id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022
Art. 1139
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - VERBINDENDE KRACHT (NIET-UITVOERING) Vrije woorden: Ingebrekestelling - Begrip Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1139
- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 3 De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een geschrift dient beschouwd te worden als een ingebrekestelling, mits hij de bewijskracht ervan niet miskent. Thesaurus CAS: INGEBREKESTELLING Vrije woorden: Rechter - Beoordeling Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1139- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.
C.21.
- N FERYN INTERNATIONAL nv, met zetel te 2830 Willebroek, Emiel Vanderveldestraat 136, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0451.351.094, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen GROENBEDRIJF DFM bv, met zetel te 2380 Ravels, Gilseinde 105, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0463.549.934, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 april
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 10 februari 2022 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Een ingebrekestelling is de eenzijdige rechtshandeling waarbij een schuldeiser duidelijk en ondubbelzinnig kennis geeft aan de schuldenaar van zijn wil om de nakoming van de verbintenis te eisen. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een geschrift dient beschouwd te worden als een ingebrekestelling, mits hij de bewijskracht ervan niet miskent.
- De appelrechter die vaststelt dat uit het schrijven van de raadsman van de eiseres van 10 september 2015, waarvan de miskenning van de bewijskracht niet wordt aangevoerd, blijkt dat de eiseres “zeer goed begrijpt dat [de verweerster] van goede wil is” en dat de eiseres op 13 november 2015 een ingebrekestelling heeft gestuurd en hieruit afleidt dat enkel de brief van 13 november 2015 als ingebrekestelling kan worden beschouwd, geeft aldus te kennen dat de brief van 10 september 2015 de strekking had aan de verweerster een bijkomende termijn te gunnen en verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- Gelet op het tevergeefs bestreden oordeel van de appelrechters dat aan de verweerster een bijkomende termijn werd verleend, kan het middel in zoverre het is gesteund op de beweerde miskenning van de bindende kracht van de overeenkomst evenmin worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 504,43 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220321.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div