← België

GEBROEDERS CROP BOUWONDERNEMING nv contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220317.1N.6 Rolnummer: C.21.0327.N Zaak: GEBROEDERS CROP BOUWONDERNEMING nv contra L. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-03-25 Raadplegingen: 895 - laatst gezien 2026-06-15 03:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wettelijke schuldvergelijking heeft van rechtswege plaats. Thesaurus CAS: SCHULDVERGELIJKING Vrije woorden: Wettelijke schuldvergelijking Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1289 en 1290 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Op het ogenblik dat wettelijke schuldvergelijking van rechtswege plaats heeft, vernietigen de 2 schulden elkaar, vanaf dat ogenblik brengen zij geen interest meer voort. Thesaurus CAS: SCHULDVERGELIJKING Vrije woorden: Wettelijke schuldvergelijking - Wederzijdse vernietiging schulden - Geen interest meer Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1290 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 Gerechtelijke schuldvergelijking verschilt van wettelijke schuldvergelijking doordat het bij gerechtelijke schuldvergelijking aan de rechter toekomt het bedrag van de wederzijdse schulden of een ervan te bepalen, waardoor beide schulden op het ogenblik van de rechterlijke uitspraak effen en dus vaststaande worden; tot op dat ogenblik blijven de schulden, indien zij rentedragend zijn, verder interest opbrengen. Thesaurus CAS: SCHULDVERGELIJKING Vrije woorden: Verschil tussen wettelijke en gerechtelijke schuldvergelijking - Bedrag wederzijdse schulden bepaald door rechter - Verdere interest Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1289, 1290 en 1291, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 4 Gerechtelijke schuldvergelijking moet onderscheiden worden van de situatie waarin de rechter het bestaan van wettelijke schuldvergelijking op een eerder ogenblik dan het vonnis vaststelt. Thesaurus CAS: SCHULDVERGELIJKING Vrije woorden: Verschil tussen wettelijke en gerechtelijke schuldvergelijking - Vaststelling bestaan wettelijke schuldvergelijking door rechter - Bepaling gerechtelijke schuldvergelijking door rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1289, 1290 en 1291, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0327.N GEBROEDERS CROP BOUWONDERNEMING nv, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0405.545.815, met als vereffenaar mr. Jan Allaert, met kantoor te 8500 Kortrijk, Stationsstraat

  1. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. F. L.,
  3. A.-M. C.,
  4. J.-P. L., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen, in aanwezigheid van Mr. Peter D’ABSALMON, met kantoor te 8750 Wingene, Beernemsteenweg 120, in de hoedanigheid van curator van het faillissement van TUINARCHITECTUUR EN TUINAANNEMING VANDEWALLE Lieven nv, met zetel te 8700 Tielt, Deinsesteenweg 101, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0432.268.523, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 26 november
  5. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel
  6. Krachtens artikel 1289 Oud Burgerlijk Wetboek heeft, wanneer twee personen elkaars schuldenaar zijn, tussen hen schuldvergelijking plaats, waardoor de twee schulden tenietgaan. Krachtens artikel 1290 Oud Burgerlijk Wetboek heeft schuldvergelijking van rechtswege plaats uit kracht van de wet, zelfs buiten weten van de schuldenaars. De twee schulden vernietigen elkaar op het ogenblik dat zij tegelijk bestaan, ten belope van hun wederkerig bedrag. Krachtens artikel 1291, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek, heeft schuldvergelijking alleen plaats tussen twee schulden die beide een geldsom of een zekere hoeveelheid vervangbare zaken van dezelfde soort tot voorwerp hebben en die beide vaststaande en opeisbaar zijn.
  7. Uit deze bepalingen volgt dat wettelijke schuldvergelijking, die van rechtswege krachtens de wet plaatsheeft, onder meer vereist dat de twee schulden effen en dus vaststaande zijn. Omdat de twee schulden elkaar op het ogenblik dat wettelijke schuldvergelijking plaatsvindt vernietigen, kunnen zij vanaf dat ogenblik geen interest meer voortbrengen.
  8. Gerechtelijke schuldvergelijking verschilt van wettelijke schuldvergelijking doordat het bij gerechtelijke schuldvergelijking aan de rechter toekomt het bedrag van de wederzijdse schulden of een ervan te bepalen, waardoor beide schulden op het ogenblik van de rechterlijke uitspraak effen en dus vaststaande worden. Tot op dat ogenblik blijven de schulden, indien zij rentedragend zijn, verder interest opbrengen.
  9. Uit het voorgaande volgt dat gerechtelijke schuldvergelijking dient te worden onderscheiden van de situatie waar de rechter het bestaan van wettelijke schuldvergelijking op een eerder ogenblik dan het vonnis vaststelt.
  10. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - schuldvergelijking een rechtsfeit is dat automatisch plaatsvindt van zodra aan de voorwaarden is voldaan en een partij er zich op beroept; - aan alle voorwaarden voor schuldvergelijking is voldaan; een vaststaande en opeisbare schuld van de eiseres tegen de verweerders voor een bedrag van 133.293,60 euro in hoofdsom en een vaststaande en opeisbare schuld van de verweerders tegen de eiseres voor een bedrag van 175.140,86 euro; - aangezien het bedrag dat de eiseres verschuldigd is hoger is dan het bedrag van de openstaande facturen en de verweerders deze pas sinds 2010 verschuldigd zijn, geen interest wordt toegekend aan de eiseres.
  11. De appelrechters die aldus te kennen geven dat beide schulden op het ogenblik van het opeisbaar worden van de facturen van de eiseres vaststaande waren en dat op dat ogenblik wettelijke schuldvergelijking heeft plaatsgevonden waardoor de vordering van de eiseres volledig uitdoofde, verantwoorden naar recht hun beslissing om geen interest toe te kennen aan de eiseres. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 748,67 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 17 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220317.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.