← België

L. contra ABN AMRO BANK nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.9 Rolnummer: C.21.0286.N Zaak: L. contra ABN AMRO BANK nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-03-18 Raadplegingen: 1216 - laatst gezien 2026-06-18 20:09 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De oorzaak van de vordering is het geheel van feiten dat de eiser tot staving van het gevorderde aanvoert. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Oorzaak van de vordering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Om uit te maken of het gezag van rechtelijk gewijsde zich verzet tegen het onderzoek van een nieuwe vordering of bepaalde onderdelen ervan, moet de rechter onderzoeken welke feiten in de voorgaande procedure aan de rechter werden voorgelegd. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Reeds definitief besliste vordering - Nieuwe vordering - Gezag van rechterlijk gewijsde - Onderzoek - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 23 en 25 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 3 Indien de feiten die geleid hebben tot een beslissing in de eerste procedure, onderscheiden zijn van de feiten die aangevoerd worden tijdens de tweede procedure, is er geen gezag van gewijsde. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Reeds definitief besliste vordering - Nieuwe vordering - Onderzoek van de feiten die aangevoerd worden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 23 en 25 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0286.N M. L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ABN AMRO BANK nv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 2600 Berchem, Borsbeeksebrug 30, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0819.210.332, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 januari

  1. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 15 februari 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel Tweede subonderdeel
  2. Krachtens artikel 23 Gerechtelijk Wetboek strekt het gezag van het rechterlijk gewijsde zich niet verder uit dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt. Vereist wordt dat de gevorderde zaak dezelfde is, dat de vordering op dezelfde oorzaak berust, ongeacht de ingeroepen rechtsgrond, dat de vordering tussen dezelfde partijen bestaat, en door hen en tegen hen in dezelfde hoedanigheid gedaan is. Krachtens artikel 25 Gerechtelijk Wetboek verhindert het gezag van het rechterlijk gewijsde dat de vordering opnieuw wordt ingesteld. De oorzaak van de vordering is het geheel van feiten dat de eiser tot staving van het gevorderde aanvoert. Uit het feit dat het voorwerp en de oorzaak van een vordering waarover definitief is beslist niet dezelfde zijn als die van een latere vordering tussen dezelfde partijen, volgt niet noodzakelijk dat geen enkele aanspraak of betwisting die een partij in een van beide gedingen opwerpt identiek kan zijn en evenmin dat de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met het eerdere gewijsde.
  3. Om uit te maken of het gezag van rechtelijk gewijsde zich verzet tegen het onderzoek van de nieuwe vordering of bepaalde onderdelen ervan, moet de rechter onderzoeken welke feiten in de voorgaande procedure aan de rechter werden voorgelegd. Indien de feiten die geleid hebben tot een beslissing in de eerste procedure, onderscheiden zijn van de feiten die aangevoerd worden tijdens de tweede procedure, is er geen gezag van gewijsde.
  4. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiser de verweerster op buitencontractuele grondslag aansprakelijk stelt voor schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het handelen van de bank; - de verweerster besluit tot de onontvankelijkheid van de eis en dit op grond van het gezag van gewijsde van het arrest van het hof van beroep van 6 februari 2017 waarmee de eiser werd veroordeeld tot betaling op grond van de borgstelling die hij de bank toestond; - de eiser stelt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 23 Gerechtelijk Wetboek, weliswaar werd er tussen de beide partijen reeds een geding gevoerd waarbij de bank jegens hem de uitvoering van de borgverbintenis vorderde, maar de eiser zou in beide zaken niet in dezelfde hoedanigheid betrokken zijn geweest (in de vorige zaak als contractant en in de zaak die voorligt als schadelijdende derde) terwijl de gevorderde zaak in de twee gerechtelijke procedures een andere zou zijn geweest; - de argumentatie die de eiser aanvoert niet wegneemt dat het arrest van 6 februari 2017 oordeelde dat “geen enkele onzorgvuldigheid, nalatigheid, fout of enige precontractuele of contractuele tekortkoming in hoofde van de verweerster (is) aangetoond”; - deze beslissing volgde op het verwijt van de eiser dat de verweerster door een gebrek aan zorgvuldigheid ertoe zou hebben bijgedragen dat het pand op de diamanten teloor was gegaan – de in pand gegeven diamanten waarover A. V. G. als derde pandhouder was aangesteld bleken naar het buitenland te zijn verdwenen; deze onzorgvuldigheid zou de aansprakelijkheid van de bank uitmaken en zou verhinderen dat de bank een beroep deed op de borgstelling van de eiser; - de betwisting die hier thans ter beoordeling voorligt en waarbij de eiser stelt dat de bank zich schuldig maakte aan een buitencontractuele fout, met name een gebrek aan zorgvuldigheid aan de dag legde door geen controle op de di-amanten uit te oefenen waardoor de derde pandhouder ongestoord en buiten medeweten van de eiser de diamanten naar het buitenland kon laten ver-dwijnen, niet kan worden toegewezen zonder in tegenspraak te komen met het eerdere arrest waarbij werd geoordeeld dat de bank – ook met betrekking tot de verdwijning van de diamanten – geen enkele fout kon worden verweten.
  5. Door niet te verduidelijken welk gebrek aan zorgvuldigheid de eiser de verweerster verweet in de procedure die leidde tot het arrest van 6 februari 2017 die ertoe zou hebben bijgedragen dat het pand op de diamanten teloor was gegaan, laat de appelrechter het Hof niet toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen en is zijn beslissing derhalve niet regelmatig met redenen omkleed. In zoverre het subonderdeel schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, is het gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 10 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220310.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241031.1F.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230306.3N.3 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250203.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.