id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 februari 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 418
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 420
- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Artikelen 418 en 420 Strafwetboek - Onopzettelijke slagen en verwondingen ten gevolge van een verkeersongeval - Verwijzing naar de politierechtbank - Begrip verkeersongeval - Bevoegdheid van de politierechtbank - Artikel 138.6°bis Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 138.6°bis - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titels V en VI (Art. 525 tot en met 588) - 14-12-1808 - Art. 525 e.v. - 30 ELI link Pub nr 1808121450
Art. 418
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 420- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.
BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Artikelen 418 en 420 Strafwetboek - Onopzettelijke slagen en verwondingen ten gevolge van een verkeersongeval - Verwijzing naar de politierechtbank - Begrip verkeersongeval - Bevoegdheid van de politierechtbank - Artikel 138.6°bis Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 138.6°bis - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titels V en VI (Art. 525 tot en met 588) - 14-12-1808 - Art. 525 e.v. - 30 ELI link Pub nr 1808121450
Art. 418
- 01 ELI link Pub nr 1867060850
Art. 420- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.
P.22.0167.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, in de zaak van
- S. V. M., beklaagde,
- AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, vrijwillig tussengekomen partij,
- T. M., burgerlijke partij,
- G. M., burgerlijke partij,
- L. H., burgerlijke partij,
- K. M., burgerlijke partij,
- M. P., burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De verzoeker vraagt om regeling van rechtsgebied ingevolge: - de beschikking van de raadkamer bij de rechtbank van eerste aanleg Leuven van 26 juni 2020 die de beklaagde verwijst naar de politierechtbank wegens de feiten zoals omschreven in de vordering van de procureur des Konings van 17 maart 2020; - het vonnis van de politierechtbank Leuven van 6 juli 2021 dat de onbevoegdheid van de politierechtbank vaststelt. De verzoeker zet in een op 4 februari 2022 ter griffie ontvangen verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, de redenen van het verzoek uiteen. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Leuven verwijst bij beschikking van 26 juni 2020 de beklaagde naar de politierechtbank Leuven wegens de feiten omschreven in de vordering van het openbaar ministerie van 17 maart 2020 als een inbreuk op de artikelen 418 en 420 Strafwetboek bij een verkeersongeval (telastlegging A), een inbreuk op artikel 8.3, eerste lid, Wegverkeersreglement en artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet (telastlegging B), een inbreuk op artikel 8.3, tweede lid, Wegverkeersreglement en artikel 29, § 1, derde lid, Wegverkeerswet (telastlegging C), een inbreuk op artikel 33, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet (telastlegging D), een inbreuk op artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet (telastlegging E) en een inbreuk op artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet (telastlegging F) te Aarschot op 4 augustus
- De politierechtbank Leuven verklaart zich bij vonnis van 6 juli 2021 ratione materiae onbevoegd om te oordelen over de feiten voorwerp van de telastleggingen A tot en met F tegen de beklaagde, het verklaart dit vonnis gemeen aan de vrijwillig tussengekomen partij en het verklaart zich ook onbevoegd om de burgerlijke rechtsvorderingen van de burgerlijke partijen te beoordelen.
- De politierechtbank oordeelt met dit vonnis dat de feiten omschreven onder de telastlegging A niet kunnen worden beschouwd als een verkeersongeval als bedoeld in artikel 138.6°bis Wetboek van Strafvordering en de rechtbank dan ook materieel niet bevoegd is om er kennis van te nemen. Die materiële onbevoegdheid strekt zich volgens de politierechtbank ook uit tot de daarmee samenhangende feiten omschreven onder de telastleggingen B tot en met F, die door de raadkamer samen met de feiten van de telastlegging A middels eenzelfde akte bij de politierechtbank aanhangig werden gemaakt, alsook tot de op die feiten gesteunde burgerlijke rechtsvorderingen.
- Tegen de beschikking van de raadkamer die de rechtspleging regelt staat vooralsnog geen rechtsmiddel open.
- Het vonnis van de politierechtbank heeft kracht van gewijsde.
- De onderlinge tegenstrijdigheid tussen beide beslissingen doet een conflict van rechtsmacht ontstaan dat de rechtsgang belemmert.
- Volgens artikel 138.6°bis Wetboek van Strafvordering neemt de politierechtbank kennis van de wanbedrijven omschreven in de artikelen 418 tot 420 Strafwetboek wanneer de doding of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval.
- Een verkeersongeval in de zin van artikel 138.6°bis Wetboek van Strafvordering is een wegverkeersongeval waarbij voetgangers en dieren of middelen van vervoer te land betrokken zijn, die de openbare weg gebruiken, alsook een dergelijk ongeval dat zich voordoet op een terrein dat openstaat voor het publiek of op een niet-openbaar terrein dat evenwel voor een bepaald aantal personen openstaat. Een ongeval dat zich voordoet op een privaat terrein dat niet openstaat voor een bepaald aantal personen is geen verkeersongeval in de zin van deze bepaling.
- Het aan de beklaagde verweten feit van onopzettelijke slagen of verwondingen (telastlegging A) schijnt niet voor te komen uit een verkeersongeval, zodat de politierechtbank niet bevoegd was om er kennis van te nemen.
- De feiten omschreven onder de telastleggingen B tot en met F schijnen samenhangend te zijn met het feit van onopzettelijke slagen of verwondingen omschreven onder de telastlegging A en al die feiten werden met één akte aanhangig gemaakt.
- Er bestaat dan ook grond tot regeling van rechtsgebied zoals hierna wordt bepaald. Dictum Het Hof, Regelt het rechtsgebied. Vernietigt de beschikking van 26 juni 2020 van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Leuven, die S.V.M. voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A tot en met F vermeld in de vordering van de procureur des Konings van 17 maart 2020 verwijst naar de politierechtbank Leuven. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beschikking. Verwijst de zaak naar de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Leuven, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220222.2N.27 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040525.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241016.2F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div