id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.2 Rolnummer: C.21.0317.N Zaak: J. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2022-03-18 Raadplegingen: 1005 - laatst gezien 2026-06-19 05:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Een inbreuk op de fiscale wetgeving door een partij heeft op zich niet tot gevolg dat haar vordering niet kan worden toegelaten wegens afwezigheid van een rechtmatig belang in de zin van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek, nu dit enkel het geval is indien deze partij het behoud nastreeft van een toestand in strijd met de openbare orde of van een onrechtmatig voordeel. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Algemene legataris - Vordering tot terugbetaling van de decuius gekregen bedragen - Geen aangifte in de nalatenschap - Inbreuk op de fiscale wetgeving - Toelaatbaarheid van de vordering - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek van Successierechten - 31-03-1936 - Art. 40, vierde lid - 30 Link Justel databank 19360331-30 Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Algemene legataris - Vordering tot terugbetaling van de decuius gekregen bedragen - Geen aangifte in de nalatenschap - Inbreuk op de fiscale wetgeving - Toelaatbaarheid van de vordering - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek van Successierechten - 31-03-1936 - Art. 40, vierde lid - 30 Link Justel databank 19360331-30 Thesaurus CAS: SUCCESSIERECHTEN Vrije woorden: Algemene legataris - Vordering tot terugbetaling van de decuius gekregen bedragen - Geen aangifte in de nalatenschap - Inbreuk op de fiscale wetgeving - Toelaatbaarheid van de vordering - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek van Successierechten - 31-03-1936 - Art. 40, vierde lid - 30 Link Justel databank 19360331-30 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0317.N A. J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen C. V. S., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 19 januari
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 24 januari 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. FEITEN Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerster op 7 juni 2016 als algemene legataris van wijlen G. een vordering heeft ingesteld tot terugbetaling door de eiser van gelden die deze van G. zou hebben gekregen; - de eiser de niet-ontvankelijkheid van de vordering opwierp wegens gebrek aan rechtmatig belang aangezien de verweerster in haar aangifte van nalatenschap geen melding heeft gemaakt van de gevorderde bedragen; - de verweerster van haar kant liet gelden dat ten tijde van het openvallen van de nalatenschap het onzeker was welke gelden afkomstig waren van G. en dat zij de afloop van de procedure afwachtte om een bijkomende aangifte te doen; - de appelrechters de verweerster hierin zijn gevolgd en haar vordering ontvankelijk hebben verklaard. III. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert aan dat de appelrechters de vordering op grond van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek niet-ontvankelijk hadden dienen te verklaren omdat de verweerster aangifte had moeten doen van de gevorderde bedragen en de termijn voor een nieuwe aangifte in geval van vermeerdering van het actief ingevolge de oplossing van een geschil, krachtens artikel 40, vierde lid, Wetboek Successierechten, loopt vanaf de datum van het vonnis niettegenstaande verzet of beroep.
- Een inbreuk op de fiscale wetgeving door de partij heeft op zich niet tot gevolg dat haar vordering niet kan worden toegelaten wegens afwezigheid van een rechtmatig belang in de zin van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek. Dit is enkel het geval indien deze partij het behoud nastreeft van een toestand in strijd met de openbare orde of van een onrechtmatig voordeel. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 639,32 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 10 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240125.1N.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221104.1N.6 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231219.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div