← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022

Art. 24

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Verjaring - Schorsing - Aanvang - Wijze Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 24

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 3 - 4 De schorsing van de verjaring van de strafvordering gedurende de in artikel 1, eerste lid, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bedoelde periode, dit is de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 juli 2020, is van toepassing op de strafvordering met betrekking tot misdrijven die werden gepleegd vóór de aanvang van die periode, in zoverre de verjaring niet was bereikt vóór de inwerkingtreding van het COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020; met betrekking tot misdrijven die werden gepleegd tijdens die periode is de verjaring van de strafvordering bij toepassing van diezelfde bepaling eveneens geschorst, zij het slechts vanaf de datum van het misdrijf tot de einddatum van die periode

(1).
(1)Zie M.-A. BEERNAERT, H. D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 9° ed., 2021, I, p. 248. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Schorsing Vrije woorden: COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 - Aanvang - Wijze Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 24

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) - 27-03-2020 - Art. 7 - 02 ELI link Pub nr 2020040938 KB nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 - 3 - 09-04-2020 - Artt. 1, eerste lid, 3, 1°, en 23 - 02 ELI link Pub nr 2020030582 KB 28 april 2020 tot verlenging van de maatregelen genomen bij het Koninklijk Besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding ... - 28-04-2020 - Art. 1,

  1. a)- 02 ELI link Pub nr 2020040980 KB 13 mei 2020 tot verlenging van de maatregelen genomen bij het Koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding ... - 13-05-2020 - Art. 1,
  2. a)- 01 ELI link Pub nr 2020020917 Wet 24 december 2020 tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) - 24-12-2020 - Art. 4 - 20 ELI link Pub nr 2021200012 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Verjaring - Schorsing - COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 - Aanvang - Wijze Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 24

, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) - 27-03-2020 - Art. 7 - 02 ELI link Pub nr 2020040938 KB nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 - 3 - 09-04-2020 - Artt. 1, eerste lid, 3, 1°, en 23 - 02 ELI link Pub nr 2020030582 KB 28 april 2020 tot verlenging van de maatregelen genomen bij het Koninklijk Besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding ... - 28-04-2020 - Art. 1,

  1. a)- 02 ELI link Pub nr 2020040980 KB 13 mei 2020 tot verlenging van de maatregelen genomen bij het Koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding ... - 13-05-2020 - Art. 1,
  2. a)- 01 ELI link Pub nr 2020020917 Wet 24 december 2020 tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) - 24-12-2020 - Art. 4 - 20 ELI link Pub nr 2021200012 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0943.N M. M. M. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Elisabeth Vanpeteghem, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 4 juni 2021. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 24, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering; - artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (hierna COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020). 1. Volgens artikel 24, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is de verjaring van de strafvordering geschorst wanneer de wet dit bepaalt of wanneer er een wettelijk beletsel bestaat dat de instelling of de uitoefening van de strafvordering verhindert. 2. Artikel 3, 1°, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bepaalt dat voor een termijn gelijk aan de in artikel 1, eerste en derde lid, bedoelde periode, aangevuld met een maand, de verjaringstermijnen van de strafvordering voorzien voor de misdrijven van het Strafwetboek en voor de misdrijven van de bijzondere wetten worden geschorst. De einddatum van de in artikel 1, eerste lid, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bepaalde periode kan bij toepassing van het derde lid van dat artikel worden aangepast door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. 3. Artikel 23 COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bepaalt dat het besluit in werking treedt op de dag van publicatie ervan. Het besluit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 april 2020. 4. De einddatum van de in artikel 1, eerste lid, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bepaalde periode werd aangepast bij artikel 1, a), van het koninklijk besluit van 28 april 2020 tot verlenging van de maatregelen genomen bij het koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (hierna KB Verlenging van 9 april 2020 (lees: 28 april 2020)) en bij artikel 1, a), van het koninklijk besluit van 13 mei 2020 tot verlenging van de maatregelen genomen bij het koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (hierna KB Verlenging van 13 mei 2020). Het COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020, het KB Verlenging van 28 april 2020 en het KB Verlenging van 13 mei 2020 werden, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), bekrachtigd bij artikel 4 van de wet van 24 december 2020 tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II). 5. Uit die bepalingen blijkt dat de verjaring van de strafvordering is geschorst in de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 juli 2020, dit is gedurende de in artikel 1, eerste lid, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bedoelde periode van 18 maart 2020 tot en met 17 juni 2020, aangevuld met een maand. 6. Het recht om de strafvordering uit te oefenen ontstaat door het plegen van het als misdrijf omschreven feit. Hieruit volgt dat de verjaring van de strafvordering niet eerder kan beginnen te lopen dan vanaf het plegen van dat feit en in voorkomend geval slechts vanaf dat ogenblik kan worden geschorst. 7. De schorsing van de verjaring van de strafvordering gedurende de in artikel 1, eerste lid, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bedoelde periode is van toepassing op de strafvordering met betrekking tot misdrijven die werden gepleegd vóór de aanvang van die periode, in zoverre de verjaring niet was bereikt vóór de inwerkingtreding van het COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020. Met betrekking tot misdrijven die werden gepleegd tijdens die periode is de verjaring van de strafvordering bij toepassing van diezelfde bepaling eveneens geschorst, zij het slechts vanaf de datum van het misdrijf tot de einddatum van die periode. 8. Het bestreden vonnis oordeelt dat: - de eiser werd vervolgd op grond van de in artikel 559, 1°, Strafwetboek bedoelde overtreding, namelijk het opzettelijk beschadigen of vernielen van andermans roerende eigendommen, waarbij dit feit zou zijn gepleegd op 25 april 2020; - de in artikel 21, eerste lid, 6°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bedoelde initiële verjaringstermijn van zes maanden werd gestuit op 5 augustus 2020 door het overmaken van het proces-verbaal door de hoofdinspecteur aan het openbaar ministerie, waardoor de verjaring in beginsel bereikt zou zijn op 4 februari 2021 om middernacht; - de verjaring evenwel niet is bereikt omdat de verjaringstermijn moet worden verlengd met de in artikel 3, 1°, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bedoelde schorsingsperiode van 122 dagen, dit is gedurende de periode van 18 maart tot en met 17 juni 2020, vermeerderd met een maand. 9. Aangezien het feit, voorwerp van de telastlegging, volgens het bestreden vonnis pas op 25 april 2020 werd gepleegd, kon voor de berekening van de verjaring van de strafvordering niet de volledige in artikel 3, 1°, COVID-KB nr. 3 van 9 april 2020 bedoelde schorsingsperiode van 18 maart 2020 tot en met 17 juli 2020 in aanmerking worden genomen. De verjaring van de strafvordering tegen de eiser was bij toepassing van die laatste bepaling geschorst in de periode van 25 april 2020, dit is de datum waarop het ten laste gelegde feit zou zijn gepleegd, tot en met 17 juli 2020, zodat de initiële verjaringstermijn pas vanaf 18 juli 2020 is beginnen te lopen. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat er nog andere gronden van schorsing van de verjaring voorhanden zijn, noch dat de verjaring in de periode van 5 december 2020 tot en met 17 januari 2021 werd gestuit. Het oordeel dat de strafvordering niet vervallen is door verjaring, is dan ook niet naar recht verantwoord. Middel 10. Het middel behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie 11. De vermelde onwettigheid leidt tot de vernietiging van het bestreden vonnis, met inbegrip van de erin bevestigde beslissingen van het beroepen vonnis waarbij de eiser wordt veroordeeld tot de kosten, tot de betaling van een bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en tot de vaste vergoeding. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.