id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.11 Rolnummer: P.21.1380.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-04-12 Raadplegingen: 671 - laatst gezien 2026-06-18 12:31 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Volgens artikel 4, 6°, Antidiscriminatiewet moet onder een direct onderscheid worden verstaan de situatie die zich voordoet wanneer iemand ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld op basis van één van de beschermde criteria; de loutere omstandigheid dat de strafrechter bij de straftoemeting rekening houdt met de leeftijd van de beklaagde, levert geen direct onderscheid op in de zin van die bepaling
(1).
(1)Zie ook concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas. in de zaak Cass. 9 maart 2022, AR P.21.1457.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220309.2F.8, AC 2022, nr.
- Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: Straftoemeting - Verwijzing naar de leeftijd van de beklaagde - Verbod op discriminatie - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen en discriminatie - 10-05-2007 - Art. 4, 6° - 35 ELI link Pub nr 2007002099 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Straftoemeting - Verwijzing naar de leeftijd van de beklaagde - Verbod op discriminatie - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen en discriminatie - 10-05-2007 - Art. 4, 6° - 35 ELI link Pub nr 2007002099 Annotaties Publicaties: T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 3, p. 181-
- - HOET, Peter; Noot'Leeftijd als persoonlijkheidskenmerk bij straftoemeting' Tekst van de beslissing Nr. P.21.1380.N E. A. J. D. V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Willy Dierickx, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 22 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 4, 4°, 7 en 14 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (hierna Antidiscriminatiewet): met het oordeel dat de eerste rechter zijn beslissing om voor de telastlegging A als bijkomende straf een rijverbod op te leggen adequaat heeft gemotiveerd door te refereren aan de leeftijd van de eiser, verantwoordt het bestreden vonnis het aan de eiser opgelegde verval van het recht tot sturen niet naar recht; de leeftijd is een beschermd criterium in de Antidiscriminatiewet, zodat elk direct onderscheid op grond van de leeftijd als een verboden directe discriminatie moet worden beschouwd; bij de beoordeling van de straftoemeting mag bijgevolg geen onderscheid worden gemaakt op grond van de leeftijd, met name om het opleggen van een bijkomende straf te verantwoorden.
- Volgens artikel 4, 6°, Antidiscriminatiewet moet onder een direct onderscheid worden verstaan de situatie die zich voordoet wanneer iemand ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld op basis van één van de beschermde criteria. De loutere omstandigheid dat de strafrechter bij de straftoemeting rekening houdt met de leeftijd van de beklaagde, levert geen direct onderscheid op in de zin van die bepaling. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis verantwoordt het opleggen van het verval van het recht tot sturen als volgt: “De moeilijkheden die het als bijkomende straf opgelegde rijverbod, zoals oordeelkundig bepaald in eerste aanleg, met zich kan brengen voor [de eiser], zowel op persoonlijk als op professioneel vlak, staan in verhouding tot de objectieve ernst van het ermee bestrafte feit. De eerste rechter motiveerde zijn beslissing om voor tenlastelegging A als bijkomende straf een rijverbod op te leggen adequaat, refererend aan de persoonlijkheid en leeftijd van [de eiser] en de omstandigheden van het misdrijf”. Aldus neemt het bestreden vonnis met betrekking tot de verantwoording van het opgelegde verval van het recht tot sturen de adequaat geachte redenen over van het beroepen vonnis, dat hierover als volgt heeft geoordeeld: “Gelet op de persoonlijkheid van [de eiser], zijn leeftijd, en de wijze en de omstandigheden waarbij deze zoals in concreto [het] tenlastegelegde feit A heeft gepleegd – zie strafdossier / vaststellingen van de verbalisanten, die hier als herschreven dienen te worden beschouwd – [komt] het passend voor[..] het hiernavolgend rijverbod op te leggen”. Met die redenen oordelen de appelrechters niet dat de eiser op basis van zijn leeftijd ongunstiger wordt behandeld dan een andere beklaagde in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 5 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220309.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div