id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220321.3N.7 Rolnummer: C.21.0455.N Zaak: ICEMARK nv contra VENTANA bv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-05-10 Raadplegingen: 1175 - laatst gezien 2026-06-19 02:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De vergoedingsplicht strekt ertoe de schuldeiser terug te plaatsen in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden, mocht de wanprestatie niet hebben plaatsgevonden; dit houdt in dat de vergoeding aan de schuldeiser geen verrijking mag opleveren
(1).
(1)Zie Cass. 3 oktober 2019, AR C.17.0621.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191003.3, AC 2019, nr.
- Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Contractuele verbintenis - Wanprestatie - Vergoedingsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1149 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Vrije woorden: Wanprestatie - Vergoedingsplicht - Omvang - Verrijking Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1149 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0455.N ICEMARK nv, met zetel te 8400 Oostende, Wetenschapspark 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0438.419.214, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VENTANA bv, met zetel te 8900 Ieper, Rozendaalstraat 117, bus D, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0867.465.654, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest, mede inzake:
- D.P.B bv,
- B.K. nv, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 januari
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 10 februari 2022 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1149 Oud Burgerlijk Wetboek, is, ingeval van schuldige niet-nakoming van een contractuele verbintenis, de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser hierdoor lijdt te vergoeden. Deze schade bestaat uit het geleden verlies en de gederfde winst, behoudens de toepassing van de artikelen 1150 en 1151 Oud Burgerlijk Wetboek. De schade wordt vergoed door hetzij het herstel in natura, hetzij vervangende schadevergoeding. De vergoedingsplicht strekt ertoe de schuldeiser terug te plaatsen in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden, mocht de wanprestatie niet hebben plaatsgevonden. Dit houdt in dat de vergoeding aan de schuldeiser geen verrijking mag opleveren.
- De appelrechters die, ongeacht de gebruikte bewoordingen, bij het bepalen van het bedrag van de schadevergoeding voor een gebrekkige vloer, rekening houden met het gebruik dat de eiseres gedurende 9 jaar hebben gehad van de vloer en de waarde hiervan verrekenen met de kostprijs van een nieuwe vloer, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- In zoverre het middel opkomt tegen de feitelijke beoordeling van de appelrechter dat de vervroegde vernieuwing van de polierbetonvloer voor de eiseres een voordeel oplevert, is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.264,81 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220321.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191003.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241108.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div