← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.15 Rolnummer: P.22.0406.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-04-12 Raadplegingen: 502 - laatst gezien 2026-06-17 03:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de samenlezing van de artikelen 16, § 5, en 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel volgt dat ingeval van hoger beroep door het openbaar ministerie tegen de beslissing tot invrijheidstelling van de onderzoeksrechter op grond van artikel 16, § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel, de kamer van inbeschuldigingstelling zich niet enkel moet uitspreken over de hechtenistoestand van de betrokkene, maar ook over de tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel

(1).
(1)S. VANDROMME, “Beslissingsbevoegdheid inzake detentie en vrijheid onder voorwaarden in het raam van een procedure strekkende tot de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel”, RW 2005-06, 1548, nr. 18; D. VAN DAELE, “België en het Europees aanhoudingsbevel: een commentaar bij de wet van 19 december 2003”, T. Strafr. 2005, 171, nr. 35; J. VAN GAEVER, Het Europees aanhoudingsbevel in de praktijk, Kluwer, 2013, 160-16; S. DEWULF, Overlevering, APR, 2020, nr. 243, p. 221; M.A.BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2021,
  1. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Verstrijken van de termijn van 15 dagen voor de uitspraak over de tenuitvoerlegging van het bevel - Invrijheidstelling van de betrokkene - Hoger beroep van het openbaar ministerie - Onderzoeksopdracht van de kamer van inbeschuldigingstelling - Ontbreken van een beslissing over de tenuitvoerlegging van het bevel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Artt. 16, § 5, en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Europees aanhoudingsbevel - Verstrijken van de termijn van 15 dagen voor de uitspraak over de tenuitvoerlegging van het bevel - Invrijheidstelling van de betrokkene - Hoger beroep door openbaar ministerie - Onderzoeksopdracht van de kamer van inbeschuldigingstelling - Ontbreken van een beslissing over de tenuitvoerlegging van het bevel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Artt. 16, § 5, en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0406.N G. K. alias G. G.-K., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Frank Vandewalle, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de eiser de raadkamer heeft verzocht een voorlopige onmogelijkheid vast te stellen van de tenuitvoerlegging van het Europees bevel tot aanhouding in afwachting van de machtiging van een andere autoriteit, miskent het arrest de bewijskracht van eisers voor de raadkamer genomen conclusie; in die conclusie werd aangevoerd dat gelet op de afwezigheid van de toestemming van de Britse gerechtelijke autoriteiten met de doorlevering aan de Deense gerechtelijke autoriteiten het Deens Europees aanhoudingsbevel niet kon worden ten uitvoer gelegd en in het dispositief van die conclusie werd gevraagd om voor recht te zeggen dat het Deens Europees aanhoudingsbevel niet ten uitvoer kon worden gelegd; het tweede deel van het dispositief van die conclusie doet daaraan niets af; de raadkamer had enkel te oordelen over de tenuitvoerlegging van dit bevel en op dat ogenblik was de termijn van vijftien dagen waarbinnen diende te worden beslist, nog niet verstreken; het is om die reden dat de eiser in het tweede deel van het dispositief van zijn conclusie verzocht hem intussen de modaliteit van het elektronisch toezicht toe te kennen.
  4. De miskenning van de bewijskracht van een akte bestaat erin dat de bekritiseerde beslissing verwijst naar een geschrift en die beslissing aan dit geschrift een vermelding toeschrijft die niet erin voorkomt dan wel verklaart dat dit geschrift een vermelding niet bevat die wel erin voorkomt, of met andere woorden dit geschrift doet liegen.
  5. Met het door het middel bekritiseerde oordeel doet het arrest eisers conclusie niet liegen, maar leidt het er enkel een gevolg uit af. Het middel mist feitelijke grondslag. Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 5, en 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest oordeelt ten onrechte dat de appelrechters niet bevoegd zijn om zich uit te spreken over de tenuitvoerlegging van het door de Deense autoriteit uitgevaardigde Europees aanhoudingsbevel; uit de verwijzing in artikel 16, § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel naar artikel 17 van die wet, volgt dat ingeval van hoger beroep door het openbaar ministerie tegen een beschikking van invrijheidstelling van de onderzoeksrechter de kamer van inbeschuldigingstelling zich zowel over de invrijheidstelling als over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel moet uitspreken.
  7. Artikel 16, § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat: - ingeval de raadkamer geen uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel binnen de in paragraaf 1 bepaalde termijn van vijftien dagen, de onderzoeksrechter de invrijheidstelling gelast van de betrokkene; - het openbaar ministerie binnen de 24 uur te rekenen vanaf deze beschikking hoger beroep kan aantekenen overeenkomstig artikel 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel.
  8. Artikel 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel regelt de procedure ingeval van een hoger beroep tegen de beslissing betreffende de tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel.
  9. Uit de samenlezing van de artikelen 16, § 5, en 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel volgt dat ingeval van hoger beroep door het openbaar ministerie tegen de beslissing tot invrijheidstelling van de onderzoeksrechter op grond van artikel 16, § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel, de kamer van inbeschuldigingstelling zich niet enkel moet uitspreken over de hechtenistoestand van de betrokkene, maar ook over de tenuitvoerlegging van het Europees Aanhoudingsbevel.
  10. Het arrest dat anders oordeelt, schendt de vermelde wetsbepalingen. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest maar enkel in zoverre het nalaat uitspraak te doen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 153,18 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 5 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.