← België

M. contra Nederlandse Orde van advocaten bij de ba

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220307.3N.4 Rolnummer: S.20.0048.N Zaak: M. contra Nederlandse Orde van advocaten bij de ba Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-04-21 Raadplegingen: 411 - laatst gezien 2026-06-14 01:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het bureau voor juridische bijstand ingesteld door de raad van de Orde van Advocaten overeenkomstig artikel 508/7 Gerechtelijk Wetboek is geen instelling belast met het toepassen van de wetten en verordeningen bedoeld in de artikelen 579, 6° en 7°, 580, 581 en 582, 1° en 2° Gerechtelijk Wetboek in de zin van artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek. Thesaurus CAS: RECHTSBIJSTAND Vrije woorden: Orde van Advocaten - Bureau voor juridische bijstand - Handvest Sociaal Verzekerde - Instellingen van Sociale Zekerheid - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 508/7, 579, 6° en 7°, 580, 581, 582, 1° en 2°, en 1017 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De persoon die een verzoek om juridische tweedelijnsbijstand indient, is geen sociaal verzekerde in de zin van artikel 2, 7°, Wet Handvest Sociaal Verzekerde. Thesaurus CAS: RECHTSBIJSTAND Vrije woorden: Orde van Advocaten - Bureau voor juridische bijstand - Handvest Sociaal Verzekerde - Sociaal verzekerde - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 508/7 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 11 april 1995 tot invoering van het 'handvest' van de sociaal verzekerde - 11-04-1995 - Art. 2, 7° - 44 ELI link Pub nr 1995022286 Tekst van de beslissing Nr. S.20.0048.N E. M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen NEDERLANDSE ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE BALIE TE BRUSSEL, met zetel te 1000 Brussel, Poelaertplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0248.012.469, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 7 mei

  1. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF […] Tweede middel
  2. Krachtens artikel 1017, tweede lid, 1°, Gerechtelijk Wetboek wordt, behalve wanneer het geding roekeloos of tergend is, de instelling belast met het toepassen van de wetten en verordeningen bedoeld in de artikelen 579, 6°, 579, 7°, 580, 581 en 582, 1° en 2°, ter zake van vorderingen ingesteld door of tegen de sociaal verzekerden persoonlijk, steeds in de kosten verwezen. Krachtens artikel 1017, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, worden met sociaal verzekerden bedoeld de sociaal verzekerden in de zin van artikel 2, 7°, Wet Handvest Sociaal Verzekerde. Krachtens voormeld artikel 2, 7°, Wet Handvest Sociaal Verzekerde, zijn ‘sociaal verzekerden’ de natuurlijke personen die recht hebben op sociale prestaties, er aanspraak op maken of er aanspraak op kunnen maken, hun wettelijke vertegenwoordigers en hun gemachtigden. De in artikel 2, 7°, Wet Handvest Sociaal Verzekerde gebruikte term ‘sociale prestaties’ ziet uitsluitend op de prestaties van de in artikel 2, 1°, van die wet opgesomde regelingen van sociale zekerheid.
  3. Het bureau voor juridische bijstand ingesteld door de raad van de Orde van Advocaten overeenkomstig artikel 508/7 Gerechtelijk Wetboek, is weliswaar vermeld in artikel 580, 18°, Gerechtelijk Wetboek, maar is geen instelling belast met het toepassen van de wetten en verordeningen bedoeld in de artikelen 579, 6°, 579, 7°, 580, 581 en 582, 1° en 2° Gerechtelijk Wetboek in de zin van artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek. Evenmin is de persoon die een verzoek om juridische tweedelijnsbijstand indient een sociaal verzekerde in de zin van artikel 2, 7°, Wet Handvest Sociaal Verzekerde. Het middel dat op een andere rechtsopvatting berust, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 106,87 euro in debet. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 maart 2022 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220307.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.