← België

G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022

Art. 50

, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 50 Vrije woorden: Bijzondere facultatieve verbeurdverklaring - Verenigbaarheid met recht op eigendom - Evenredigheid - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 1, eerste aanvullend protocol - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 50

, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: EIGENDOM Vrije woorden: Recht op eigendom - Strafzaken - Wegverkeer - Artikel 50, § 2, Wegverkeerswet - Bijzondere facultatieve verbeurdverklaring - Verenigbaarheid - Evenredigheid - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 1, eerste aanvullend protocol - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 50

, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - ALLERLEI Vrije woorden: Artikel 1, Eerste aanvullend protocol EVRM - Recht op eigendom - Strafzaken - Wegverkeer - Artikel 50, § 2, Wegverkeerswet - Bijzondere facultatieve verbeurdverklaring - Verenigbaarheid - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 1, eerste aanvullend protocol - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 50

, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Bepaling van de sanctie - Wegverkeer - Artikel 50, § 2, Wegverkeerswet - Bijzondere facultatieve verbeurdverklaring - Evenredigheid - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 1, eerste aanvullend protocol - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 50, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.

P.21.1640.N E. M. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 23 november 2021 (2021/3920). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel

  1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering: in zijn grievenformulier heeft de eiser de rubriek “procedure” aangekruist, met als reden “schending rechten van verdediging”; het bestreden vonnis laat na uitspraak te doen over deze door de eiser opgeworpen grief; aldus miskennen de appelrechters de motiveringsverplichting, zoals gewaarborgd door artikel 149 Grondwet.
  2. Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het bestreden vonnis artikel 6.1 EVRM en de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering schendt. In zoverre is het middel onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
  3. Uit artikel 149 Grondwet volgt dat in de mate dat een appellant in een grievenformulier niet alleen zijn grieven aanduidt, maar ook een duidelijke eis, exceptie of verweer formuleert, de appelrechter daarop moet antwoorden. Artikel 149 Grondwet houdt echter niet in dat de rechter moet antwoorden op een aanvoering waaruit de appellant geen rechtsgevolg voor de te nemen beslissing afleidt.
  4. Met de in het middel vermelde aanvoering heeft de eiser in zijn grievenformulier aangeduid dat hij het beroepen vonnis een miskenning van het recht van verdediging verwijt, zonder deze grief evenwel te preciseren of hieruit een rechtsgevolg af te leiden voor de door de appelrechters te nemen beslissing. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt evenmin dat de eiser over deze grief verweer heeft gevoerd in een voor de appelrechters genomen conclusie. Aldus bevat die aanvoering geen verweer dat het bestreden vonnis dient te beantwoorden. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Tweede onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het bestreden vonnis verklaart het voertuig Audi A3 ten onrechte verbeurd; de appelrechters oordelen hierbij dat de verbeurdverklaring van dit voertuig geen onevenredige maatregel of onredelijk zware straf is, gelet op zijn beperkte waarde; dit gegeven is geen algemeen bekend feit, maar steunt op de persoonlijke kennis van de appelrechters en was niet aan de tegenspraak onderworpen.
  6. Krachtens artikel 50, § 2, Wegverkeerswet kan de rechter de verbeurdverklaring van een voertuig, dat niet de eigendom is van de dader van het misdrijf, bevelen indien de eigenaar van het voertuig wordt veroordeeld voor een overtreding zoals bedoeld in de artikelen 32, 37, 2°, 37bis, § 1, 3°, of 49 Wegverkeerwet.
  7. Deze bijzondere facultatieve verbeurdverklaring is op zich niet onbestaanbaar met het recht op het ongestoord genot van eigendom, dat is gewaarborgd bij artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, voor zover ze geen onevenredige maatregel vormt ten aanzien van het ermee nagestreefde wettige doel en aldus een miskenning inhoudt van het eigendomsrecht. Binnen de perken van de wet en deze verdragsbepaling die in België rechtstreekse werking heeft, bepaalt de rechter in feite en derhalve onaantastbaar de sanctie die hij in verhouding acht met de zwaarte van de bewezen verklaarde inbreuk en de persoonlijkheid van de dader.
  8. Indien de wet de straf en de strafmaat aan de vrije beoordeling van de rechter overlaat, is hij overeenkomstig artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering ertoe gehouden de redenen te vermelden die de keuze voor die straf en de maat ervan rechtvaardigen. Daarbij mag de rechter alle aan tegenspraak onderworpen feitelijke gegevens over de bewezen verklaarde feiten en de persoonlijkheid van de beklaagde betrekken.
  9. Het bestreden vonnis verantwoordt de opgelegde verbeurdverklaring met verwijzing naar “de beperkte waarde van het voertuig”. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de waarde van het voertuig, waarmee de eiser de te laste gelegde feiten heeft gepleegd, het voorwerp heeft uitgemaakt van een debat en dat dit gegeven aldus aan de tegenspraak was onderworpen. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  10. De grieven die niet kunnen leiden tot een ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit het voertuig Audi A3 verbeurd verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot vier vijfden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 164,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220329.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.