id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022
Artikel 35
Vrije woorden: Dronkenschap - Bestraffing - Verval van het recht tot sturen - Motivering - Artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 35 - Dronkenschap - Bestraffing - Verval van het recht tot sturen - Motivering - Artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 35 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 5 Ingeval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, Wegverkeerswet en indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft, beperkt volgens artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot volgens de modaliteiten als bedoeld in het eerste lid, maar indien hij verkiest om deze sanctie niet op te leggen, moet hij die beslissing uitdrukkelijk motiveren; volgens artikel 37/1, § 1, eerste lid, Wegverkeerswet moet de rechter die beslist tot het opleggen van een alcoholslot dit doen voor een periode van minstens één jaar en ten hoogste drie jaar zodat daaruit volgt dat de rechter die op grond van artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet beslist tot het opleggen van een alcoholslot voor een termijn van één jaar een maatregel oplegt die niet aan zijn vrije beoordeling is overgelaten in de zin van artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering en hij aldus het opleggen van die maatregel en de minimumduur ervan niet nauwkeurig moet motiveren overeenkomstig die bepalingen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER -
Artikel 34
Vrije woorden: Artikel 34, § 2 - Alcoholopname - Bestraffing - Opleggen van een alcoholslot - Motivering - Artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 34, § 2, 37/1, § 1, eerste en tweede lid, en 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: WEGVERKEER -
Artikel 37
Vrije woorden: Artikel 37/1, §1, eerste en tweede lid - Alcoholopname - Bestraffing - Opleggen van een alcoholslot - Motivering - Artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 34, § 2, 37/1, § 1, eerste en tweede lid, en 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikelen 34, §2, en 37/1, §1, eerste en tweede lid - Alcoholopname - Bestraffing - Opleggen van een alcoholslot - Motivering - Artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 34, § 2, 37/1, § 1, eerste en tweede lid, en 195, tweede en zevende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0192.N A. A. D. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ibrahim El Ouahi, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 13 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis motiveert het opleggen van het verval en het alcoholslot slechts met een standaardmotivering en het motiveert bovendien de duur van het verval en het alcoholslot niet.
- Artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet zijn vreemd aan de uit artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering voortvloeiende verplichting voor de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep, om de keuze voor het opleggen van een verval van het recht tot sturen en de maat van die bijkomende straf, alsook het opleggen van de maatregel van het alcoholslot en de duur ervan, indien de wet die aan de vrije beoordeling van de rechter overlaat, nauwkeurig te motiveren.
- Volgens artikel 35 Wegverkeerswet wordt het besturen van een voertuig op een openbare plaats terwijl de bestuurder in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen onder meer gestraft met het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste één maand en ten hoogste vijf jaar of levenslang.
- Daaruit volgt dat de rechter die op grond van artikel 35 Wegverkeerswet veroordeelt tot een verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig een bijkomende straf oplegt die niet aan zijn vrije beoordeling is overgelaten in de zin van artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering. Hij moet dan ook het opleggen van die bijkomende straf niet nauwkeurig motiveren overeenkomstig die bepalingen.
- Ingeval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, Wegverkeerswet en indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft, beperkt volgens artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder tot alle motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot volgens de modaliteiten als bedoeld in het eerste lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te leggen, moet hij die beslissing uitdrukkelijk motiveren. Volgens artikel 37/1, § 1, eerste lid, Wegverkeerswet moet de rechter die beslist tot het opleggen van een alcoholslot dit doen voor een periode van minstens één jaar en ten hoogste drie jaar.
- Daaruit volgt dat de rechter die op grond van artikel 37/1, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet beslist tot het opleggen van een alcoholslot voor een termijn van één jaar een maatregel oplegt die niet aan zijn vrije beoordeling is overgelaten in de zin van artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering. Hij moet dan ook het opleggen van die maatregel en de minimumduur ervan niet nauwkeurig motiveren overeenkomstig die bepalingen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis veroordeelt de eiser wegens een inbreuk op artikel 35 Wegverkeerswet onder meer tot een verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor een termijn van vijfenveertig dagen.
- Het bestreden vonnis veroordeelt de eiser onder meer wegens een inbreuk op artikel 34, § 2, Wegverkeerswet met de vaststelling dat een alcoholconcentratie van 0,96 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht is aangetoond. Het legt aan de eiser een alcoholslot op voor een termijn van één jaar.
- Het bestreden vonnis diende dan ook de beslissing tot het opleggen van een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig en het opleggen van een alcoholslot voor een termijn van één jaar niet nauwkeurig te motiveren overeenkomstig artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering.
- In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Het bestreden vonnis neemt ter verantwoording van de straftoemetingsbeslissing onder meer de volgende redenen in aanmerking: - bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de feiten, met het strafverleden van de eiser en zijn persoonlijke situatie; - de rechtbank beoogt met de bestraffing uiting te geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de begane overtreding en het beschermen van de maatschappij, in het bijzonder de andere weggebruikers; - de opgelegde bestraffing moet de eiser confronteren met de gevolgen van zijn risicogedrag in het verkeer en hem aanzetten om voortaan meer oplettendheid, veiligheidsinzicht en verantwoordelijkheidsgevoel te betonen in zijn rijgedrag; - de eiser moet begrijpen dat alcohol drinken en rijden niet samengaan; - gezien de toestand waarin de eiser verkeerde, de hoge graad van alcoholintoxicatie (0,96 mg/l uitgeademde alveolaire lucht) en het gegeven dat de eiser in die toestand een ongeval veroorzaakte, was de geldboete en het verval van het recht tot sturen zoals opgelegd door de eerste rechter een gepaste sanctie, met inbegrip van de herstelonderzoeken; - een rijverbod is de meest efficiënte sanctie om tegemoet te komen aan de individuele en algemene preventie. Met die redenen, die geenszins een standaardmotivering inhouden, motiveert het bestreden vonnis nauwkeurig de keuze voor de termijn van het verval van het recht een motorvoertuig te besturen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 19 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div