id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220315.2N.6 Rolnummer: P.21.1649.N Zaak: L. contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2022-03-18 Raadplegingen: 808 - laatst gezien 2026-06-18 20:11 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit de bepalingen van artikel 14, § 1, Interneringswet en de artikelen 203, § 1, eerste lid, en 204, Wetboek van Strafvordering volgt dat de kamer van inbeschuldigingstelling in beginsel verplicht is het hoger beroep van een inverdenkinggestelde, ingesteld door het afleggen van een verklaring ter griffie tegen een beschikking die hem interneert, vervallen te verklaren wanneer binnen de beroepstermijn geen grievenschrift werd ingediend. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Internering - Hoger beroep tegen de beslissing tot internering door de raadkamer - Kamer van inbeschuldigingstelling - Grievenformulier - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 14, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 203, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Hoger beroep tegen de beslissing tot internering door de raadkamer - Kamer van inbeschuldigingstelling - Grievenformulier - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 14, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 203, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Hoger beroep tegen de beslissing tot internering door de raadkamer - Grievenformulier - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 14, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 203, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Fiches 4 - 5 Het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht van toegang tot de rechter, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, belet de lidstaten niet het instellen van rechtsmiddelen afhankelijk te maken van voorwaarden, voor zover die voorwaarden een wettig doel dienen en er een redelijke verantwoording bestaat tussen de opgelegde voorwaarden en het nagestreefde doel maar die voorwaarden mogen niet ertoe leiden dat het recht op het instellen van het rechtsmiddel in de kern wordt aangetast; met de verplichting voor de appellant op straffe van verval van het hoger beroep de grieven tegen de beroepen beslissing kenbaar te maken, beoogt de wetgever een doelmatiger behandeling van de strafzaken in hoger beroep, het vermijden van nutteloze werklast en kosten door het niet langer voorleggen van niet-betwiste beslissingen aan het appelgerecht en ten slotte de tegenpartijen en het appelgerecht in de gelegenheid te stellen te bepalen van welke beslissingen de appellant de hervorming wenst; die verplichting, alsook de duidelijk in artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalde verplichting om binnen de appeltermijn de grieven schriftelijk in te dienen zodat snel zekerheid bestaat over de draagwijdte van het hoger beroep, dienen een wettig doel, respecteren een redelijke verhouding tussen de opgelegde beperkingen en het nagestreefde doel en tasten het recht op hoger beroep in de kern niet aan
(1).
(1)Zie Hof van Cassatie van België, Jaarverslag 2017, pp. 81-91 over de problematiek van het grievenformulier. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Toegang tot de rechter - Voorwaarden - Verantwoording - Hoger beroep - Grievenformulier - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Grievenformulier - Doelstelling - Artikel 6.1 EVRM - Toegang tot de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 6 - 7 Uit artikel 6.1 EVRM en het door die bepaling gewaarborgde recht van toegang tot de rechter volgt voor de overheid in de regel niet de verplichting om een beklaagde die tijdens de procedure in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman en die kennis heeft gekregen van de beroepen beslissing, alle vormvereisten voor het hoger beroep tegen die beslissing ter kennis te brengen en dat geldt ook voor de op straffe van verval van het hoger beroep voorgeschreven verplichting om tijdig nauwkeurig bepaalde grieven in te dienen
(1).
(1)Zie Hof van Cassatie van België, Jaarverslag 2017, pp. 81-91 over de problematiek van het grievenformulier. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Toegang tot de rechter - Hoger beroep - Beklaagde bijgestaan door een advocaat in eerste aanleg - Kennisgeving door de overheid van de vormvereisten van het hoger beroep - Grievenformulier - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Artikel 6.1 EVRM - Toegang tot de rechter - Beklaagde bijgestaan door een advocaat in eerste aanleg - Kennisgeving door de overheid van de vormvereisten van het hoger beroep - Grievenformulier - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 8 - 10 Uit artikel 6.1 EVRM en het door die bepaling gewaarborgde recht van toegang tot de rechter volgt dat indien de appellant een persoon is tegen wie een interneringsmaatregel wordt gevorderd en die bijgevolg overeenkomstig de artikelen 13, § 3, en 81, § 1, eerste lid, Interneringswet moet worden bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat, de vervallenverklaring van het hoger beroep wegens het niet-indienen van een grievenformulier niet kan worden uitgesproken wanneer de appellant zelf hoger beroep heeft ingesteld op een ogenblik dat hij niet meer was bijgestaan door een raadsman en niet vaststaat dat hij op de hoogte was van de verplichting tijdig een grievenformulier in te dienen
(1).
(1)Cass. 12 oktober 2021, AR P.21.0937.N, AC 2021, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.10; Cass. 20 oktober 2020, AR P.19.1255.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201020.2N.14, AC 2020, nr. 645; Cass. 8 september 2020, AR P.20.0630.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.1, AC 2020, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Toegang tot de rechter - Internering - Hoger beroep ingesteld door de persoon zelf tegen wie de interneringsmaatregel is gevorderd - Persoon in eerste aanleg bijgestaan door een advocaat - Persoon niet meer bijgestaan door een advocaat in hoger beroep - Grievenformulier - Vervallenverklaring van het hoger beroep - Kennisgeving aan de geïnterneerde appellant - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 13, § 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 18, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Artikel 6.1 EVRM - Toegang tot de rechter - Internering - Hoger beroep ingesteld door de persoon zelf tegen wie de interneringsmaatregel is gevorderd - Persoon in eerste aanleg bijgestaan door een advocaat - Persoon niet meer bijgestaan door een advocaat in hoger beroep - Grievenformulier - Vervallenverklaring van het hoger beroep - Kennisgeving aan de geïnterneerde appellant - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 13, § 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 18, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Artikel 6.1 EVRM - Toegang tot de rechter - Hoger beroep ingesteld door de persoon zelf tegen wie de interneringsmaatregel is gevorderd - Persoon in eerste aanleg bijgestaan door een advocaat - Persoon niet meer bijgestaan door een advocaat in hoger beroep - Grievenformulier - Vervallenverklaring van het hoger beroep - Kennisgeving aan de geïnterneerde appellant - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 13, § 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 18, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.21.1649.N M M L, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Serge Defrenne, advocaat bij de balie Gent, tegen
- S A, burgerlijke partij, verweerster, met als raadsman mr. Kris Vincke, advocaat bij de balie West-Vlaanderen,
- POLITIEZONE MALDEGEM, met kantoor te 9990 Maldegem, Industrie¬laan 10, burgerlijke partij, verweerster, met als raadsman mr. Kris Vincke, advocaat bij de balie West-Vlaanderen,
- S I, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 13 Grondwet en de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering: het oordeel dat eisers hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer waarbij zijn internering werd bevolen bij gebrek aan neerlegging van een grievenformulier vervallen is, is niet naar recht verantwoord; op het ogenblik van het aantekenen van het hoger beroep was de eiser niet bijgestaan door een raadsman, hoewel dit volgens de artikelen 13 en 81 Interneringswet verplicht is; er blijkt ook nergens uit dat aan de eiser ter kennis werd gebracht dat hij een verzoekschrift of grievenformulier diende neer te leggen; door in die omstandigheden eisers hoger beroep vervallen te verklaren, wordt het rechtsmiddel in de kern aangetast en wordt afbreuk gedaan aan het recht op toegang tot een rechterlijke instantie.
- Volgens artikel 14, § 1, Interneringswet wordt het hoger beroep tegen beslissingen inzake internering van de raadkamer voor de kamer van inbeschuldigingstelling gebracht en wordt dit hoger beroep ingesteld in de vorm en binnen de termijnen van de artikelen 203, 203bis en 204 Wetboek van Strafvordering. Krachtens artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering vervalt het recht van hoger beroep van een beklaagde indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan uiterlijk dertig dagen na de uitspraak van een op tegenspraak gewezen vonnis. Artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een beklaagde tevens op straffe van verval van het hoger beroep binnen dezelfde termijn als voor het afleggen van de in artikel 203 bedoelde verklaring van hoger beroep en op dezelfde griffie dan wel op de griffie van het appelgerecht een verzoekschrift of grievenformulier moet indienen, dat nauwkeurig de grieven bevat die tegen het vonnis worden ingebracht.
- Uit deze bepalingen volgt dat de kamer van inbeschuldigingstelling in beginsel verplicht is het hoger beroep van een inverdenkinggestelde, ingesteld door het afleggen van een verklaring ter griffie tegen een beschikking die hem interneert, vervallen te verklaren wanneer binnen de beroepstermijn geen grievenschrift werd ingediend.
- Bij toepassing van de artikelen 13, § 3, en 81, § 1, Interneringswet, moet de inverdenkinggestelde ten aanzien van wie de internering wordt gevorderd, worden bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat.
- Het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht van toegang tot de rechter, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, belet de lidstaten niet het instellen van rechtsmiddelen afhankelijk te maken van voorwaarden, voor zover die voorwaarden een wettig doel dienen en er een redelijke verantwoording bestaat tussen de opgelegde voorwaarden en het nagestreefde doel. Die voorwaarden mogen niet ertoe leiden dat het recht op het instellen van het rechtsmiddel in de kern wordt aangetast.
- Met de verplichting voor de appellant op straffe van verval van het hoger beroep de grieven tegen de beroepen beslissing kenbaar te maken, beoogt de wetgever een doelmatiger behandeling van de strafzaken in hoger beroep, het vermijden van nutteloze werklast en kosten door het niet langer voorleggen van niet-betwiste beslissingen aan het appelgerecht en ten slotte de tegenpartijen en het appelgerecht in de gelegenheid te stellen te bepalen van welke beslissingen de appellant de hervorming wenst. Die verplichting, alsook de duidelijk in artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalde verplichting om binnen de appeltermijn de grieven schriftelijk in te dienen zodat snel zekerheid bestaat over de draagwijdte van het hoger beroep, dienen een wettig doel, respecteren een redelijke verhouding tussen de opgelegde beperkingen en het nagestreefde doel en tasten het recht op hoger beroep in de kern niet aan.
- Uit artikel 6.1 EVRM en het door die bepaling gewaarborgde recht van toegang tot de rechter: - volgt voor de overheid in de regel niet de verplichting om een beklaagde of inverdenkinggestelde die tijdens de procedure in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman en die kennis heeft gekregen van de beroepen beslissing, alle vormvereisten voor het hoger beroep tegen die beslissing ter kennis te brengen. Dat geldt ook voor de op straffe van verval van het hoger beroep voorgeschreven verplichting om tijdig nauwkeurig bepaalde grieven in te dienen; - volgt evenwel dat indien de appellant een persoon is tegen wie een interne¬ringsmaatregel wordt gevorderd en die bijgevolg moet worden bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat, de vervallenverklaring van het hoger beroep wegens het niet-indienen van een grievenformulier niet kan worden uitgesproken wanneer de appellant zelf hoger beroep heeft ingesteld op een ogenblik dat hij niet meer was bijgestaan door een raadsman en niet vaststaat dat hij op de hoogte was van de verplichting tijdig een grievenformulier in te dienen.
- Het appelgerecht oordeelt onaantastbaar of het hoger beroep in het licht van de voormelde criteria vervallen moet worden verklaard. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Het arrest oordeelt als volgt: - de eiser heeft op 19 augustus 2021 door een verklaring ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg persoonlijk hoger beroep aangetekend tegen de beschikking van de raadkamer van 20 juli 2021 waarbij zijn internering werd be¬volen; - er blijkt niet dat er een grievenschrift werd neergelegd zoals bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering; - de eiser was tijdens de procedure voor de raadkamer bijgestaan door een raadsman; - uit de stukken die door eisers nieuwe raadsman in hoger beroep werden neergelegd, blijkt dat de raadsman die de eiser voor de raadkamer heeft bijgestaan, na de beschikking van 20 juli 2021 aan de eiser heeft meegedeeld dat het volgens hem afgeraden was om hoger beroep aan te tekenen en dat, mocht de eiser toch een hoger beroep overwegen, hij dit diende te doen met een andere advocaat; - of dit laatste conform de richtlijnen van de balie is verlopen, is een louter deontologische aangelegenheid waarover de kamer van inbeschuldigingstelling zich niet heeft uit te spreken; - de eiser was niet van zijn vrijheid beroofd, hij had volledige bewegingsvrijheid en hij werd ervan in kennis gesteld dat hij een andere advocaat diende te raadplegen wanneer hij, in weerwil van het advies van zijn toenmalige raadsman om geen hoger beroep aan te tekenen, toch hoger beroep wenste in te stellen; - de eiser had eerder zelf al meermaals zelfstandig en autonoom een advocaat geraadpleegd, zodat zijn keuze om hoger beroep aan te tekenen zonder de bijstand van een raadsman enkel aan hemzelf toerekenbaar is, zodat hieruit geenszins enige vorm van overmacht kan worden afgeleid; - er ligt geen omstandigheid voor die onafhankelijk is van de wil van de eiser of die hij niet kon voorzien.
- Uit die redenen blijkt dat niet vaststaat dat de eiser op het ogenblik dat hij hoger beroep aantekende tegen de beschikking van de raadkamer waarbij zijn internering werd bevolen, nog de bijstand genoot van een advocaat, noch dat hij op de hoogte was van de verplichting om binnen de beroepstermijn een grievenformulier in te dienen. De beslissing om eisers hoger beroep in die omstandigheden vervallen te verklaren, is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Overige grieven
- De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 maart 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220315.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200908.2N.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201020.2N.14 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.3 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240213.2N.6 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div