← België

Gemeente Heusden-Zolder contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.10 Rolnummer: P.22.0056.N Zaak: Gemeente Heusden-Zolder contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2022-04-28 Raadplegingen: 940 - laatst gezien 2026-06-19 01:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Uit de bepalingen van de artikelen 4.1 van het Zevende Aanvullend Protocol EVRM en 14.7. van het IVBPR alsmede uit het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem, volgt dat een tweede vervolging verboden is wegens identieke feiten of substantieel dezelfde feiten die na een eerste vervolging hebben geleid tot een onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak en voor zover die vervolgingen betrekking hebben op dezelfde persoon, waarbij een onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak een beslissing is die de zaak niet slechts voorlopig maar wel onherroepelijk beëindigt, zodat de toepassing van het non bis in idem-beginsel vereist dat de zaak ten gronde werd onderzocht en er dus werd geoordeeld over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de dader die zich in een tweede vervolging erop beroept; beslissingen van het onderzoeksgerecht hebben in de regel slechts gezag van gewijsde indien het uitspraak doet als vonnisgerecht zodat een door het onderzoeksgerecht bevolen buitenvervolgingstelling wegens de afwezigheid van voldoende bezwaren of wegens het verval van de strafvordering door verjaring geen onherroepelijke beslissing over de strafvordering is en een dergelijke beslissing niet kan dienen als basis voor de toepassing van het non bis in idem-beginsel

(1).
(1)EHRM 20 oktober 2020, Gutu t. Moldavië, nr. 13112/07, ro 50-51; EHRM 12 november 2019, Smokovic t Kroatië, 57849/12, ro 35-46; Cass. 3 oktober 2001, AR P.01.0537.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011003.7, AC 2011, nr. 519, RDPC 2002/3, blz. 339, met noot G.-F. RANERI, “L'autorité de la chose jugée au criminel sur le criminel”; Gent 6 maart 2018, ERGS 24, 2018, blz. 459; S. GNEDASJ en H. VANHULLE, “Not even God judges twice for the same act … and tax offence Draagwijdte en grenzen van het ne bis in idem-beginsel”, TFR 2014, 466, blz. 659-663; R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, Antwerpen, Kluwer, 2014, blz. 157; M.-A. BEERNAERT, H. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Brussel, La charte, 2021, blz. 263; EHRM 8 juli 2019, Mihalache t. Roemenië, 54012/10, T.Strafr. 2019, blz. 122, ro
  1. De betrokken overheid moet dus de bevoegdheid hebben het door het onderzoek opgeleverde bewijsmateriaal te onderzoeken en te evalueren. Het volstaat dat de betrokken beslissing wordt genomen door een overheid die bevoegd is met strafrechtelijke sancties op te treden tegen door het rechtssysteem verboden gedragingen. EHRM 22 november 2005, Sundqvist t. Finland, 75602/01; R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2014, nr. 297; C. VAN DE HEYNING, D. VERBEKE, P. DE VOS en S. LAMBERIGTS, “Het ne bis in idem-beginsel in parallelle administratieve en strafrechtelijke procedures: de beperkte beperking van “bis”, TFR 2018, 378; Cass. 29 november 2016, AR P.15.0214.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161129.2, AC 2016 nr.
  2. AW Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Vrije woorden: Zevende Aanvullend Protocol - Artikel 4.1 - Recht om niet tweemaal te worden berecht of gestraft - Voorwaarden - Onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak over dezelfde persoon - Beslissing van het onderzoeksgerecht tot buitenvervolgingstelling - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14 - Artikel 14.7 - Recht om niet tweemaal te worden berecht of gestraft - Voorwaarden - Onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak over dezelfde persoon - Beslissing van het onderzoeksgerecht tot buitenvervolgingstelling - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Non bis in idem-beginsel - Voorwaarden - Onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak over dezelfde persoon - Beslissing van het onderzoeksgerecht tot buitenvervolgingstelling - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Beslissing van buitenvervolgingstelling - Non bis in idem-beginsel - Voorwaarden - Onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak over dezelfde persoon - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Protocol nr. 7 bij het Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden - 22-11-1984 - Art. 4.1 - 33 Link Justel databank 19841122-33 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.7 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0056.N GEMEENTE HEUSDEN-ZOLDER, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met zetel te 3550 Heusden-Zolder, Heldenplein 1, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2800 Mechelen, Edgard Tinellaan 6/bus c, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen B. C. J. B., inverdenkinggestelde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 december
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM en artikel 14.7 IVBPR, alsmede miskenning van het non bis in idem-beginsel: het arrest verklaart ten onrechte de strafvordering vervallen op grond van het non bis in idem-beginsel gelet op de definitieve beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 13 november 2020 en de afwezigheid van nieuwe bezwaren; evenmin geeft de wet de kamer van inbeschuldigingstelling het recht om uitspraak te doen over de grond van de zaak als vonnisgerecht.
  5. Artikel 14.7 IVBPR bepaalt dat niemand voor een tweede keer mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld en waarvan hij is vrijgesproken. Krachtens artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM wordt niemand opnieuw berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde Staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van die Staat. Het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem heeft dezelfde draagwijdte.
  6. Uit deze bepalingen en dit algemene rechtsbeginsel volgt dat een tweede vervolging verboden is wegens identieke feiten of substantieel dezelfde feiten die na een eerste vervolging hebben geleid tot een onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak en voor zover die vervolgingen betrekking hebben op dezelfde persoon.
  7. Een onherroepelijke beslissing van veroordeling of vrijspraak is een beslissing die de zaak niet slechts voorlopig maar wel onherroepelijk beëindigt. De toepassing van het non bis in idem-beginsel vereist dat de zaak ten gronde werd onderzocht en er dus werd geoordeeld over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de dader die zich in een tweede vervolging erop beroept.
  8. Beslissingen van het onderzoeksgerecht hebben in de regel slechts gezag van gewijsde indien het uitspraak doet als vonnisgerecht.
  9. Een door het onderzoeksgerecht bevolen buitenvervolgingstelling wegens de afwezigheid van voldoende bezwaren of wegens het verval van de strafvordering door verjaring is geen onherroepelijke beslissing over de strafvordering. Een dergelijke beslissing kan niet dienen als basis voor de toepassing van het non bis in idem-beginsel.
  10. Het arrest stelt vast dat: - bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 13 november 2020 de verweerder buiten vervolging werd gesteld voor schending van het beroepsgeheim (telastlegging A) en dat de strafvordering met betrekking tot het feit van laster (telastlegging B) was verjaard; - geen hoger beroep werd ingesteld tegen deze beschikking; - de thans ten laste gelegde feiten identiek zijn of een identiek feitenstelsel inhouden of minstens in substantie dezelfde zijn, als deze waarover de raadkamer bij definitief geworden beschikking van 13 november 2020 reeds oordeelde.
  11. Het arrest dat vervolgens oordeelt dat de strafvordering bij toepassing van het non bis in idem-beginsel vervallen is, gelet op deze definitieve beschikking van buitenvervolgingstelling en de vaststelling van verval van de strafvordering door verjaring, is niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie
  12. De vernietiging van deze beslissing leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen van het arrest die er een gevolg van zijn, met uitzondering van de ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van de eiseres. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 523,52 euro, waarvan 102,47 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 19 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011003.7 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161129.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.