id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.1 Rolnummer: D.21.0013.N Zaak: S. contra Orde van advocaten bij de rechtbank Antw Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-03-18 Raadplegingen: 760 - laatst gezien 2026-06-18 20:09 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.1 Fiches 1 - 2 De wet bepaalt niet dat de klager, die gebruik wenst te maken van zijn recht om gehoord te worden in de tuchtprocedure ten laste van een advocaat, enkel persoonlijk kan gehoord worden, en sluit niet uit dat de klager, die wordt bijgestaan door een advocaat, via die advocaat namens hem wordt gehoord
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Tuchtprocedure ten laste van een advocaat - Klager - Recht om gehoord te worden - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 459, § 2, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 21 juni 2006 tot wijziging van een aantal bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de balie en de tuchtprocedure voor haar leden - 21-06-2006 - 36 ELI link Pub nr 2006009537 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - TUCHTZAKEN Vrije woorden: Tuchtprocedure ten laste van een advocaat - Klager - Recht om gehoord te worden - Modaliteiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 459, § 2, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 21 juni 2006 tot wijziging van een aantal bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de balie en de tuchtprocedure voor haar leden - 21-06-2006 - 36 ELI link Pub nr 2006009537 Fiche 3 Een advocaat mag zich bij de uitvoering van een rechterlijke beslissing in een zaak waarin hij weet dat de tegenpartij wordt bijgestaan door een advocaat, niet rechtstreeks tot die tegenpartij richten, tenzij de advocaat van de tegenpartij daartoe uitdrukkelijk zijn toestemming heeft gegeven en op voorwaarde dat hij daarvan op de hoogte wordt gehouden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Uitvoering van een rechterlijke beslissing - Deontologie - Verbod tot rechtstreeks contact met de tegenpartij - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Codex Deontologie voor Advocaten - 27-04-2016 - Art. 102 - 25 Link Justel databank 20160427-25 Tekst van de beslissing Nr. D.21.0013.N Y. S., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE RECHTBANK ANTWERPEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Gerechtsgebouw, Bolivarplaats 20, bus 15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0700.380.283, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissingen van Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten, van 16 februari 2021 en 16 maart
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 24 januari 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 459, § 2, derde lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de klager op zijn verzoek gehoord op de zitting van de tuchtraad en in voorkomend geval geconfronteerd met de betrokken advocaat. Krachtens artikel 467 Gerechtelijk Wetboek worden de debatten voor de tuchtraad van beroep gehouden zoals voorgeschreven door artikel 459, §
- Uit de parlementaire werkzaamheden die hebben geleid tot de wet van 21 juni 2006 tot wijziging van een aantal bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de balie en de tuchtprocedure van haar leden, blijkt dat de wetgever aan de klager in de tuchtprocedure ten laste van een advocaat een aantal rechten heeft willen verlenen die hij voordien niet had, zowel bij het aanvatten van het tuchtonderzoek als tijdens het onderzoek als in de behandeling voor de tuchtraad en de tuchtraad van beroep, waaronder het recht om gehoord te worden voor de tuchtraad en de tuchtraad van hoger beroep, zonder dat de klager partij is in die procedure. De wetgever bepaalt niet dat de klager, die gebruik wenst te maken van zijn recht om gehoord te worden, enkel persoonlijk kan gehoord worden, en sluit niet uit dat de klager, die wordt bijgestaan door een advocaat, via die advocaat namens hem wordt gehoord.
- Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- De bestreden beslissing oordeelt dat de tweede tenlastelegging, met name het bewust rechtstreeks in contact treden met de cliënten van de advocaat van de klagers, bewezen is, op volgende gronden: “Het verweer van (de eiser) dat het eigenlijk een andere en/of nieuwe procedure betrof gaat niet op: in casu ging het wel degelijk om dezelfde procedure, maar om de uitvoeringsfase. Niet alleen blijkt dit uit de inhoud van de brief die rechtstreeks aan de klagers gericht werd (het betrof de uitvoering van het arrest dat ook in tegenspraak met de klagers werd uitgesproken), bovendien blijkt het duidelijk uit de eigen referte van (de eiser) dat het alleszins ook in zijn ogen dezelfde zaak betrof: de referte in zijn afrekeningsbrief van 21.02.2019 is “Intenzo Real Estate / Holidaystraat – 170000732” en de referte in zijn rechtstreekse brief aan de klagers van 21.02.2019 is hieraan identiek. Het feit dat (de eiser) in deze brief van 21.02.2019 nog een nieuw argument schijnt te vinden tegen de persoon van de klagers zelf (hun eventuele oprichtersaansprakelijkheid), heeft niet tot gevolg dat het plots een andere zaak zou betreffen, waardoor hij deontologisch zou zijn vrijgesteld van de naleving van art. 102 Codex Deontologie. Daarbij komt dat het begrip “een bepaalde zaak” in artikel 102 Codex Deontologie niet eng mag worden geïnterpreteerd.”
- Met die redenen verwerpt en beantwoordt de bestreden beslissing het in het middel aangehaalde verweer. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, mist het feitelijke grondslag.
- Krachtens artikel 102 Codex Deontologie voor Advocaten heeft de advocaat met betrekking tot een bepaalde zaak geen rechtstreeks contact met een partij, van wie hij weet dat ze in die zaak wordt bijgestaan door een advocaat. Dat kan wel als de advocaat van die partij daartoe uitdrukkelijk zijn toestemming heeft gegeven en op voorwaarde dat hij daarvan op de hoogte wordt gehouden. Hieruit volgt dat een advocaat bij de uitvoering van een rechterlijke beslissing in een zaak waarin hij weet dat de tegenpartij wordt bijgestaan door een advocaat, zich niet rechtstreeks tot die tegenpartij mag richten, tenzij de advocaat van de tegenpartij daartoe uitdrukkelijk zijn toestemming heeft gegeven en op voorwaarde dat hij daarvan op de hoogte wordt gehouden.
- De bestreden beslissing die vaststelt dat het rechtstreeks contact tussen de eiser en de tegenpartij geen andere of nieuwe procedure betreft en dat het wel degelijk om de uitvoeringsfase van dezelfde procedure gaat, en vervolgens beslist dat de tenlastelegging, met name het bewust rechtstreeks in contact treden met de cliënten van de advocaat van de klagers, bewezen is, is naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 241,61 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 10 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div