← België

T. contra KBVB VZW

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 828

, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 829

, 9° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de bijzondere opsporingsmethoden bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering - Magistraten die zich ten opzichte van een mede-inverdenkinggestelde hebben uitgesproken over de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden van observatie - Zelfde magistraten die geroepen zijn zich ten opzichte van andere inverdenkinggestelden uit te spreken over de regelmatigheid van dezelfde bijzondere opsporingsmethoden van observaties - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 829

, 9° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Bijzondere opsporingsmethoden Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Controle over de bijzondere opsporingsmethoden bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering - Magistraten die zich ten opzichte van een mede-inverdenkinggestelde hebben uitgesproken over de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden van observatie - Zelfde magistraten die geroepen zijn zich ten opzichte van andere inverdenkinggestelden uit te spreken over de regelmatigheid van dezelfde bijzondere opsporingsmethoden van observaties - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 829

, 9° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Strafzaken - Vordering strekkende tot een uitspraak van de KI op basis van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering over de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie lastens een inverdenkinggestelde - Arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling - Nieuwe vordering met een identiek voorwerp als de eerste en strekkende tot eenzelfde beslissing lastens andere inverdenkinggestelden - Zelfde magistraten die geroepen zijn uitspraak te doen over de nieuwe vordering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

, 1° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 829

, 9° - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel II (Art. 217 tot en met 406) - 09-12-1808 - Art. 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808120950 Nota: Het ging naast deze zaak ook over de zaken P.22.0141.N tot en met P.21.0149.N die in het belang van een goede rechtsbedeling werden gevoegd. Tekst van de beslissing Nr. P.22.0139.N, Nr. P.22.0145.N en Nr. P.22.0146.N

  1. N. T., inverdenkinggestelde, verzoeker tot wraking, met als raadsman mr. Frank Scheerlinck, advocaat bij de balie Gent, waar de eiser woonplaats kiest, met kantoor te 9000 Gent, Martelaarslaan 134, Nr. P.22.0141.N
  2. A. B., inverdenkinggestelde, verzoeker tot wraking, met als raadsman mr. Tom Bauwens, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 99, waar de verzoeker woonplaats kiest, Nr. P.22.0142.N, Nr. P.22.0143.N en Nr. P.22.0144.N
  3. B. V., inverdenkinggestelde, verzoeker tot wraking, met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr. Louis De Groote, beiden advocaat bij de balie Gent, Nr. P.22.0147.N, Nr. P.22.0148.N en Nr. P.22.0149.N
  4. S. M., inverdenkinggestelde, verzoeker tot wraking, met als raadslieden mr. Hans Rieder en mr. Louis De Groote, beiden advocaat bij de balie Gent, in de zaak van FEDERAAL PROCUREUR, vervolgende partij, tegen
  5. U. J., inverdenkinggestelde,
  6. T. S., inverdenkinggestelde,
  7. D. S., inverdenkinggestelde,
  8. J. T., inverdenkinggestelde,
  9. O. S., inverdenkinggestelde,
  10. S. V., inverdenkinggestelde,
  11. H. S., inverdenkinggestelde,
  12. N. T., reeds vermeld, inverdenkinggestelde,
  13. P. C., inverdenkinggestelde,
  14. H. V. H., inverdenkinggestelde,
  15. L. D., inverdenkinggestelde,
  16. G. V., inverdenkinggestelde,
  17. O. R., inverdenkinggestelde,
  18. B. V., inverdenkinggestelde,
  19. P. T., inverdenkinggestelde,
  20. L. D., inverdenkinggestelde,
  21. L. D., inverdenkinggestelde,
  22. P. V. D. S inverdenkinggestelde,
  23. L. L., inverdenkinggestelde,
  24. B. V., inverdenkinggestelde,
  25. S. M., reeds vermeld, inverdenkinggestelde,
  26. F. D. K., inverdenkinggestelde,
  27. M. R., inverdenkinggestelde,
  28. A. O., inverdenkinggestelde,
  29. H. H., inverdenkinggestelde,
  30. P. J., inverdenkinggestelde,
  31. F. A., inverdenkinggestelde,
  32. R. L., inverdenkinggestelde,
  33. U. J., inverdenkinggestelde,
  34. V. M., inverdenkinggestelde,
  35. B. V., inverdenkinggestelde,
  36. P. M., inverdenkinggestelde,
  37. E. L., inverdenkinggestelde,
  38. A. B., inverdenkinggestelde,
  39. M. B., inverdenkinggestelde,
  40. L. A., inverdenkinggestelde,
  41. I. L., inverdenkinggestelde,
  42. R. V. G., inverdenkinggestelde,
  43. Y. F. Y C., inverdenkinggestelde,
  44. G. D. B., inverdenkinggestelde,
  45. D. H., inverdenkinggestelde,
  46. O. S., inverdenkinggestelde,
  47. E. M., inverdenkinggestelde,
  48. T. T., inverdenkinggestelde,
  49. W. M., inverdenkinggestelde,
  50. B. V., reeds vermeld, inverdenkinggestelde,
  51. S. D., inverdenkinggestelde,
  52. A. B., reeds vermeld, inverdenkinggestelde,
  53. R. B., inverdenkinggestelde,
  54. H. N., inverdenkinggestelde,
  55. D. D., inverdenkinggestelde,
  56. M. L., inverdenkinggestelde,
  57. M. L., inverdenkinggestelde,
  58. J. V. B., inverdenkinggestelde,
  59. P.-Y. H., inverdenkinggestelde,
  60. C. N’S.-B., inverdenkinggestelde,
  61. CREATIVE MANAGEMENT GROUP bv, met zetel te 1380 Lasne, Chemin des Hayes 5, inverdenkinggestelde,
  62. O. M., inverdenkinggestelde,
  63. D. R., inverdenkinggestelde,
  64. F. D., inverdenkinggestelde,
  65. S. J., inverdenkinggestelde,
  66. D. V. D. B., inverdenkinggestelde,
  67. S. K., inverdenkinggestelde,
  68. D. V. B., inverdenkinggestelde,
  69. A. V. B., inverdenkinggestelde,
  70. F. C., inverdenkinggestelde,
  71. E. L., inverdenkinggestelde,
  72. A. J., inverdenkinggestelde,
  73. M. K., inverdenkinggestelde,
  74. D. P., inverdenkinggestelde,
  75. YELLOW-RED KV MECHELEN nv, met zetel te 2800 Mechelen, Kleine Nieuwedijkstraat 53, inverdenkinggestelde,
  76. AENA bv, met zetel te 1653 Beersel (Dworp), Molenbeekstraat 24 bus 4.1, inverdenkinggestelde,
  77. K. M. A., inverdenkinggestelde, tevens inzake
  78. KONINKLIJKE BELGISCHE VOETBALBOND (KBVB) vzw, met zetel te 1020 Brussel, Houba de Strooperlaan 145, burgerlijke partij,
  79. KFCO BEERSCHOT-WILRIJK nv, met zetel te 2020 Antwerpen, Atletenstraat 80, burgerlijke partij,
  80. PRO LEAGUE vzw, met zetel te 1020 Brussel, Houba de Strooperlaan 145, burgerlijke partij,
  81. PRO LEAGUE nv, met zetel te 1020 Brussel, Houba de Strooperlaan 145, burgerlijke partij,
  82. KONINKLIJKE SPORTING CLUB LOKEREN OOST-VLAANDEREN (SPORTING LOKEREN) nv in faling, met zetel te 9160 Lokeren, Daknamstraat 9, voor wie optreden de curatoren Vincent VERLAECKT, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Mgr. Stillemansstraat 61 bus 6, alsook Catharina ORLENT, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Prinses Jos.-Charlottelaan 71, burgerlijke partij,
  83. JEUGD SPORTING LOKEREN vzw, met zetel te 9160 Lokeren, Scerpeputstraat 16, burgerlijke partij,
  84. SUPPORTERSORGAAN MALINWA vzw, met zetel te 2800 Mechelen, Kleine Nieuwedijkstraat 53, burgerlijke partij,
  85. KV MECHELEN SUPPORT vzw, met zetel te 2800 Mechelen, Kleine Nieuwedijkstraat 53, burgerlijke partij,
  86. KVC WESTERLO cv, met zetel te 2260 Westerlo, De Merodedreef 189, burgerlijke partij,
  87. AFD EUPEN nv, met zetel te 4700 Eupen, Hütte 79, Quartum Center, burgerlijke partij,
  88. B. V., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  89. STANDARD DE LIEGE nv, met zetel te 4000 Luik, Rue de la Centrale 2, burgerlijke partij,
  90. B. W., burgerlijke partij,
  91. B2CONSULT bv, met zetel te 1380 Lasne, rue de Genleau 51, burgerlijke partij,
  92. CLASSICO SPORTS MANAGEMENT vennootschap naar Frans recht (SAS), met zetel te 75008 Parijs (Frankrijk), avenue de Matignon 36, die woonplaats kiest te 3500 Hasselt, Gouverneur Roppesingel 131, burgerlijke partij,
  93. ROYAL SPORTING CLUB ANDERLECHT (RSCA) nv, met zetel te 1070 Anderlecht, Théo Verbeecklaan 2, burgerlijke partij,
  94. W. W., burgerlijke partij,
  95. KORTRIJK VOETBALT cv, met zetel te 8500 Kortrijk, Meensesteenweg 84A, burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De verzoekschriften tot wraking in de zaken P.22.0139.N, P.22.0141.N, P.22.0142.N, P.22.0143.N, P.22.0144.N, P.22.0145.N, P.22.0146.N, P.22.0147.N, P.22.0148.N en P.22.0149.N, die aan dit arrest zijn gehecht, beogen de wraking van drie magistraten van het hof van beroep te.., die zetelen in de kamer van inbeschuldigingstelling en met name kamervoorzitter T. V., raadsheer G. J. en plaatsvervangend magistraat I. M. Deze magistraten hebben op 27 januari 2022 de door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde verklaring afgelegd, waarbij zij aangeven zich niet van de zaak te willen onthouden. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voeging
  96. Het is in het belang van een goede rechtsbedeling de wrakingsverzoeken gekend onder de rolnummers P.22.0139.N, P.22.0145.N, P.22.0146.N, P.22.0141.N, P.22.0142.N, P.22.0143.N, P.22.0144.N, P.22.0147.N, P.22.0148.N en P.22.0149.N te voegen teneinde met één arrest te worden beslecht. Wrakingsverzoeken
  97. De wrakingsverzoeken zijn ingediend ter griffie van het hof van beroep te … op 27 januari
  98. Ze zijn ondertekend door advocaten die meer dan tien jaar bij de balie zijn ingeschreven.
  99. De verzoeken zijn gesteund op artikel 828, 1° en 9°, Gerechtelijk Wetboek dan wel enkel op artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek. In essentie wordt aangevoerd dat: - de voormelde magistraten zich in deze vervolging met het arrest van 25 oktober 2021 reeds hebben uitgesproken over de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden en geoordeeld dat er bij de bijzondere opsporingsmethoden van observatie geen onregelmatigheden werden begaan; - de zaak thans is vastgesteld voor het toezicht op de bijzondere opsporingsmethoden observatie; - de vordering van de federaal procureur van 12 januari 2022 identiek is aan deze van 14 oktober 2021 nu het openbaar ministerie dezelfde observaties als deze die reeds werden beoordeeld bij arrest van 25 oktober 2021 andermaal regelmatig wenst verklaard te zien, ditmaal in aanwezigheid van de verzoekers; - de vordering van de federaal procureur dezelfde verwijzingen bevat inzake de machtigingen van observatie, de processen-verbaal van uitvoering en het gevorderde; - de huidige procedure precies hetzelfde voorwerp heeft als de procedure waarover reeds op 25 oktober 2021 bij definitief arrest is geoordeeld en de beide procedures onlosmakelijk zijn verbonden; - bijgevolg er een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat voor een gebrek aan onpartijdigheid en onafhankelijkheid nu blijkt dat de betrokken magistraten in een recent verleden reeds blijk hebben gegeven van het oordeel als zouden de uitgevoerde observaties regelmatig zijn nog voor de verzoekers werden gehoord dan wel dat zij reeds raad hebben gegeven, gepleit of geschreven over het geschil.
  100. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat op 14 oktober 2021 de federaal procureur de kamer van inbeschuldigingstelling heeft gevorderd om in het kader van het door artikel 216/5, § 3, Wetboek van Strafvordering bedoelde onderzoek met betrekking tot een mede-inverdenkinggestelde de regelmatigheid van de aangewende bijzondere opsporingsmethoden observatie te onderzoeken. In die vordering werd verwezen naar schriftelijke beslissingen van de onderzoeksrechter van 9 maart 2018, 1 juni 2018 en 31 augustus 2018, de resultaten van de observaties zoals vervat in de processen-verbaal 2563/18, 2793/18, 3876/18 en 9521/18 en het proces-verbaal 10761/18 betreffende het bestaan van de machtigingen tot observatie. De betrokken mede-inverdenkinggestelde en de burgerlijke partijen werden daartoe opgeroepen. De verzoekers werden bij die procedure niet betrokken. Bij arrest van 25 oktober 2021 heeft de kamer van inbeschuldigingstelling geoordeeld dat: - overeenkomstig artikel 127, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering de onderzoeksrechter een beschikking tot mededeling heeft verleend op 22 oktober 2021; - in het kader van het gerechtelijk onderzoek gebruik werd gemaakt van de bijzondere opsporingsmethoden observatie; - de kamer van inbeschuldigingstelling bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering controle dient uit te oefenen over de toepassing en de regelmatigheid van deze bijzondere opsporingsmethoden in het gerechtelijk onderzoek; - er geen onregelmatigheden werden vastgesteld met betrekking tot deze bijzondere opsporingsmethoden.
  101. Het arrest van 25 oktober 2021 werd gewezen door de magistraten waarvan thans de wraking wordt gevraagd.
  102. Op 12 januari 2022 heeft de federaal procureur met verwijzing naar dezelfde gegevens als die welke werden vermeld in de vordering van 14 oktober 2021 de kamer van inbeschuldigingstelling opnieuw gevorderd de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie vast te stellen. Onder meer de verzoekers werden als inverdenkinggestelden daartoe opgeroepen voor de rechtszitting van 27 januari 2022, waar de magistraten zetelden waarvan de wraking wordt gevorderd.
  103. Daaruit volgt dat de magistraten waarvan thans de wraking wordt gevraagd zich met het arrest van 25 oktober 2021 hebben uitgesproken over de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie in dit gerechtelijk onderzoek overeenkomstig artikel 235ter Wetboek van Strafvordering en dat de vordering van 12 januari 2022 een identiek voorwerp heeft als de vordering van 14 oktober 2021 en strekt tot eenzelfde beslissing. De omstandigheid dat de thans door de kamer van inbeschuldigingstelling te maken beoordeling moet gebeuren na het horen, minstens het oproepen, van alle partijen waaronder de verzoekers en dat de kamer van inbeschuldigingstelling niet gebonden is door wat met het arrest van 25 oktober 2021 is beslist, belet niet dat reeds werd geoordeeld over een vordering met een identiek voorwerp. Bijgevolg hebben de drie magistraten die thans in de kamer van inbeschuldigingstelling zetelen: - over het geschil raad gegeven, gepleit of geschreven in de zin van artikel 828, 9°, Gerechtelijk Wetboek, zonder dat één van de drie in die bepaling vermelde uitzonderingsgevallen van toepassing is; - er wettige verdenking bestaat in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek aangezien de partijen en derden mogen vrezen dat, gelet op de beslissing die de drie magistraten reeds hebben genomen met het arrest van 25 oktober 2021, zij niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kunnen doen over de thans aanhangige vordering.
  104. De wrakingsverzoeken zijn bijgevolg gegrond en aan de drie betrokken magistraten moet overeenkomstig artikel 841, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek het bevel worden gegeven zich van de zaak te onthouden. Dictum Verklaart de wrakingsverzoeken ontvankelijk en gegrond. Beveelt kamervoorzitter T. V., raadsheer G. J. en plaatsvervangend magistraat I. M. zich te onthouden van de zaak. Zegt dat overeenkomstig artikel 838, laatste lid, Gerechtelijk Wetboek de griffier dit arrest zal ter kennis brengen van de partijen per gerechtsbrief. Laat de kosten ten laste van de staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220222.2N.25 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220907.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010508.23 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010530.12 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201209.2F.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240903.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.