id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022
Artikel 489b
is, 4°, Strafwetboek - Verzuim om aangifte te doen van het faillissement - Moreel bestanddeel - Bewijs Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 489bis, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Art. 9 - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - thans art. XX.102 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEGRIP. VEREISTEN VAN HET FAILLISSEMENT Vrije woorden: Misdrijven die
Artikel 489b
is, 4°, Strafwetboek - Verzuim om aangifte te doen van het faillissement - Moreel bestanddeel - Bewijs Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 489bis, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Art. 9 - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - thans art. XX.102 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Moreel bestanddeel - Misdrijven die
Artikel 489b
is, 4°, Strafwetboek - Verzuim om aangifte te doen van het faillissement - Bewijs Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 489bis, 4° - 01 ELI link Pub nr 1867060850 WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Art. 9 - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - thans art. XX.102 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1413.N S S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen Jean HENDRICKX, met kantoor te 2018 Antwerpen, Lange Lozanastraat 24, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement GLOBAL HORECA bv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- In zoverre gericht tegen de beslissingen die de eiser vrijspreken van de telastlegging B en waarbij de appelrechters zich onbevoegd verklaren om kennis te nemen van de op die grond ingestelde burgerlijke rechtsvordering van de verweerder, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerder, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering van de verweerder, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 489bis, 4°, Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan het hebben verzuimd om tijdig aangifte te doen van het faillissement van G.H. bv (telastlegging A), maar motiveert op geen enkele wijze dat dit verzuim gebeurde met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen; schuldigverklaring aan dit misdrijf noodzaakt nochtans dat niet enkel de materiële bestanddelen ervan, maar ook het bijzonder opzet wordt gemotiveerd.
- Artikel 489bis, 4°, Strafwetboek bestraft de personen bedoeld in artikel 489 van dat wetboek die, met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, hebben verzuimd binnen de bij artikel 9 Faillissementswet, thans artikel XX.102 Wetboek economisch recht, bepaalde termijn aangifte te doen van het faillissement.
- De rechter kan het bijzonder opzet om de faillietverklaring uit te stellen afleiden uit het feit dat een bestuurder, door de niet-aangifte van het faillissement van de vennootschap, de schulden van die vennootschap laat oplopen terwijl er geen hoop bestaat op een verbetering van haar financiële toestand. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De beslissing van de rechter moet in zijn geheel worden gelezen en de redenen ervan dienen de ene door de andere te worden uitgelegd. Zodoende kunnen redenen die de rechter vermeldt ter ondersteuning van een bepaalde beslissing, ook de voornaamste redenen voor een andere beslissing uitmaken.
- Het arrest oordeelt niet enkel zoals het middel vermeldt. Het oordeelt ook dat: - het enkele gegeven dat er na 15 september 2017 nog vennootschappen bereid waren om G.H. bv aannemingswerken te laten uitvoeren, waarna G.H. bv voor de uitgevoerde werken facturen verzond, geen afbreuk doet aan de overige fei¬telijke vaststellingen. G.H. bv voerde sinds 31 maart 2017 geen boekhouding meer en was sinds 15 september 2017 illiquide en insolvabel. Desondanks heeft de eiser met het opzet om de faillietverklaring uit te stellen, op 16 oktober 2017 nagelaten om de boeken neer te leggen (p. 15, al. 2); - doordat G.H. bv actief bleef op een ogenblik waarop zij al in staat van staking van betaling verkeerde, de eiser de schulden ten onrechte en nodeloos deed aangroeien, met inbegrip van de schulden aan de publieke schuldeisers. Hierdoor benadeelde de eiser de schuldeisers van de vennootschap (p. 20, al. 4); - de sinds 16 oktober 2017 ontstane schulden er niet zouden zijn geweest indien de eiser aangifte van faillissement zou hebben gedaan ten laatste op 16 oktober 2017 (p. 23, al. 4). Met het geheel van de vermelde redenen die het arrest aldus bevat, oordeelt het wettig dat de eiser het feit van de telastlegging A pleegde met het vereiste opzet en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 137,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 maart 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220315.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180109.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div