id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 maart 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220331.1N.4 Rolnummer: C.21.0196.N Zaak: BANK NAGELMACKERS nv contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-04-12 Raadplegingen: 1546 - laatst gezien 2026-06-19 02:20 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Enkel wanneer een provisioneel bedrag wordt gevorderd zonder voorbehoud voor verdere raming van de vergoeding bijvoorbeeld in het licht van een onderzoeksmaatregel, kan dit bedrag worden gelijkgesteld met het effectief gevorderde bedrag, zodat een in geld waardeerbare vordering voorligt. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: In geld waardeerbare vordering - Vordering tot vergoeding van een provisioneel bedrag - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Artt. 2 tot 4 - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Fiche 2 In geval een vordering tot vergoeding abusievelijk is ondergewaardeerd ten belope van slechts een provisioneel bedrag kan de rechter corrigeren
(1).
(1)Zie Cass. 10 februari 2022, AR C.21.0252.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220210.1N.6-C.21.0216.N, AC 2022, nr. 117; Cass. 20 november 2020, AR P.12.0203.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121120.2, AC 2012, nr. 623; Cass. 17 november 2010, AR P.10.0863.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101117.4, AC 2010, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Vordering tot vergoeding van een provisioneel bedrag - Abusievelijk ondergewaardeerde vordering tot vergoeding - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 557 tot 559, 561, 562 en 618, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1022, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Artt. 2 tot 4 - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Annotaties Publicaties: BJS-Bulletin juridique social - 2022, n° 693, p.
- - BEDORET, Christophe; Note'Indemnité de procédure: la demande d'un euro provisionnel est-elle évaluable en argent?' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0196.N BANK NAGELMACKERS nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Sterrenkundelaan 23, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.140.107, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- W. V.,
- P.-P. W.,
- J. B.,
- N. B., eerste tot een met vierde verweerders in cassatie, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eerste tot en met vierde verweerders woonplaats kiezen,
- Lisbeth BUYTAERT, notaris,
- NOTARIS LISBETH BUYTAERT bv, met zetel te 2930 Brasschaat, Bredabaan 145, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0897.444.691,
- Daan DIERICKX, notaris, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Grotesteenweg 155, vijfde tot en met zevende verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 22 februari
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel
- Krachtens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. In uitvoering van artikel 1022, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek worden de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld in het Tarief Rechtsplegingsvergoeding, rekening houdend met onder meer de aard van de zaak en de belangrijkheid van het geschil.
- De artikelen 2 tot 4 Tarief Rechtsplegingsvergoeding voorzien in indexeerbare bedragen van de rechtsplegingsvergoeding voor al dan niet in geld waardeerbare vorderingen. Tot bepaling van de rechtsplegingsvergoeding voor in geld waardeerbare vorderingen wordt concreet voorzien in tariefschalen naargelang het bedrag van de vordering dat wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 559, 561, 562 en 618, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek.
- Bij een vordering tot vergoeding ten belope van een provisioneel bedrag ontbreekt in de regel de grondslag om de waarde van die vordering te bepalen. Enkel wanneer het provisionele bedrag wordt gevorderd zonder voorbehoud voor verdere raming van de vergoeding bijvoorbeeld in het licht van een onderzoeksmaatregel, kan dit bedrag worden gelijkgesteld met het effectief gevorderde bedrag, zodat een in geld waardeerbare vordering voorligt. Voorts kan de rechter corrigeren in geval een vordering tot vergoeding abusievelijk is ondergewaardeerd ten belope van slechts een provisioneel bedrag.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat een vordering tot vergoeding ten belope van een provisioneel bedrag, gelet op dit bedrag, steeds als een in geld waardeerbare vordering moet worden aangezien, faalt het naar recht.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de tweede verweerder bij conclusie mede ten laste van de eiseres een vergoeding vordert ten belope van een provisioneel bedrag van 1 euro wegens materiële en morele schade; - het gaat om een in geld waardeerbare vordering beneden 250 euro; - deze vordering faalt bij gebrek aan bewijs; - de tweede verweerder ten aanzien van de eiseres moet worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij; - de eiseres terecht vordert dat de tweede verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding voor beide aanleggen; - deze rechtsplegingsvergoeding, gelet op de in het Tarief Rechtsplegingsvergoeding bedoelde tariefschaal voor een in geld waardeerbare vordering beneden 250 euro, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep 180 euro bedraagt.
- De appelrechter die zodoende te kennen geeft dat de vordering tot vergoeding ten belope van een provisioneel bedrag, bij gebrek aan voorbehoud voor verdere raming, neerkomt op een in geld waardeerbare vordering, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.215,79 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 31 maart 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220331.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2025:ARR.20251104.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101117.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121120.2 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220210.1N.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220512.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div