis slechts een steunbewijs is die niet beslissend bijdraagt tot de vorming van de overtuiging van de rechter

(1).
(1)Cass. 23 juni 2015, AR P.14.0406.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150623.6, AC 2015, nr. 426. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Anonieme getuigenissen afgelegd buiten het kader van de artikelen 47decies, 75bis, 75ter en 86bis tot 86quinquies Wetboek van Strafvordering - Bewijswaarde - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Recht getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen - Anonieme getuigenissen afgelegd buiten het kader van de artikelen 47decies, 75bis, 75ter en 86bis tot 86quinquies Wetboek van Strafvordering - Bewijswaarde - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen - Anonieme getuigenissen afgelegd buiten het kader van de artikelen 47decies, 75bis, 75ter en 86bis tot 86quinquies Wetboek van Strafvordering - Bewijswaarde - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen - Anonieme getuigenissen afgelegd buiten het kader van de artikelen 47decies, 75bis, 75ter en 86bis tot 86quinquies Wetboek van Strafvordering - Bewijswaarde - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Strafzaken - Recht getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen - Anonieme getuigenissen afgelegd buiten het kader van de artikelen 47decies, 75bis, 75ter en 86bis tot 86quinquies Wetboek van Strafvordering - Bewijswaarde - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiche 6 Krachtens artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet is strafbaar, elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is; er is sprake van vluchtmisdrijf indien de bestuurder zich niet als bestuurder van het voertuig dat oorzaak dan wel aanleiding was van een ongeval op een openbare plaats kenbaar maakt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, ongeacht of hij ter plaatse blijft en het loutere feit dat de betrokkene zich als bestuurder van het voertuig kenbaar maakt, houdt geen zelfincriminatie in
(1).
(1)Cass. 8 april 2004, AR P.13.1610, AC 2004, nr. 277; Cass. 13 februari 2001, Verkeersrecht 2001, p. 207; Cass. 28 november 1995, AR P.95.0276.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951128.2, AC 1995, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 33 - Artikel 33.1 Vrije woorden: Artikel 33.1, 1° - Vluchtmisdrijf - Voorwaarden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 33, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 7 - 9 Voor de schuldigverklaring van het door artikel 30, § 1, 2°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf is de vaststelling van de aanwezigheid van alcohol in geval van de vermelding “alcohol niet toegestaan” op het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, niet afhankelijk van de schuldigverklaring aan een van de in artikel 34 Wegverkeerswet bedoelde misdrijven; wanneer de wet geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, grondt de rechter zijn overtuiging op alle regelmatig verkregen feitelijke gegevens van de zaak die aan de tegenspraak der partijen zijn onderworpen en gaat het Hof enkel na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 30 Vrije woorden: Artikel 30.1, 2° - Overtredingen van de bepalingen betreffende het rijbewijs - Vermelding 'alcohol niet toegestaan' - Vaststelling van de aanwezigheid van alcohol - Bewijs - Verband met artikel 34 Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter - Wettigheidscontrole van het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 34 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 30 - Artikel 30.1, 2° - Overtredingen van de bepalingen betreffende het rijbewijs - Vermelding 'alcohol niet toegestaan' - Vaststelling van de aanwezigheid van alcohol - Bewijs - Verband met artikel 34 Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter - Wettigheidscontrole van het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 34 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 30 - Artikel 30.1, 2° - Overtredingen van de bepalingen betreffende het rijbewijs - Vermelding 'alcohol niet toegestaan' - Vaststelling van de aanwezigheid van alcohol - Bewijs - Verband met artikel 34 Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter - Wettigheidscontrole door het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 34 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1612.N M. O., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Vincent Glas, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 20 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en de artikelen 75bis, 86bis tot 86quinquies en 189bis Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis grondt eisers veroordeling voornamelijk op de verklaringen van anonieme getuigen en de eiser heeft niet de mogelijkheid gehad deze getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen; ten onrechte wendt het bestreden vonnis anonieme verklaringen aan als bewijsmiddel van doorslaggevend belang.
  4. Het recht getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen, gewaarborgd door artikel 6.3.d EVRM, alsmede het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces houden in dat de beklaagde alle bewijsmiddelen in openbare rechtszitting tegensprekelijk moet kunnen betwisten. Die rechten worden in de regel miskend wanneer een veroordeling op beslissende wijze steunt op de verklaring van een anonieme getuige die de beklaagde niet heeft kunnen doen ondervragen en waarvan hij de geloofwaardigheid niet heeft kunnen toetsen maar diezelfde rechten zijn evenwel niet miskend wanneer de schuldigverklaring gesteund is op de regelmatig aan de rechter voorgelegde gegevens die de partijen hebben kunnen tegenspreken en de anonieme getuigenis slechts een steunbewijs is die niet beslissend bijdraagt tot de vorming van de overtuiging van de rechter.
  5. In zoverre het middel ervan uitgaat dat geen enkele bewijswaarde mag worden toegekend aan anonieme verklaringen, faalt het naar recht.
  6. Het bestreden vonnis steunt eisers veroordeling niet uitsluitend noch op doorslaggevende wijze op de anonieme verklaringen. Het baseert de veroordeling vooral op de verklaringen van F.B., naar de toestand waarin de eiser verkeerde en naar eisers verklaringen en die van zijn vriendin, die onderling tegenstrijdig zijn en nadien ook werden gewijzigd. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de anonieme verklaringen doorslaggevend bewijs voor eisers schuld vormen, kan het niet worden aangenomen. Tweede middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 33 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser zich schuldig heeft gemaakt aan vluchtmisdrijf; de eiser heeft zich niet verstopt, verscholen of verhuld en heeft het niet onmogelijk gemaakt dat er vaststellingen werden verricht; hij heeft enkel aangegeven niet de bestuurder te zijn geweest van het betrokken voertuig; door de ontkenning van eisers betrokkenheid te beoordelen als het onttrekken aan de dienstige vaststellingen is het bestreden vonnis niet naar recht verantwoord.
  8. In zoverre het middel opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  9. Krachtens artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet is strafbaar, elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.
  10. Er is sprake van vluchtmisdrijf indien de bestuurder zich niet als bestuurder van het voertuig dat oorzaak dan wel aanleiding was van een ongeval op een openbare plaats kenbaar maakt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, ongeacht of hij ter plaatse blijft. Het loutere feit dat de betrokkene zich als bestuurder van het voertuig kenbaar maakt, houdt geen zelfincriminatie in. In zoverre het uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  11. Het bestreden vonnis oordeelt dat “het melden van de feiten bij de politie, de plaats der feiten niet verlaten, maar zijn hoedanigheid van bestuurder valselijk ontkennen aan de politie, een inbreuk betekent op artikel 33 Wegverkeerswet”. Met deze reden verantwoordt het bestreden vonnis naar recht eisers veroordeling voor de telastlegging F. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
  12. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 30, § 1, 2°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis verklaart de eiser schuldig aan de telastlegging G, namelijk als bestuurder van een motorvoertuig op de openbare weg te hebben nagelaten de voorwaarden of de beperkingen, vermeld op het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, onder meer onder de vorm van codes, na te leven; de vermelding “alcohol niet toegestaan” betekent niet dat er louter sprake moet zijn van alcohol, waarbij de wijze van vaststelling vrij is; artikel 34 Wegverkeerswet bepaalt vanaf wanneer een alcoholopname strafbaar is; de aanwezigheid van alcohol moet worden vastgesteld op een van de wijzen die bepaald zijn in artikel 34 Wegverkeerswet en de eiser werd vrijgesproken van de telastlegging alcoholintoxicatie.
  13. Voor de schuldigverklaring van het door artikel 30, § 1, 2°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf is de vaststelling van de aanwezigheid van alcohol in geval van de vermelding “alcohol niet toegestaan” op het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, niet afhankelijk van de schuldigverklaring aan een van de in artikel 34 Wegverkeerswet bedoelde misdrijven.
  14. Wanneer de wet, zoals hier, geen bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, grondt de rechter zijn overtuiging op alle regelmatig verkregen feitelijke gegevens van de zaak die aan de tegenspraak der partijen zijn onderworpen. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. In zoverre het middel van andere rechtsopvattingen uitgaat, faalt het naar recht.
  15. Het bestreden vonnis oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de eiser ter ontnuchtering moest worden opgesloten omdat hij te dronken was en dat de verbalisanten attesteerden dat zijn adem naar alcohol rook. Op grond daarvan kunnen de appelrechters wettig oordelen dat de eiser alcohol heeft gebruikt en is zijn veroordeling voor de telastlegging G naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 110,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220222.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19951128.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150623.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.