← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220329.2N.20 Rolnummer: P.22.0075.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2022-04-01 Raadplegingen: 843 - laatst gezien 2026-06-19 01:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter die oordeelt dat een herroepingsvordering van het uitstel van tenuitvoerlegging niet is verjaard, moet bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie die beslissing niet nader met redenen omkleden. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALGEMEEN Vrije woorden: Herroeping - Verjaring - Vaststelling - Motivering - Wijze Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Veroordeling met uitstel - Herroeping - Verjaring - Vaststelling - Wijze Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Veroordeling met uitstel - Herroeping - Verjaring - Vaststelling - Motivering - Wijze Fiche 4 Geen enkele bepaling van de Probatiewet of enig andere bepaling voorziet in een bijzondere termijn waarbinnen een vordering tot herroeping van uitstel van tenuitvoerlegging op grond van artikel 14, § 1ter, Probatiewet wegens het plegen van een nieuw misdrijf tijdens de proeftijd moet worden ingesteld en waarbinnen de rechter over een dergelijke vordering uitspraak moet doen; daaruit volgt dat deze herroepingsvordering moet worden ingesteld en dat erover moet zijn beslist binnen de termijn van de verjaring voor de uitvoering van de opgelegde straf waarvoor uitstel van tenuitvoerlegging is verleend, met dien verstande dat gelet op het verleende uitstel er een wettelijk beletsel is om de straf uit te voeren en de verjaringstermijn voor de uitvoering van de straf bijgevolg is geschorst tijdens de proeftijd

(1).
(1)Zie over deze problematiek: Cass. 23 februari 2016, AR P.14.1268.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160223.1, AC 2016, nr. 132, T.Strafr., 2016, 3, 234-236, met noot T. DECAIGNY, “De termijn voor herroeping van het uitstel van tenuitvoerlegging van een straf omwille van nieuwe feiten”; GwH nr. 30/2019 van 28 februari 2019, randnummers B.3.6 en B.9, www.const-cour.be; GwH nr. 77/2019 van 23 mei 2019, randnummers B.3.
  1. en B.9; P. HOET, “Over de verjaring van de herroepingsvordering en de straf bij gemeenschapsgerichte maatregelen en straffen”, Limb.Rechtsl. 2016, afl. 2, 97-
  2. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALLERLEI Vrije woorden: Wegverkeer - Herroeping wegens het plegen van een nieuw misdrijf - Instellen van de herroepingsvordering - Uitspraak - Termijnen - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 1ter - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Fiches 5 - 8 Uit het enkele feit dat de persoon tegen wie een vordering tot herroeping van uitstel van tenuitvoerlegging is uitgebracht niet voorafgaandelijk is verhoord, kan geen schending van artikel 6 EVRM worden afgeleid; de betrokkene kan op de rechtszitting waarop de herroepingsvordering wordt behandeld elk verweer laten gelden, maar hij tegen wie een vordering tot herroeping van uitstel van tenuitvoerlegging is uitgebracht en die zonder gegronde reden nalaat persoonlijk aanwezig te zijn op de rechtszitting waarop die vordering wordt behandeld, kan zich niet beroepen op een miskenning van zijn recht om persoonlijk te worden gehoord; hij maakt dan immers de uitoefening van dit recht zelf onmogelijk. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Veroordeling met uitstel - Herroeping van het uitstel - Geen voorafgaandelijk verhoor - Gevolgen Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALGEMEEN Vrije woorden: Herroeping van het uitstel - Geen voorafgaandelijk verhoor - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Veroordeling met uitstel - Herroeping van het uitstel - Afwezigheid op de rechtszitting - Gevolgen Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALGEMEEN Vrije woorden: Herroeping van het uitstel - Afwezigheid op de rechtszitting - Gevolgen Fiches 9 - 10 Aan de voorwaarde voor herroeping op grond van artikel 14, § 1ter, eerste lid, Probatiewet is voldaan indien de betrokkene, na een veroordeling met een in kracht van gewijsde getreden beslissing wegens een overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan, tijdens de proeftijd opnieuw een dergelijke overtreding pleegt, die aanleiding geeft tot een veroordeling met een in kracht van gewijsde getreden beslissing; niet is vereist dat die veroordeling wegens het nieuw misdrijf wordt uitgesproken of kracht van gewijsde krijgt tijdens de proeftijd; de omstandigheid dat de rechter bij de in kracht van gewijsde gegane veroordeling voor het nieuwe tijdens de proeftijd gepleegde misdrijf ten onrechte de door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet bedoelde toestand zou hebben aangenomen, belet de herroeping van het uitstel van tenuitvoerlegging niet. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - ALLERLEI Vrije woorden: Wegverkeer - Herroeping wegens het plegen van een nieuw misdrijf - Voorwaarde Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Vrije woorden: Veroordeling met uitstel - Herroeping wegens het plegen van een nieuw misdrijf - Voorwaarde Fiche 11 De rechter die op grond van een door de wetgever uitgewerkte regeling het uitstel van tenuitvoerlegging herroept van straffen opgelegd bij een eerdere rechterlijke beslissing en dit wegens het plegen van nieuwe feiten tijdens de vooraf bepaalde proeftijd welke aanleiding hebben gegeven tot een nieuwe rechterlijke veroordeling, miskent het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem niet. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: "Non bis in idem" - Veroordeling met uitstel - Herroeping wegens het plegen van een nieuw misdrijf - Gevolg Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 4, p. 224-
  3. - HOET, Peter; Noot'Over de herroeping van een uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf wegens een nieuw misdrijf' Tekst van de beslissing Nr. P.22.0075.N S E L V, persoon voor wie de herroeping van het uitstel wordt gevorderd, eiser, met als raadsman mr. Kris Masson, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 10 december
  4. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 21 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis oordeelt zonder enige nadere motivering dat de herroepingsvordering niet is verjaard, terwijl het vonnis dat uitstel heeft verleend dateert van meer dan vijf jaar terug.
  6. De rechter die oordeelt dat een herroepingsvordering van het uitstel van tenuitvoerlegging niet is verjaard, moet bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie die beslissing niet nader met redenen omkleden.
  7. Geen enkele bepaling van de Probatiewet of enig andere bepaling voorziet in een bijzondere termijn waarbinnen een vordering tot herroeping van uitstel van tenuitvoerlegging op grond van artikel 14, § 1ter, Probatiewet wegens het plegen van een nieuw misdrijf tijdens de proeftijd moet worden ingesteld en waarbinnen de rechter over een dergelijke vordering uitspraak moet doen.
  8. Daaruit volgt dat deze herroepingsvordering moet worden ingesteld en dat erover moet zijn beslist binnen de termijn van de verjaring voor de uitvoering van de opgelegde straf waarvoor uitstel van tenuitvoerlegging is verleend, met dien verstande dat gelet op het verleende uitstel er een wettelijk beletsel is om de straf uit te voeren en de verjaringstermijn voor de uitvoering van de straf bijgevolg is geschorst tijdens de proeftijd.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. De herroepingsvordering strekt tot herroeping van het uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een termijn van drie jaar dat werd verleend bij vonnis van de politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 3 oktober 2016 voor 125,00 euro van de geldboete van 200,00 euro en voor 75 dagen van het verval van drie maanden. Voor deze correctionele straffen bedraagt de verjaringstermijn voor de strafuitvoering bij toepassing van de artikelen 92 en 94, eerste lid, Strafwetboek vijf jaar en die termijn is geschorst tijdens de termijn van uitstel van tenuitvoerlegging. De herroepingsvordering is aanhangig gemaakt door de betekening van de dagvaarding aan de woonplaats van de eiser op 15 maart 2021 om te verschijnen voor de eerste rechter en over de herroepingsvordering is uitspraak gedaan met het bestreden vonnis. Bijgevolg is de verjaring van de herroepingsvordering niet bereikt. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  11. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: de eiser werd niet verhoord terwijl uit het recht op tegenspraak en het recht op een eerlijk proces volgt dat elke partij de mogelijkheid moet hebben om zijn argumenten te laten gelden; de motivering van de appelrechters is geen motivering.
  12. Het middel verduidelijkt niet hoe en waarom het bestreden vonnis artikel 195 Wetboek van Strafvordering schendt. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
  13. Uit het enkele feit dat de persoon tegen wie een vordering tot herroeping van uitstel van tenuitvoerlegging is uitgebracht niet voorafgaandelijk is verhoord, kan geen schending van artikel 6 EVRM worden afgeleid. De betrokkene kan op de rechtszitting waarop de herroepingsvordering wordt behandeld elk verweer laten gelden.
  14. Hij tegen wie een vordering tot herroeping van uitstel van tenuitvoerlegging is uitgebracht en die zonder gegronde reden nalaat persoonlijk aanwezig te zijn op de rechtszitting waarop die vordering wordt behandeld, kan zich niet beroepen op een miskenning van zijn recht om persoonlijk te worden gehoord. Hij maakt dan immers de uitoefening van dit recht zelf onmogelijk.
  15. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  16. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser zelf ervoor koos om niet persoonlijk aanwezig te zijn op de rechtszitting, waardoor hij door de appelrechters niet kon worden verhoord. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
  17. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, artikel 195 Wetboek van Strafvordering, artikel 14 Probatiewet en artikel 38, § 6, Wegverkeerswet, als mede miskenning van de regel non bis in idem: het vonnis van 8 juli 2020 dat de eiser veroordeelt wegens het tijdens de proeftijd op 28 juli 2019 gepleegde nieuwe feit maakt ten onrechte toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet op basis van het vonnis van 3 oktober 2016 dat uitstel van tenuitvoerlegging heeft verleend; er ligt immers meer dan drie jaar tussen dit vonnis en het vonnis van 8 juli 2020; naar analogie met artikel 38, § 6, Wegverkeerswet kan er niet tot herroeping worden overgegaan indien er geen veroordeling volgt binnen de drie jaar; anders wordt de eiser driedubbel veroordeeld.
  18. Artikel 14, § 1ter, eerste lid, Probatiewet bepaalt dat het gewoon uitstel kan worden herroepen indien diegene voor wie de maatregel is genomen wegens een overtreding van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan gedurende de proeftijd een nieuw misdrijf heeft gepleegd dat een veroordeling krachtens de Wegverkeerswet tot gevolg heeft gehad. Artikel 38, § 6, Wegverkeerswet is vreemd aan de herroepingsvordering van het uitstel van tenuitvoerlegging inzake wegverkeer.
  19. Aan de voorwaarde voor herroeping op grond van artikel 14, § 1ter, eerste lid, Probatiewet is voldaan indien de betrokkene, na een veroordeling met een in kracht van gewijsde getreden beslissing wegens een overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan, tijdens de proeftijd opnieuw een dergelijke overtreding pleegt, die aanleiding geeft tot een veroordeling met een in kracht van gewijsde getreden beslissing. Niet is vereist dat die veroordeling wegens het nieuw misdrijf wordt uitgesproken of kracht van gewijsde krijgt tijdens de proeftijd. De omstandigheid dat de rechter bij de in kracht van gewijsde gegane veroordeling voor het nieuwe tijdens de proeftijd gepleegde misdrijf ten onrechte de door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet bedoelde toestand zou hebben aangenomen, belet de herroeping van het uitstel van tenuitvoerlegging niet.
  20. De rechter die op grond van een door de wetgever uitgewerkte regeling het uitstel van tenuitvoerlegging herroept van straffen opgelegd bij een eerdere rechterlijke beslissing en dit wegens het plegen van nieuwe feiten tijdens de vooraf bepaalde proeftijd welke aanleiding hebben gegeven tot een nieuwe rechterlijke veroordeling, miskent het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem niet.
  21. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  22. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 3 oktober 2016 werd veroordeeld wegens een inbreuk op de Wegverkeerswet tot onder meer een geldboete en een verval van het recht tot sturen, telkens voor een deel met uitstel gedurende een termijn van drie jaar, alsook dat hij bij in kracht van gewijsde getreden vonnis van 8 juli 2020 van dezelfde rechtbank werd veroordeeld voor een op 28 juli 2019 gepleegde inbreuk op de Wegverkeerswet. Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de voorwaarden voor herroeping van het uitstel van tenuitvoerlegging welke werd verleend met het vonnis van 3 oktober 2016 zijn vervuld en dit ongeacht de maat van de straf welke werd opgelegd met het vonnis van 8 juli 2020 voor het tijdens de proeftijd gepleegde nieuwe feit, is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  23. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220329.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160223.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231212.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.